De stilte ligt diep in hem ingebed

Het decor van Manon Uphoffs novelle De vanger is een oud, vervallen landhuis met aan de muren grote aantallen zwartwitfoto's. In het huis woont een vrouw die een liefdesrelatie begint met een timmerman, de restaurateur van het huis. Haar geschiedenis leest hij min of meer af aan de foto's. Aan het eind van het verhaal vernemen we dat de vader van de vrouw een fotograaf was die haar en haar vijf broers als model gebruikte. De moeder verdween op een vroeg moment met een minnaar uit hun leven.

Niets berust op toeval in deze beeldend geschreven, suggestieve novelle. De vertelling zou ingegeven kunnen zijn door een foto of een verstard filmbeeld van twee ongemakkelijk bij elkaar zittende onbekende mensen, vermoedelijk dertigers, in een druk grand café. Het is een van de laatste scènes uit De vanger. De schrijfster heeft, zo lijkt het, op een soortgelijk beeld haar fantasie losgelaten: wie zijn deze non-descripte mensen, wat is hun geschiedenis?

Veel komt ze niet van hen te weten. De man en de vrouw blijven naamloos, net als Adam en Eva in het eerste van de drie aan hen gewijde verhalen in Genesis. Aanvankelijk doet dat geforceerd aan, tot duidelijk wordt dat hier niet zomaar een verhaal over een willekeurig of uniek liefdespaar wordt verteld, maar een universele liefdesgeschiedenis. Of zijn alle unieke liefdesverhalen universeel? De man en de vrouw doorlopen in ijltempo alle stadia van de liefde: verliefdheid, begeerte, versmelting, wederzijdse gijzelneming, jaloezie, achterdocht, verzoening, bindingsangst, besef van eenzaamheid, verwijdering.

Op het omslag van deze qua formaat, omvang en thema aan het boekenweekgeschenk van Anna Enquist verwante novelle, staat een rode appel afgebeeld met een hap eruit. De associaties met het bijbelverhaal zijn talrijk: de man en de vrouw krijgen het beheer over het huis en de parkachtige tuin, begaan de onvermijdelijke zonde met het bekende gevolg, de verdrijving uit het paradijs.

In de flaptekst wordt al prijsgegeven dat de man op een nacht per ongeluk hun pasgeboren baby uit zijn handen zal laten vallen. Aan de spanning van het verhaal doet deze mededeling vooraf niets af: de val van het kind uit de handen van de vader kan immers overdrachtelijk bedoeld zijn, zoals met zoveel voorvallen in deze parabel het geval is. Bovendien zorgen de verwikkelingen met het kind hooguit voor een uitvergroting van de relationele problemen waarin man en vrouw hoe dan ook verstrikt zouden zijn geraakt.

De desolate afbeeldingen aan de wand waar Uphoff ons het hele verhaal door naar laat staren worden niet ingekleurd. Wel levert ze in staccatozinnetjes veelzeggende bijschriften. De man is iemand in wie `stilte diep ligt ingebed'. Als hij het kind heeft laten vallen en zich verstijfd van angst aankleedt om te vluchten, heet het `tinnen man kleedt zich aan'. De vrouw weet in een terugblik dat ze verliefd op hem werd om zijn handen. `Ze dacht: iemand die dingen kan maken.' Het zijn dezelfde handen waar het kind uit glijdt.

Over de vrouw komen we te weten dat ze haar vader, de fotograaf, meneer moest noemen. Ze heeft hem verzorgd tot zijn dood. `Moest hij plassen dan hielp ze hem met een zakje dat om zijn krimpend lid werd vastgemaakt.' Deze scène keert later terug met haar geliefde. Als hij moet plassen, `vouwt ze haar handen om zijn lid, als een kopje. Doe hier maar, zegt ze.'

Zou de, in de context van het verhaal, onverklaarbare titel De vanger op deze plastisch beschreven beelden zijn terug te voeren? Onwaarschijnlijk. Eerder nog lijkt de titel ontleend aan J.D. Salingers The Catcher in the Rye. `If a body catch a body coming through the rye', citeert hoofdpersoon Holden een dichtregel, die zijn zusje corrigeert. Het moet zijn: `If a body meet a body ...' Het verschil tussen iemand ontmoeten en iemand vangen, dan wel gevangen houden. Daarover gaat het in de liefde en daarover gaat het ook in De vanger. In de zo goed bij haar passende beknopte vorm roept Uphoff met een minimum aan woorden een huiveringwekkend drama op. Iets minder bizar misschien dan we van haar gewend zijn, maar wel het beste dat ze tot nu toe heeft gemaakt.

Manon Uphoff: De vanger. Podium, 92 blz. € 10,–