In de karbonadefabriek

In het Limburgse Nederweert hebben vijftien boeren het plan opgevat hun varkens- en kippenfokkerijen op een agrarisch bedrijventerrein te concentreren. Zij dragen bij aan de `ontstening' van het buitengebied. `Het platteland gaat er enorm op vooruit.'

Varkens in Nederland: je ruikt ze wel, maar je ziet ze niet. De ongeveer 12 miljoen varkens die Nederland nu telt, zijn bijna allemaal ondergebracht in grote stallen op vooral de zandgronden in Brabant, Noord-Limburg, Gelderland en Overijsel. Samen vormen de vrijstaande stallen een soort super Los Angeles voor varkens, een ruimteverslindende varkensmetropool. Ook laten de stallen zien dat de tijd dat boerenschuren vanzelf mooi waren, ver achter ons ligt. Onveranderlijk zijn de immense stallen norse, zakelijke gebouwen. Stenen muren van één etage hoog met flauwe puntdaken van golfplaat – meer zijn de schuren meestal niet.

Vaak liggen de varkenshouderijen dichtbij dorpen, stadjes, recreatie- en natuurgebieden waar ze zorgen voor stank- en visuele overlast. Ook beknotten ze de mogelijke ontwikkeling van de naastliggende gebieden. Mede hierom werd een paar jaar geleden de Reconstructiewet concentratiegebieden in het leven geroepen. Deze wet bepaalt de spelregels voor de herinrichting van het platteland, zoals de verplaatsingen van agrarische bedrijven naar plekken waar ze minder of zelfs geen overlast veroorzaken.

Nederweert is zo'n stadje dat de aanwezigheid van varkens- en kippenhouderijen als knellend ervaart. Het Noord-Limburgse stadje telt 360 boeren op 400 locaties. Vijftien van de Nederweertse boeren, aaneengesloten in de onlangs opgerichte vereniging Agriveer, hebben nu het voorstel gedaan om hun stallen en schuren bijeen te brengen op een bedrijventerrein in Nederweert. Nu hebben de 15 'agrarische ondernemers' hun kippen en varkens nog ondergebracht in 80 verspreid liggende stallen. Het toekomstige bedrijventerrein zal vermoeelijk bestaan uit achttien aaneengesloten kavels, tussen de 1,3 en de 2,3 hectare groot.

Het voorstel van Agriveer heeft de steun van de gemeente Nederweert. ,,Het voorstel van Agriveer maakt deel uit van een veelomvattend herstructureringsplan voor Nederweert en omgeving'', legt Peter Willekens, Nederweerts wethouder van Ruimtelijke Ordening en reconstructie, uit. ,,Toen de reconstructiewet in het leven werd geroepen, werd Nederweert een van de zeven proefgebieden voor de herinrichting van het landelijk gebied. Probleem van Nederweert en omgeving is dat functies als wonen, recreatie, natuur en landbouw zo met elkaar waren verweven dat ze elkaars ontwikkeling belemmeren. Uitgangspunt voor de herinrichting is dat de verschillende functies in verschillende zones worden ondergebracht. Onderdeel hiervan is om de niet-grondgebonden landbouw, zoals kippen- en varkensfokkerijen te concentreren in bepaalde gebieden.''

De gemeente Nederweert heeft vier mogelijke locaties voor het agrarische bedrijventerrein aangewezen. Welke terreinen dit precies zijn, blijft voorlopig geheim om speculatie met de grond te voorkomen – de prijs van bouwgrond is een veelvoud van landbouwgrond. Op 20 februari kwam minister van Landbouw Brinkhorst polshoogte nemen van de plannen nemen in Nederweert. Binnenkort laat hij weten of en hoe het ministerie van Landbouw deze agrarische noviteit financieel wil ondersteunen.

