In plaats van Schröder de curator

Ruim twee jaar geleden stond de Duitse bouwer Holzmann ook al aan de rand van de afgrond. Toen greep bondskanselier Schröder in en zijn populariteit schoot omhoog. Dit keer laat hij zijn gezicht niet zien en houdt Berlijn de hand op de knip.

Gisteravond, even na zes uur, was het definitief. Philipp Holzmann AG, tweede bouwconcern van Duitsland, 23.000 werknemers, vroeg surseance van betaling aan. Hoge schulden (1,5 miljard euro), onverwachte verliezen (237 miljoen over 2001), vrijwel geen eigen vermogen: na 153 jaar zag de onderneming geen uitweg meer. De al jaren aanhoudende misère op de Duitse bouwmarkt, mismanagement en te veel risicovolle projecten deden het bedrijf na jaren sukkelen definitief de das om.

's Middags hadden enkele honderden werknemers in de binnenstad van Frankfurt gedemonstreerd om de daar gehuisveste banken alsnog te bewegen met extra geld over de brug te komen. Een wanhoopsoffensief. Drie belangrijke geldschieters - Commerzbank, Dresdner Bank, HypoVereinsbank - hadden al een dag eerder duidelijk gemaakt dat ze niet langer bereid waren ,,nog meer miljoenen in het bedrijf te schieten", zoals een woordvoerder van Dresdner het formuleerde. Alleen Deutsche Bank, belangrijkste aandeelhouder (19,6 procent) en grootste schuldeiser (320 miljoen), was nog bereid om het bedrijf met noodkredieten overeind te houden. Deutsche had het meeste te verliezen: in een surseance zullen de vorderingen van de belangrijkste aandeelhouder waarschijnlijk vervallen.

,,Holzmann moet leven'', scandeerden de bouwvakkers. Maar eigenlijk hadden ook zij de hoop al opgegeven. We zijn ,,strijdbaar, maar ook tamelijk depressief'', zei de voorzitter van de ondernemingsraad al voor aanvang van de demonstratie. Ze zwaaiden nog met rode Holzmann-vlaggen, bliezen op hun fluitjes, maar een krachtig vertoon van werknemersmacht werd het niet.

Hoe anders was het in november 1999. Ook toen was Holzmann zo goed als failliet, ook toen werd nachtenlang met de banken onderhandeld over een reddingsoperatie. Ook toen dreigde het mis te gaan. Maar opeens was daar de man uit Berlijn, SPD-kanselier Gerhard Schröder.

Aangemoedigd door consultant Ronald Berger mengde Schröder zich te elfder ure persoonlijk in de onderhandelingen tussen banken en management. Met succes: de banken gingen overstag, de surseance werd teruggedraaid en Gerhard Schröder was de held van de dag. Ruim 11.000 banen gered voor Duitsland. Zijn populariteit, tot dan toe niet bijster groot, schoot omhoog. ,,Holzmann saneert Gerhard Schröder'', schreef de Berlijnse tageszeitung destijds in een inmiddels legendarische kop.

Deze keer bleef Schröder in Berlijn. Al in een vroeg stadium maakte de regering duidelijk dat ze niet met geld over de brug zou komen. Wel, zo melden de Duitse media vanochtend, zette de kanselier de bestuursvoorzitter van Deutsche, Rolf E. Breuer, telefonisch onder druk om ook deze keer tot het uiterste te gaan. In een verkiezingsstrijd die vooral draait om economie en werkloosheid komt de ondergang van prestigeobject Holzmann voor de kanselier tamelijk ongelegen.

Het doek viel gisteren vlak nadat Schröder zich in de Bondsdag sterk had gemaakt voor de Duitse industrie. Hij gaf tekst en uitleg over zijn meningsverschillen met de Europese Commissie die de belangen van de Duitse bedrijfsleven niet voldoende in het oog zou houden. De oppositie maakte prompt van de gelegenheid gebruik om de kanselier onder de neus te wrijven dat hij destijds bewierookt was voor een reddingsoperatie die helemaal geen reddingsoperatie was. ,,Als de groten failliet gaan, komt de kanselier", sneerde de fractieleider van de CDU, ,,als de kleintjes failliet gaan komt de bewindvoerder."