EU bewijst Balkan opnieuw slechte dienst

Pappen en nathouden, bij gebrek aan visie, is al tien jaar de kern van het Europese Balkanbeleid. De EU heeft het patent op het invriezen van problemen, in plaats van ze op te lossen. Het recente `akkoord' over de toekomst van de Joegoslavische federatie dat Javier Solana namens de Europese Unie de leiders van Servië en Montenegro afdwong – met het mes op de keel – is een nieuw staaltje van dat pappen en nathouden. De lof die Solana inmiddels door EU-collega's is toegezwaaid voor zijn `oplossing' van het probleem van het lastige, want naar onafhankelijkheid strevende Montenegro kan niet verhullen dat het Europese Balkanbeleid opnieuw een draak van een constructie heeft gebaard.

Veel is nog vaag over de inhoud van het akkoord. Maar duidelijk is dat Montenegro de droom van de onafhankelijkheid voor drie jaar invriest: het blijft bij Servië. De federatie Joegoslavië maakt plaats voor een nieuwe staat met de naam `Servië en Montenegro' (lang en onwerkzaam, maar altijd nog korter dan het belachelijke `Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië'). Dat `Servië en Montenegro' zal geen federatie, geen confederatie en geen unie worden maar iets ,,compleet origineels'', zoals de scheppers van de constructie hebben gezegd. Vast staat ook dat Servië en Montenegro twee valuta zullen hanteren, de dinar en de euro, en twee nationale banken, twee banksystemen, twee douanesystemen, twee economische systemen, twee hervormingsmodellen gaan hanteren. Gemeenschappelijk hebben ze slechts een overkoepelende regering met maar vijf ministeries (Buitenlandse Zaken, Defensie, Internationale Economische Betrekkingen, Interne Economische Relaties en Bescherming van de Rechten van de Mens en de Minderheden). Pas na drie jaar mag Montenegro doen wat het al jaren dreigt te doen: een referendum organiseren over afscheiding.

Het `akkoord' heeft in Montenegro onmiddellijk tot een crisis geleid: de Montenegrijnse president Milo Djukanovic, kampioen van de zaak van de onafhankelijkheid van zijn land, is door zijn politieke bondgenoten tot verrader bestempeld omdat hij heeft ingestemd met een bevriezing van de droom. Hij heeft nu de keus: òf hij verdwijnt naar de oppositie en de vergetelheid, òf hij sluit zich aan bij zijn vijanden, de pro-Servische, pro-Joegoslavische (en nog behoorlijk Miloševic-gezinde) socialisten. Het `akkoord' van Belgrado heeft in Montenegro de tweedeling tussen `witten' (pro-Joegoslavië) en `groenen' (pro-onafhankelijkheid) geenszins weggenomen – integendeel. Dat Solana in Belgrado een nieuwe staat heeft gesticht zonder de inwoners te vragen is kwetsend voor àlle Serviërs en Montenegrijnen.

Treuriger nog: het `akkoord' van Belgrado is een belediging van juist die Montenegrijnen die al jaren ijveren voor onafhankelijkheid en aansluiting bij `Europa' (de jongeren, de stedelingen en de intellectuele elite); het is een prachtige beloning voor uitgerekend de Montenegrijnse neo-communisten die van dat Europa niets willen weten.

Inmiddels is ook voor de Serviërs die de oude federatie met Montenegro wilden handhaven duidelijk dat de door Solana bedachte nieuwe constructie onwerkzaam is, een doodgeboren kind en een recept voor méér spanningen en mogelijk zelfs geweld. Een staat met twee valuta, twee economische, bank- en politieke systemen kan niet werken. De onderlinge handel wordt duur, gecompliceerd en inefficiënt. ,,In feite is dit een akkoord over een vreedzame scheiding van Servië en Montenegro'', zo verzuchtte de president van de Joegoslavische Nationale Bank (die straks de Servische Nationale Bank wordt), Mladjan Dinkic. Steeds meer politici zijn het daarmee eens: een staat die alleen het buitenlands en defensiebeleid regelt is geen staat. Volgens de jongste opiniepeiling zijn de gewone Serviërs er inmiddels ook achter dat er geen gemeenschappelijke Servisch-Montenegrijnse toekomst is: voor het eerst is meer dan de helft – 51,2 procent – van de Serviërs voor een onafhankelijk Servië; nog maar 41,9 procent wil de banden met Montenegro handhaven, in een federatie zoals die er nu is, wel te verstaan. Velen gaan ervan uit dat de nieuwe staat zelfs de eerste drie jaar niet volmaakt. De volksmond noemt de nieuwe staat spottend `SM' of `Solania'. De Servische minister van Justitie heeft alvast een referendum over de onafhankelijkheid van Servië voorgesteld.

De reden waarom de Europese Unie de kwestie-Montenegro per se wilde `oplossen' door de Montenegrijnse onafhankelijkheid te voorkomen, ligt voor de hand: als de Montenegrijnen zich mogen afscheiden, eisen morgen de Kosovaren hetzelfde recht, volgen overmorgen de Bosnische Serviërs en de dag daarna de Bosnische Kroaten en de Vojvodijnen. Maar of Servië en Montenegro nu samen blijven of niet: de Kosovaren zullen sowieso om onafhankelijkheid blijven roepen en de loyaliteit van de Bosnische Serviërs jegens de staat Bosnië-Herzegovina neemt niet toe nu de Montenegrijnen met de Serviërs binnen één staat moeten blijven (met nota bene het recht over drie jaar alsnog hun eigen weg te gaan). Die loyaliteit moet binnen Bosnië zelf worden afgedwongen.

De EU heeft opnieuw een probleem `opgelost' met overwegingen in het achterhoofd die niets met het probleem zelf te maken hebben. Het resultaat is er naar: Solana heeft in Belgrado een rookgordijn opgetrokken waarachter zich niet alleen een onopgelost probleem bevindt, in de vorm van twee staten die elkaar beu zijn, maar ook een blijvend Europees onvermogen. De zaak van de stabiliteit van de Balkan is opnieuw een bar slechte dienst bewezen.

Peter Michielsen is redacteur van NRC Handelsblad.