Bloem wordt dans

Kunst is geen wedstrijd. Maar het is verleidelijk om de plantentekeningen van Henri Matisse en Ellsworth Kelly te vergelijken.

Hun leven lang hebben Henri Matisse (1869-1954) en Ellsworth Kelly (1923) planten getekend. Er zijn wonderlijke overeenkomsten tussen deze tekeningen. De laatste bladen van Matisse komen zelfs zó dicht bij de vroege van Kelly dat ze bijna door dezelfde persoon gemaakt lijken te zijn. Zoals de kamerplant Cineraria, met zijn diep ingesneden, ovalen bladeren, van Matisse (21 x 13,7 cm, 1946) en een langwerpige bloementoorts van Kelly (44,5 x 29,2 cm, 1949), beide in pen en inkt. De planten zijn in contouren weergegeven, zonder modelé en zonder enige nadere detaillering, los van een context en bevrijd van ieder connotatie. Het is pure vorm. Sublieme tekeningen zijn het, gedaan met een meesterlijk gevoel voor ritme en voor plaatsing van het motief op het blad.

Kelly en Matisse zijn beroemd als colorist. Maar juist het tekenen in zwart-wit was voor hen de methode om de wereld te leren waarnemen en om het waargenomene ogenblikkelijk, op het moment zelf, weer te geven. Jaar in jaar uit bestudeerden zij planten en bomen – vijg, ficus, oostindische kers, blauwe regen, catalpa, eik, om er enkele te noemen – en voor beiden was deze praktijk van tekenend kijken en kijkend tekenen het hart van hun kunstenaarschap. ,,Wanneer ik teken probeer ik mijn hersenen helemaal leeg te maken van iedere herinnering zodat ik alleen maar het moment van het nu ervaar'', aldus Matisse in 1948. En Kelly zei nog onlangs, in 1999: ,,I'm looking, I'm drawing all the time.''

De directe manier van werken verleent aan de tekeningen een grote spanning en vitaliteit. Die éne lijn moet het leven van de plant vatten. Een contradictie, want in de natuur bestaan immers geen contouren. De contour is dematerialisatie, het beeld wordt ontdaan van zijn inhoud, wordt in zekere zin leeggemaakt. Wat overblijft is het leven dat geschapen is door die mysterieuze samenwerking van oog en hand een triomf van de geest over de materie. ,,Je moet altijd zoeken naar het verlangen van de lijn, naar het punt waar de lijn wil komen of sterven'', schreef Matisse in een brief.

Er zijn niet alleen overeenkomsten, maar ook grote verschillen tussen de tekeningen van de twee meesters. En zoals dat meestal gaat: hoe langer je kijkt, hoe groter de verschillen worden. Matisse houdt van woekering, van de rijkdom, wanorde en overdaad van het plantenleven. Hij zoekt naar het organische, naar het leven in al zijn beweging en vluchtigheid. Bij Matisse is de lijn nooit definitief, zelfs niet in de meest abstracte tekeningen uit de jaren veertig. De lijn aarzelt, wordt gecorrigeerd, de lijn verdikt zich, verdunt zich weer en evoceert hiermee de zinnelijke curve van een citroen, of de trilling van kleine bladeren aan een twijg. Bij Matisse is er een bewuste weigering om de vorm te voltooien, af te maken. De contouren van het blad sluiten zich meestal niet, de lijn die de buik van een vaas beschrijft houdt net aan het einde van de welving op.

Matisse heeft het motief niet altijd letterlijk voor ogen. Volgens hem moet de kunstenaar zich zozeer met het ritme van de natuur identificeren dat hij in staat is om dat ritme in een eigen taal uit te drukken. Soms tekent hij uit het geheugen, of met de ogen gesloten. Het is te zien: de tekening gaat zijn eigen leven leiden, de bloem wordt een dans of verandert in een vrouwenlichaam. Het is net als in zijn schilderijen, waar bloemen in een vaas, vrouw aan tafel, uitzicht door het raam, alles met elkaar verweven is in een vreugdevol spel van vorm en kleur.

In de jaren veertig beleefde Matisse een `bloei' (in een brief aan zijn zoon Pierre) in zijn tekenkunst, waarbij, na vijftig jaar van inspanningen, alles vanzelf lijkt te gaan. Eindelijk weet hij ,,een grote variatie aan gewaarwordingen uit te drukken met een minimum aan middelen''. En dan, in 1947, is het plotseling voorbij: ,,Ik word helemaal in beslag genomen door de kleur, en de tekeningen interesseren me niet meer.'' Het is de tijd van de `papiers découpés', de knipsels van gekleurd papier die het hoogtepunten in zijn oeuvre zijn, waarbij contour en kleur volledig samenvallen.

