De troost van meeuwen

Theatergezelschap Dogtroep treedt op in het Penitentiair Complex Brugge. Acteurs en gevangenen spelen samen in cellen, bezoekers moeten door een metaaldetector.

,,Droogvis is het lekkerste dat ik vind op aarde, geloof me. Ik ben geen culinair aangelegd persoon, verre van dat. Droogvis is een uitstervend ras. Ik ben altijd op zoek naar droogvis, vooral in de zomer. Ik geef die zoektocht niet op.'' Aan het woord is een gedetineerde uit het Penitentiair Complex in Brugge. Hoe lang hij in de gevangenis moet verblijven en waarom hij is gestraft, dat zegt hij niet. Maar aan de sombere, wat berustende toon van zijn stem te horen, is de strafmaat niet gering.

Deze gevangene vertelt zijn verhaal aan de leden van het Amsterdamse gezelschap Dogtroep, een theatergroep die uitsluitend toneel brengt op locatie. Eerder maakten ze een voorstelling in de gloednieuwe Passenger Terminal aan een Amsterdamse havenkade. Dat ging over afscheid nemen, vertrekken en verdwalen in grote, openbare ruimtes. Dit jaar is Brugge Culturele Hoofdstad 2002. De Dogtroep werd uitgenodigd voor een voorstelling. Regisseur Titia Bouwmeester ging met de groep rondkijken. Ze zagen verantwoorde kasteeltjes, keurige musea. Tot ze bijtoeval langs de gevangenis reden, gelegen aan een van de drukke uitvalswegen, die, bijna te symbolisch, de Legeweg heet. Voor wie eerst de pittoreske binnenstad heeft bekeken, oogt het Penitentiair Complex als een futuristische verschijning met de hoge blinde muren, slotgracht eromheen, spiedende camera`s, prikkeldraad, spiegelende vensters en kale grasvelden zonder bomen. Dogtroep besloot: ,,Hier maken we de nieuwe voorstelling.''

Op het ogenblik verblijven er 750 gedetineerden in de gevangenis. Bijna evenveel niet-gevangenen zijn bij de inrichting betrokken. Vijfhonderd man bewakings- en technisch personeel; verder de directeur, acht adjunct-directeuren en geneesheren, aalmoezeniers, psychologen en verpleegkundigen. In België bezit 1,5 gevangene één man personeel. Het is een maatschappij in een maatschappij. Vanuit de ramen zie je de torens van de stad, dichtbij. ,,Maar'', zegt regisseur Titia Bouwmeester, ,,de gevangenis is een vacuüm. Aan lange, betegelde gangen liggen de cellen, afgesloten met staalhard glas en tralies.''

Gretigheid

Er is geen sterker metafoor voor het verlangen naar vrijheid dan de gevangenis. Daarom gaat de voorstelling, die Dogtroep in de gevangenis heet, over verlangen. Titia Bouwmeester en regisseur Aike Dirkzwager hebben tal van gedetineerden gesproken, die audities deden. Een van hen moest zo hard schreeuwen dat haar stem tot buiten de gevangenismuren was te horen. Het viel de Dogtroep op met hoeveel energie en gretigheid de mannen en vrouwen hun verhaal vertelden. ,,Verlangen'', zegt Bouwmeester, ,,dat is gaandeweg de kern van de voorstelling geworden. Een gedetineerde vertelt over het verlangen naar een glas wijn, de ander over `droogvis', wat wij stokvis noemen. Twee gevangenen raakten verliefd op elkaar en onderhouden met geheimzinnige tekens communicatie. Door de smalle ruimte tussen de tralies door strooien de gevangenen brood naar de meeuwen. Die vertegenwoordigen de vrijheid. Vliegende meeuwen troosten de gevangenen.''

De samenwerking tussen Dogtroep en het Penitentiair Complex verloopt goed. De directie was meteen bereid de gevangenis transparanter te maken, want bij de reeks voorstellingen is het de bedoeling dat publiek van buiten komt kijken. Dat laatste is uitzonderlijk. Doorgaans is toneel in de gevangenis uitsluitend bestemd voor de gevangenen. Maar de Dogtroep mag beschikken over een werkplaats, de leden kunnen zich betrekkelijk vrij bewegen en gesprekken voeren met de gevangenen. De voorstelling maakt deel uit van culturele en sportieve voorzieningen die de gevangenis biedt, de VOS: dat staat voor Vorming Ontspanning Sport.

In het gebouw bevindt zich ook een schouwburgzaal met podium, fluwelen gordijnen en al. Hier zijn theatervoorstellingen te zien en kan voor de gevangenen een fictieve wereld gecreëerd worden. Er zijn talencursussen, kooklessen voor vrouwen en sociale-vaardigheids-trainingen. De schrijnwerkerij voorziet in de behoefte van gevangenen die iets willen maken. De Brugse bibliotheek zorgt voor een wisselende collectie boeken.

