`Ik probeer als een olifant op het water te wandelen'

De Britse schrijver Lawrence Norfolk zoekt naar voorgoed verdwenen gebeurtenissen. Zijn teksten wemelen van de voetnoten. Het `niet weten' kan hij dan ook nauwelijks accepteren.

Het Britse standaardwerk over beton heet The Structural Properties of Concrete en telt zo'n zeshonderd pagina's. Het ligt op het bureau van de Britse schrijver Lawrence Norfolk in Londen. En hij leest het ook: van A tot Z. ,,Het kost me geen moeite. Als ik over beton schrijf, wil ik ook zeker zijn dat ik er alles van weet.' Maniakaal nieuwsgierig, is hij altijd geweest, zucht Norfolk en haalt quasi-treurig zijn schouders op. ,,Ik was op school al onvermoeibaar. De leraren hielden op, lang voordat ik het leuk begon te vinden.'

Toen hij in 1991 afstudeerde aan King's College Londen, lag het voor de hand dat Norfolk zou doorgaan in de wetenschap. In plaats daarvan werd hij schrijver, zij het een schrijver die zijn boeken – twee tot nu toe – volstopt met kennis, liefst van de bizar-encyclopedische soort. De geschiedenis van de Baltische zee, verteld door een school haringen. Of de exacte omstandigheden waaronder een nijlpaard in 1515 van West-Afrika naar Italië reisde.

Wie Norfolks derde boek opslaat, In the Shape of a Boar, vertaald als In de gedaante van een beer, denkt even dat hij alsnog een proefschrift in handen heeft. Op de eerste honderdzestig pagina's vertelt Norfolk de mythe na van de jacht op het Kalydonische mannetjeszwijn door de jagers Meleager, Melanion en hun vrouwelijke collega Atalanta. Onderaan de tekst wemelt het van de cryptische voetnoten, over potscherven en Griekse teksten. Het zijn er zelfs zoveel dat ze de hoofdrolspelers letterlijk van de bladzijden afjagen, en daarnaast leiden ze ook nog een eigen leven; stem en tegenstem betwisten elkaar de waarheid, ze jagen op details die niet meer te achterhalen zijn. Op de laatste pagina's wordt het verhaal van Atalanta en het zwijn aan ons zicht onttrokken. Het speelt zich dan af in een donkere grot, en het verhaal valt, ondanks al die noten, in leemten en fragmenten uiteen. Een speciale mededeling verschaft noot 106: daarin is sprake van de Agrapha, een compendium van ongeschreven verhalen uit de oudheid, dat – hoe kan het ook anders – verloren is gegaan.

Slim

Tijdens zijn bliksembezoek aan Amsterdam vertelt Norfolk hoe het met die voetnoten uit de hand liep. ,,Mijn enthousiasme grensde aan het obsessieve; ik denk niet dat er nog veel klassieke teksten zijn die ik niet gelezen heb. Alles moest kloppen, terwijl ik wist dat niemand dat allemaal zou gaan lezen. Een Duitse journaliste vroeg me verontwaardigd of ik met al die noten zo nodig moest laten zien hoe slim ik was. Maar daar was het me niet om begonnen. Hoe slim ik ben blijkt allang uit mijn andere twee boeken!'

In zijn derde boek maakt Norfolk jacht op een agraphon. Ondanks al die noten speelt het eerste deel van In the Shape of a Boar zich af op een punt waar de westerse overlevering in een mist verdwijnt. Ook in deel twee draait het om geschiedenis die zich aan taal en verbeeldingskracht onttrekt, zij het nu niet wegens tijd, maar gruwelijkheid. Norfolk: ,,Bij mijn eerste twee boeken, Lempriere's Dictionary en The Pope's Rhinoceros, kwam ik op een punt dat er niets meer te onderzoeken viel. Dan moet je gaan verzinnen – en veel mensen achten dat ook de taak van fictie. Maar ik was nu juist op zoek naar de gebeurtenissen die voorgoed zijn verdwenen omdat ze niet zijn overgeleverd – naar de geschiedenissen die de geschiedenis niet wilde. Al schrijvend wilde ik `het niet weten' zo dicht mogelijk naderen, met mijn verhalen als het ware vlak voor die donkere grot komen te staan.'

