Het debat

Ad Melkert maakte op de persconferentie na het lijsttrekkersdebat een tevreden indruk. Hij had het wel een goed debat gevonden, de ballonnetjes van Fortuyn werden zo langzamerhand doorgeprikt. ,,Hij werd boos'', zei een journalist. ,,Ja'', lachte Melkert, ,,daar ben ik nog een kleine jongen bij.''

Achter hem hoorden we Balkenende opgetogen kwekken, Rosenmöller kwam relaxt binnen en vroeg om een pilsje. De lijsttrekkers leken te geloven dat ze het varkentje ditmaal aardig gewassen hadden. Ze gedroegen zich als voetbaltrainers die zich hebben aangeleerd een gelijkspel als een overwinning te interpreteren.

Alleen Fortuyn was in geen velden of wegen te bekennen. Die had het pand van de Erasmus Universiteit alweer verlaten met een veel grotere meute journalisten in zijn kielzog. De journalisten zoeken hém op, ze hebben hém nodig, in plaats van andersom.

Een persconferentie over het debat? Hij had wel wat beters te doen: hij moest elders in Rotterdam zijn kandidaten presenteren, onder wie Ferry Hoogendijk, de nieuwe schrik van het Binnenhof. En op weg naar zijn auto beledigde hij nog even Wouke van Scherrenburg van Den Haag Vandaag: ,,Mevrouw, u bent een etter'' en ,,Ga toch lekker naar huis koken.'' Zo'n uitval kan geen enkele Haagse politicus zich permitteren, maar Fortuyn wél. Intimidatie van de pers hoort bij het vak van rechtse politicus.

Was er zoveel reden voor tevredenheid voor Melkert c.s.? Ik betwijfel het. Ik had het debat op een groot tv-scherm gevolgd te midden van studenten in een afgeladen collegezaal, vlakbij de aula waar de opnamen plaatsvonden. Er zaten twee allochtone meisjes met hoofddoekjes in de zaal – de enige twee die herhaaldelijk voor Melkert applaudisseerden.

Melkert had nog geen mond opengedaan toen er al golven van honende hilariteit uit de banken opstegen. Een simpele close-up was voldoende. Zijn stijve schoolmeesterachtigheid en de kramp in zijn glimlach geven zijn uitstraling nu eenmaal een zekere sipheid, die hem in de rol duwt van de tegenspeler van de komiek: hij doet boos, en Pim Fortuyn als Louis de Funès maakt zich vrolijk. Kozen de studenten daarmee ondubbelzinnig voor Fortuyn?

Zo simpel lag het niet, zoals aan het slot bleek, toen Rosenmöller Fortuyn in het nauw dreef. De studenten joelden uitzinnig. Fortuyn jennen mocht best, als het maar goed gebeurde.

De antipathie van de studenten tegen Melkert en de rest van het paarse establishment leek groter dan hun sympathie voor Fortuyn. In talloze Nederlandse huiskamers was het vermoedelijk niet veel anders.

Melkert prees na afloop Rosenmöller om de manier waarop hij Fortuyn aan het slot op zijn nummer had gezet. Een aardig compliment, maar niet zonder bijsmaak, want waarom had hij het niet zelf gedaan?

Om nog maar te zwijgen van Dijkstal, de goeierd, die er de hele tijd bij zat als het braafste jongetje van de klas, wachtend op het dodelijke compliment van de meester: ,,Jongens, rustig een beetje, kijk nou naar Hans zó kan het ook.''

Paars is nog steeds op weg naar een van de grootste electorale debacles ooit.