Toch kwam er kortgeleden een kink in de kabel. Een journalist vermomde zich als chauffeur en verschafte zich zo toegang tot de cel van de zwaar bewaakte Dutroux.Het ministerie van Justitie in Brussel reageerde geschokt en vaardigde strengere regels uit voor alle gevangenissen. Op de ochtend dat ik de gevangenis bezocht kwamen de missieven uit Brussel net binnen. Even leek de transparantie van de Brugse inrichting bedreigd te worden. In elk geval wordt het toezicht veel strenger en zijn televisiecamera's verboden. De schrijvende pers moet een aanvraag in Brussel indienen, waarop het antwoord lang kan duren. Ik had geluk, ik mocht de gevangenis in.

De Dogtroep is slim en vermijdt elke suggestie dat de voorstelling gaat lijken op `aapjes kijken'. De meespelende gevangenen zijn niet te onderscheiden van de acteurs. Ze dragen dezelfde kostuums, terwijl hun medegevangenen in het grijs gestoken zijn (de mannen) of met een roze schort voor (de vrouwen). De bewakers wilden niet aan de voorstelling meedoen. Ze vreesden dat hun gezag over de gevangenen ondermijnd zou worden. Want de strafinrichting is niet voor niets een van de zwaarst bewaakte en grootste van Vlaanderen. De mannen en vrouwen in hechtenis zijn berecht voor zware tot zeer zware delicten. Sommige zijn ook `little criminals'. Of vluchtelingen uit landen waar oorlog woedt.

Kruis

De voorstelling heeft de vorm van een wandeling door de gevangenis, die als een kruis is gebouwd. Loodrecht op het langwerpige hoofdgebouw staan de vleugels met de cellen. Op het moment dat het publiek de hoofdpoort binnengaat, begint het al. Het ijzeren hek laat slechts één toeschouwer per keer binnen. De deur kan alleen van binnen geopend worden. Elke toeschouwer moet de metaaldetector passeren, het paspoort tonen. Per avond is er plaats voor tachtig toeschouwers. In de ontvangstzaal, de refter, luisteren zij via luidsprekers naar verhalen die de gevangen hebben verteld. Dan splitsen de bezoekers zich in groepen van twintig op en krijgen ze toegang tot enkele cellen waar Dogtroep-acteurs en gevangenen scènes spelen, geïnspireerd op belevenissen van de gevangenen.

,,Hier verlies je elke identiteit'', zegt Titia Bouwmeester, ,,alles wat je tot mens maakt wordt je afgenomen. Je hoeft niet na te denken over de kleren die je draagt, je hebt geen verantwoordelijkheden. De vraag is hoe een gevangene onder deze omstandigheid zijn identiteit kan behouden. Je wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Je bent nooit alleen, er is geen andere plek op de wereld waar je altijd bekeken wordt. Bewakers kunnen elk ogenblik een blik werpen in je cel. Die doorzichtigheid krijgt vorm in een scène, waarin op het hoofd van een pop teksten van gevangenen worden geprojecteerd. In een andere scène staat een gevangene in de `bak', de luchtplaats. De toeschouwers kijken naar hem vanuit de observatieplaats. Aan zijn lichaam zijn kleine zendmicrofoons bevestigd. Het geluid klinkt in versterkte kracht in die waarnemingspost. Dat moet de toeschouwer het gevoel geven onophoudelijk bespied te worden.''

De architectuur van de gevangenis, die in 1991 in gebruik werd genomen, is strak, functioneel, zakelijk. Geen golving, geen gebogen lijn. Daarom creëert Dogtroep in een luchtplaats een vloer, die kan gaan golven zoals de waterspiegel van een vijver dat doet wanneer er een steen in wordt gegooid. Aan het slot volgt geen applaus, laat Titia Bouwmeester overtuigd weten: ,,De toeschouwers zullen hun beklemming niet van zich af kunnen schudden of wegklappen, zoals in een reguliere theatervoorstelling. Eén van de gevangenen, een vrouw, heeft haar straf aangrijpend verwoord en haar tekst zou je als het dramatische leidmotief kunnen beschouwen. Ze zegt: `Ik kan het gewoon niet meer, dat wachten. Ik kan het niet aan. Je kunt hier niet stipt zijn, te laat of te vroeg, dat maakt niet zoveel uit. Ik vind dat verschrikkelijk.' Een man verwoordt dat wachten, hij zegt: `Ieder moment van de dag kijk ik naar ons uurwerk. Geen enkel element van ons leven is meer bepalend dan dat element waarvan ik nu spreek. Ik weet dat de autobus er nu aan komt of dat een vliegtuig vertraging heeft.'''

Het verlangen overheerst, naar wijn, naar een `platte vis als de schol die je middendoor langs de graat moet opensnijden', zoals een vrouwelijke gevangene memoreert. Zij en alle anderen moeten daar blijven achter stalen deuren die met reusachtig lawaai dichtslaan, achter betonnen muren, misschien jarenlang, misschien levenslang. De toeschouwers staan na de voorstelling weer buiten, in de vrijheid.

,,We kiezen voor deze locatie'', zegt Titia Bouwmeester, ,,omdat de thematiek van het verlangen naar vrijheid en het verlies van de eigen identiteit op geen andere plek zo dramatisch en authentiek tot uitdrukking komt.''

Dogtroep in de gevangenis van Brugge. Penitentiair Complex Brugge, Legeweg. 26/3 t/m 6/4. Inl: 020-6321139. De voorstelling is ook te volgen op de website www.dogtroep.nl.