Hyacint

Kelly begon met zijn plantentekeningen daar waar Matisse ophield. In 1949 arriveerde hij in Parijs. Een van de eerste dingen die hij deed was aan een bloemenstal een hyacint kopen en die tekenen. Twee jaar eerder had Kelly een zelfportret geschilderd waarbij hij een doornige plant vasthoudt. Onmiddellijk vond hij zijn stijl: strenge, sobere tekeningen, `leger' dan die van Matisse. Kelly's manier van kijken is gebaseerd op wat hij noemt de onpersoonlijke observatie van de vorm. ,,Niets is gewijzigd of toegevoegd: geen schaduw, geen tekens op het oppervlak. Er is geen persoonlijke expressie of abstractie. (...) Mijn eerste les was om objectief te kijken, ieder betekenisgeven uit te wissen. Alleen dan is het mogelijk om de ware betekenis te begrijpen en aanvoelen.'' (Uit: Notes, 1969).

Bij Kelly ontstaat het motief niet, als bij Matisse, al tekenend, maar grotendeels door beslissingen vooraf. Hij ziet niet zozeer `in de natuur', maar `in de vorm'. Planten zijn voor Kelly de ideale basis voor een abstracte manier van kijken: ze hebben voor hem geen symboliek, en in tegenstelling tot Matisse vermijdt hij elke connotatie met de wereld buiten de plant.

Het is natuurlijk maar de vraag in hoeverre het mogelijk is om objectief waar te nemen. Maar wie de tekeningen van Kelly beziet, begrijpt wat Kelly bedoelt en begrijpt ook welke enorme concentratie, discipline en rigoreusheid nodig zijn om tot dergelijke tekeningen te komen. Onovertroffen is bijvoorbeeld een `Waterlelieblad' uit 1968, bestaande uit twee continue potloodlijnen, een voor het blad en een voor de stengel. Ze beschrijven in een vloeiende beweging de ruimte van het blad papier, in een prachtige, ademende herhaling van curven. Ook hier zijn, als bij Matisse, minimieme verdikkingen in de lijn te zien, maar ze functioneren niet om de plant af te beelden. Ze komen eenvoudig voort uit de beweging van de hand met het potlood. Je ziet die hand gaan, de kleine onregelmatigheden in de curve zijn noodzakelijk en ontstaan op dezelfde manier als de onregelmatigheden in het lelieblad. Zelden kom je zó dicht bij het kunstwerk en het scheppingsproces dat eraan vooraf is gegaan als hier.

Oppervlakkig bezien bestaat er geen relatie tussen Kelly's tekeningen en zijn grote colorfield schilderijen. Maar die overeenkomst is er wel degelijk. In feite doet hij in beide gevallen precies hetzelfde. Zijn ambitie met het schilderen is, zoals hij ooit zei, `to make color real'. ,,Het is niet de materie van de rots die me interesseert, noch het feit dat het een rots is, maar het is zijn massa en zijn schaduw.'' In Kelly's schilderkunst beschrijft de kleur geen vorm, maar is vorm. Zo ook met zijn tekeningen: de lijnen beschrijven de vorm niet, maar zijn vorm.

Kelly weigert te kiezen tussen abstractie en figuratie. Zijn schilderijen zijn, net als de plantentekeningen, gebaseerd op de directe waarneming: een heuvelrug, een deuropening, de curve van een brug, de welving van een lichaam. En steeds zien we de wetmatigheid dat hoe harder en hoe spaarzamer het beeld is, hoe beter het is. Zodra Kelly details tekent, bijvoorbeeld de doornen aan een rozenstengel, verliest het beeld aan scherpte en concentratie.

De beeldende kunst is vol paradoxen. Want de tekeningen van Matisse, die zegt het motief niet per se voor zich te hoeven hebben en die ook uit het geheugen of met gesloten ogen tekent, blijven afbeeldingen van de werkelijkheid. En Kelly, die niet kan werken zonder de plant voor ogen te hebben en die streeft naar een objectieve waarneming zodat hij een `kopie' van de plant (in zijn woorden) kan tekenen, blijkt juist helemaal geen slaaf van de waarneming te zijn. Kelly definieert alles precies op de rand, op het scherpst van de snede. Bij hem hebben de planten zich volledig verzelfstandigd tot zuiver beeld.

Kunst is geen wedstrijd. Maar altijd is maar één kunstenaar de beste, is maar één werk het beste. Op deze fantastische tweemanstentoonstelling is Kelly de winnaar.

Henri Matisse/Ellsworth Kelly: dessins de plantes. Tot 8 april in Centre Pompidou, Parijs. Inl. 0033 1 44781233 of www.cnac-gp.fr