Islam van smetten vrij

Bijna onveranderlijk worden de boeken van de godsdienstwetenschapper en voormalige non Karen Armstrong publieksfavorieten. Haar De strijd om God (besproken in Boeken 31.03.00), een geschiedenis van het fundamentalisme, is al bijna een klassieker in het genre van de populaire godsdienstexegese. Armstrongs toegankelijke stijl, haar empathie met religieuze gevoelens en haar blijmoedige blik op het helend vermogen van de mensheid, dragen daartoe bij.

Het nadeel van die invoelende benadering is dat Armstrong weinig oog heeft voor de dynamiek van politieke, sociale en economische factoren in de wording en geschiedenis van een godsdienst. Die worden door haar doorgaans eerder gezien als uitwendige en vaak verstorende invloeden op een in wezen zuiver verschijnsel; volgens Armstrong is de mens immers, om met Kuitert te spreken, ongeneeslijk religieus, en dat is maar goed ook.

Haar Islam vertoont diezelfde sterke en zwakke punten. Voor lezers die na elf september geïnteresseerd zijn geraakt in de geschiedenis en cultuur van deze grote wereldgodsdienst, biedt het boek een bondige, zeer leesbare en heldere inleiding. Maar wie een kritische uiteenzetting verwacht over de dilemma's waarvoor de islam zich in de loop der eeuwen geplaatst heeft gezien, komt van een koude kermis thuis. Armstrong put zich uit in een verdediging van de islam, waarvan de mankementen grotendeels het gevolg zijn van Europees imperialisme of andere vreemde krachten. Voor een deel is dat zeker waar – de impact van het westen vanaf de negentiende eeuw is enorm en ontwrichtend maar dat de godsdienst ook in zichzelf spanningen draagt, is een gedachte die Armstrong verre van zich lijkt te willen houden. Zo was de islam volgens haar zelfs tijdens de veroveringen van de eerste eeuwen eigenlijk nooit agressief, is het fundamentalisme `opgeroepen' door `dwingend secularisme' uit het westen, en waren de kruistochten natuurlijk `schandalige' gebeurtenissen.

Gelukkig heeft Armstrong nog wel oog voor de politieke en institutionele dilemma's van de islam, zoals die te herkennen zijn in de islamitische grondwet van Iran: het idee dat soevereiniteit niet aan de democratische volkswil ontspringt, maar louter aan God. En inderdaad, het antisemitisme is in de Arabische wereld geïmporteerd uit Europa, zoals ze schrijft – al neemt dat niet weg dat het razendsnel ingeburgerd is geraakt onder islamisten, tot in de Korancommentaren van Sayyid Qutb.

Voor een historisch bewuste beoordeling van de islamitische cultuur is veel te zeggen: het is ook goed om te onderstrepen hoever de islam het achterlijke Europa vooruit was, en hoeveel ons nog met moderne moslims verbindt. Maar de apologetische toon van Armstrong doet de werkelijkheid tekort. Met zulke montere zaakwaarnemers is ook de huidige islam niet geholpen.

Karen Armstrong: Islam. Geschiedenis van een wereldgodsdienst. Vertaling Shirah Lachmann. De Bezige Bij, 314 blz. € 18,50