Koekjeszand

Wat is een koekje? Een koekje is plat. Wat nog meer? Een koekje is gebakken. Nog iets? Ja, koekjes zijn lekker.

Dus iets wat plat is, gebakken en lekker, is een koekje? Zoiets, ja.

Koekjes zijn vaak zoet, maar je kunt ook zoute viskoekjes maken. Je kunt zelfs koekjes bakken van boerenkoolstamppot. Ik ken iemand die dat heeft gedaan. Ze waren ook plat, en ook lekker. Maar meestal is een koekje gewoon een koekje. Al heel, heel lang. De kinderen van de oude Egyptenaren bakten al koekjes. Van zand natuurlijk. Zandkoekjes. Die bestaan nog steeds.

Niet dezelfde koekjes, maar koekjes die zo heten.

Moet je 200 gram bloem vermengen met 80 gram basterdsuiker en 120 gram zachte boter, plus een heel klein beetje zout en een eidooier. Mouwen opstropen en heel stevig kneden tot het een perfecte ronde bal is. Die rol je uit tot een langwerpige staaf van ongeveer vijf centimeter dik, en je legt hem dan minstens een half uur in de koelkast. Daarna snij je er keurige of niet zo nette plakjes van. Heb je wel eens van pijnboompitten gehoord?

Kleine langwerpige nootjes zijn dat. Daarmee versier je de koekjes. Je prikt ze in het deeg, op welke manier en vorm die je maar wilt en je legt die versierde koekjes op een bakblik op bakpapier en zet ze in de hete oven. Op 200 graden, ongeveer vijftien minuten. Tot ze mooi lichtbruin zijn. Wanneer je genoeg koekjes hebt gegeten en er zijn nog over dan maak je ze fijn tussen je vingers. Heb je echt koekjeszand. Heel zeldzaam!