Korthals voor doorlaten drugskoeriers

Minister Korthals (Justitie) heeft gisteren aangekondigd dat justitie op beperkte schaal bolletjesslikkers wil doorlaten op Schiphol, in de hoop zo de criminele organisaties achter de cokesmokkel bloot te leggen.

De Tweede Kamer wil door Korthals uitvoerig wordt geïnformeerd over de voorwaarden waarbinnen de bolletjesslikkers mogen worden doorgelaten. Het Kamerlid Dittrich (D66) hield Korthals voor dat de Tweede Kamer na de aanbevelingen van de commissie-Kalsbeek over toegelaten opsporingspraktijken per motie heeft uitgesproken dat bij zulk onderzoek geen personen mogen worden doorgelaten. ,,Het lijkt me onwaarschijnlijk dat de politie door het volgen van zo'n bolletjesslikker achter criminele organisaties komt. Die opereren vaak internationaal'', aldus Dittrich.

De meeste fracties schortten gisteren hun oordeel op in afwachting van de brief van de minister. Alleen de VVD kon zich vinden in het voornemen van Korthals.

In recherchekring wordt met verbazing gereageerd op de aarzeling in de Kamer om met dergelijke recherchetechnieken in te stemmen. ,,In de praktijk komt dat nu al voor'', aldus een betrokkene. ,,Zeker als het om drugshandel gaat. Er moet wel aan randvoorwaarden voldaan zijn. Het doel moet blijven om uiteindelijk de drugs in beslag te nemen en de individuele smokkelaar aan te houden. Zo'n operatie vindt plaats onder auspiciën van een officier van justitie en heeft al tot veroordelingen door de rechter geleid.''

Volgens een woordvoerder van het college van procureurs-generaal mag in het kader van `gecontroleerde aflevering' een verdachte gevolgd en geobserveerd worden. ,,Uitgangspunt blijft dat zowel de drugs uiteindelijk in beslag wordt genomen en de verdachte gearresteerd wordt.'' De behandelend officier van justitie moet elke stap in dergelijk onderzoek schriftelijk vastleggen, zodat achteraf verantwoording kan worden afgelegd over de gevolgde handelswijze.

Voor gecontroleerde doorlating geldt volgens de woordvoerder een zwaardere procedure. Daarbij gaat het om het doorlaten en observeren van een partij met het tevoren ingecalculeerde risico dat de partij in het circuit verdwijnt. Voor die opsporingstechniek moet het college van procureurs-generaal toestemming geven die er op zijn beurt de minister over informeert.

Volgens een woordvoerder van Korthals opteert de minister voor gecontroleerde doorlating, maar moet uit de brief aan de Kamer blijken welke opsporingstechniek hem precies voor ogen staat.