,,De verwachting is dat, net als bij de gebruikelijke bedrijventerreinen, 40 tot 50 procent van de kavels wordt bebouwd'', zegt projectleider Bas Hendrikx. Hij werkt bij Arcadis, de vroegere Heidemij, die door Agriveer in de arm is genomen om het bedrijventerrein vorm te geven. ,,Maar het zal wel anders worden ingericht dan gewoonlijk. De bedrijven zullen niet worden omgeven door de reguliere groene schaamstrook, maar worden verankerd in het landschap. De stallen, die een maximale goothoogte van 6 meter krijgen, zullen voor een deel schuil gaan achter bomen en ander groen. Maar het is niet de bedoeling dat de stallen helemaal aan het oog worden onttrokken. Op sommige plekken zullen de gebouwen juist heel zichtbaar zijn. De stallen zullen van heel andere materialen dan nu worden gemaakt. Nu bestaan varkens- en kippenstallen standaard uit bakstenen muren met golfplaten daken, maar ze kunnen ook van heel materialen worden gemaakt die gangbaar zijn bij bedrijfsgebouwen.''

Het Nederweertse plan voor een agrarisch bedrijventerrein sluit aan op eerdere voorstellen om de intensieve veehouderij te concentreren in megagebouwen. Vorig jaar stelde de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO) voor om op de Maasvlakte bij Rotterdam een proef met een `agroproductiepark' voor grootschalige industriële landbouw op de Maasvlakte te houden. Daar moest een flat van zes verdiepingen van 1000 bij 400 meter worden neergezet die ruimte zou bieden aan 300.000 varkens, 1,2 miljoen kippen en een zalmkwekeri. Zo zou het fokken van varkens en andere landbouwactiviteiten in het door velen als vol ervaren Nederland veel minder ruimte in beslag nemen dan nu.

Nog radicaler was het voorstel dat het Rotterdamse architectenbureau MVRDV niet veel later deed. Dit bureau, dat bekend werd door de Villa VPRO, kwam met een tamelijk gedetailleerd ontwerp voor 44 wolkenkrabbers waarin alle 15 miljoen varkens die Nederland in 1999 telde, konden worden ondergebracht. Bovenop de varkenswolkenkrabbers had MVRDV viskwekerijen voor het varkensvervoer gedacht, onderin het gebouw zouden de varkens worden geslacht en verwerkt. Maar liefst 600 meter hoog moesten deze torens worden. In deze torens zouden de varkens meer ruimte krijgen dan ze nu meestal hebben in hun intensief gebruikte stallen: het plan van MVRDV was een combinatie van diervriendelijke, extensieve fokwijze met een extreme concentratie van fokkerijen.

De voorstellen van de NRLO en MVRDV zijn door een door rationeel. Uitgangspunt voor beide plannen is dat het massaal fokken van varkens een industrie is die in Nederland niet meer weg te denken is. Vervolgens zijn de ontwerpers aan het rekenen geslagen met statistische gegevens en hebben ze hun rekensommen omgezet in compacte, ruimtebesparende fokkerijen.

De toekomst van de landbouw in Nederland ligt in de intensieve tuinbouw en bio-industrie, bleek deze week uit een toekomstverkenning van het ministerie. Al eerder vond minister Brinkhorst het voorstel voor een varkensflat op de Maasvlakte nadere studie waard. dat Ook de PvdA en D66 zagen er wel iets in. Maar de koele rationaliteit van de karbonadefabriek bij Spijkenisse stuitte op afwijzing van het CDA, VVD en SP. SP-kamerlid Poppe vroeg zich zelfs af of minister Brinkhorst gek geworden was.

Wouter van Dieren, directeur van het Instituut voor Milieu en Systeemanalyse, wees het plan voor de varkensflat vooral af omdat volgens hem boeren van oudsher zijn gehecht en gebonden aan de grond. ,,De varkenshouderij is ontstaan dáár waar traditioneel boeren geen toekomst meer hadden, op de arme zandgrond'', schreef hij op de opiniepagina in deze krant. ,,Enkele honderden dorpen zijn voor hun sociaal-economische stabiliteit afhankelijk van de intensieve veehouderij. Behalve dat de betrokkenen met geen stok uit hun streek naar Spijkenisse zijn te verjagen, is het ondenkbaar dat de bestaande regionale infrastructuur vervangen kan worden door grootschalige concentratie in een ver industriegebied.''