In dat tweede deel draait het om drie episodes uit het leven van Solomon Memel, een Roemeense jood die de Tweede Wereldoorlog overleefd heeft en over zijn omzwervingen een wereldberoemd gedicht heeft geschreven, Die Keilerjagd. Solomons roem is ongekend, totdat zijn jeugdvriend Jakob Feuerstein een roofeditie van Die Keilerjagd publiceert, propvol annotaties die de authenticiteit ervan betwisten. Nog weer later, in het Parijs van de jaren zeventig, duikt zijn jeugdvriendin Ruth op, die een nouvelle vague-achtige film wil maken geïnspireerd op Solomons gedicht. Zo jaagt een ieder op zijn eigen waarheid inzake de geschiedenis van de jonge Solomon, een geschiedenis waarvan zelfs de oude Solomon het waarheidsgehalte niet meer kent. Het leven van deze Solomon Memel is losjes gebaseerd op een regel uit het werk van Paul Celan. ,,Celan wordt vaak beschouwd als een overlevende van de holocaust', zegt Norfolk. ,,Dat is waar, maar alleen in de zin dat hij nog leefde toen de oorlog was afgelopen. In zekere zin kun je de holocaust niet overleven en er tegelijkertijd getuige van zijn. Ik bedoel: strikt geredeneerd: als je een perfecte getuige van de holocaust bent, ben je dood.'

Behalve aan Celan doen de beschuldigingen aan Memels adres denken aan de affaire rond Binjamin Wilkomirski. De Zwitser Wilkomirski publiceerde in 1995 een getuigenis van zijn kinderjaren tijdens de holocaust. Het boek werd de hemel in geprezen, totdat uitkwam dat Wilkomirski zijn getuigenis verzonnen had. ,,Er kwam uit die affaire een heel zinnig debat op gang over de link tussen authenticiteit en kunst', betoogt Norfolk, ,,volstrekt verschillende zaken die vaak verward worden. Stel dat morgen wordt ontdekt dat Paul Celan een boer was uit Wyoming, dan zou daarom Todesfuge geen slechter gedicht zijn. Bij Wilkomirski school het gevaar erin, dat hij zich in lezingen en optredens als een getuige had voorgedaan. Authenticiteit heeft in onze maatschappij een hoge waarde, terwijl kunst met wantrouwen wordt bejegend. De persoon Wilkomirski schaadt dus de geloofwaardigheid van beide. Maar dat doet aan zijn boek niets af.'

Morsdood

Ondanks alle geredetwist over de authenticiteit ervan, krijgen we in In the Shape of a Boar dat ene gedicht waar het allemaal om draait niet te lezen. Het eerste deel van het boek verhaalt de mythe van de jacht op het zwijn. Het vertoont wel verwantschap met, maar het is niet Die Keilerjagd, het gedicht van Solomon Memel uit het tweede deel. Het hart van het boek, zegt Norfolk, moest natuurlijk duister blijven. ,,In the Shape of a Boar is duidelijk niet Die Keilerjagd, nee. Dat zou het boek namelijk morsdood hebben gemaakt. Dan zou het gewoon zijn: hier is een verhaal over een zwijn en dit is wat het betekent, namelijk de jacht op de waarheid. Bovendien: Die Keilerjagd geldt in het boek als een meesterwerk. Als ik het zelf had geschreven en in het boek had opgenomen, had ik het nooit zo kunnen afficheren.'

Norfolk is duidelijk geen schrijver die voor eenvoud kiest. Dat maakt het lezen inspannend, maar hij doet wèl iets zeldzaams: hij poogt het schrijven zelf een stapje verder te brengen. ,,Het uiteindelijke doel is toch om schrijvenderwijs iets te bemachtigen wat niet te beschrijven valt. Wat dat is, valt uiteraard niet precies te zeggen, maar denk aan kennis die voorgoed verloren is, of aan zoiets snels, wendbaars en ongrijpbaars als het menselijk bewustzijn. Als schrijver hol je voortdurend achter je eigen gedachten aan, je bent als een olifant die op water probeert te lopen. Toch blijft dat mijn drijfveer. De waarheid een keertje vangen op papier.'

Lawrence Norfolk: In de gedaante van een beer. De Bezige Bij, 458 blz. € 27,50