Het Nederweertse agrarische bedrijventerrein biedt een oplossing voor de verknochtheid van de boeren aan hun streek: de Nederweertse varkenshouders kunnen in Nederweert blijven wonen, al is het dan niet bij hun bedrijven. Het Nederweertse plan is dan ook minder radicaal dan die van de NRLO en MVRDV, aldus Harald Kuepers, de voorzitter van Agriveer. ,,Het gaat hier beslist niet om varkensflats'', zegt hij. ,,Het is vooralsnog ook niet de bedoeling dat er op het Nederweertse bedrijventerrein iets anders dan kippen- en varkensstallen komen. Voor de vestiging van een slachterij zijn de aantallen varkens en kippen die in Nederweert worden gefokt niet groot genoeg. En voor een varkensfokker maakt ook niet zoveel uit of hij 3, 5 of 20 kilometer moet rijden, als hij de varkens eenmaal in de wagens heeft gekregen.''

De negatieve reacties van politici en andere betrokkenen op de plannen voor de concentratie van varkensfokkerijen zijn ten onrechte, vindt Hendrikx van Arcadis. ,,De mensen die schrikken van deze plannen, zouden eens moeten gaan rondrijden in Brabant en Noord-Limburg'', zegt hij. ,,Daar zie je bij bijvoorbeeld Venray en Deurne al gebieden die net zo dicht zijn bebouwd met varkensstallen als het huidige plan voor Nederweert. Dat zijn als het ware spontaan gegroeide bedrijventerreinen voor varkenshouderijen, waar de stallen op 100 meter van elkaar liggen. Alleen liggen die gebieden nu vaak wel op de verkeerde plek.''

Ook wethouder Willekens heeft weinig begrip voor de weerstand tegen het agrarische bedrijventerrein. ,,Bezwaren tegen het agrarische bedrijventerrein komen voort uit onkunde'', zegt hij. ,,Het platteland gaat er enorm op vooruit als de niet-grondgebonden landbouwbedrijven worden geconcentreerd. Concentratie betekent ook niet per se dat de fokkerijen helemaal industrieel zullen worden. Op het bedrijventerrein zullen strikte eisen gesteld worden aan de behandeling van de dieren, aan de hygiëne, aan de verwerking van ammoniak enzovoorts. De plaatselijke milieu- en natuurverenigingen in de streek zijn dan ook enthousiast over het plan.''

Of het Nederweertse agrarische bedrijventerrein doorgaat, hangt nu af van het ministerie van minister Brinkhorst. Wethouder Willekens vindt dat het ministerie van Landbouw en Visserij het plan voor het agrarische bedrijventerrein moet steunen, omdat het strookt met het van van rijksoverheidwege ingezette beleid tot concentratie van de varkensfokkerijen. ,,Bovendien heeft het ministerie zelf Nederweert aangewezen tot een pilotproject van de reconstructie'', zegt hij. ,,Daarvoor hebben we nu een uitgewerkt plan voor een volledige herinrichting van het Nederweertse land gemaakt dat al gedeeltelijk wordt uitgevoerd. Het agrarische bedrijventerrein is een wezenlijk onderdeel van dit reconstructieplan dat de steun van alle betrokkenen heeft.''

Hendrikx van Arcadis denkt dat de financiering van het agrarische bedrijventerrein zelf geen problemen zal opleveren. Tien miljoen euro is nodig voor het bedrijventerrein, en nog eens tien miljoen als vergoeding voor de huidige stallen die afgebroken moeten worden. ,,Dertig procent van de tien miljoen voor het bedrijventerrein kan door Landbouw worden betaald, dertig procent met geld van de Europese Unie en veertig procent van de ondernemers zelf'', zegt hij. ,,Het probleem is eerder dat Brinkhorst ook zal moeten betalen voor de 80 bestaande schuren en hallen die worden afgebroken. Lang niet al die schuren zijn afgeschreven, sommige ervan zijn zelfs vrij nieuw. Er bestaat een `beëindigingsregeling' voor boeren die ophouden met hun bedrijf, maar het is de vraag of deze van toepassing kan worden verklaard voor verhuizende boeren.''

Maar Agriveer-voorzitter Kuepers is optimistisch en verwacht dat het ministerie van landbouw het Nederweertse plan zal steunen. ,,De vijftien ondernemers van Agriveer zijn bereid om een bijdrage te leveren aan de `ontstening' van het buitengebied'', zegt hij. ,,Maar we kunnen niet te lang wachten. Van een van onze leden is de schuur onlangs afgebrand. Hij wil graag een nieuwe schuur bouwen op het bedrijventerrein. Maar dat moet geen kwestie van jaren worden, want hij wil zijn bedrijf zo snel mogelijk voortzetten.''

Morgen in de bijlage Thema Europese landbouw