Biagi was moderniseerder van inflexibel systeem

De moord op Marco Biagi laat zien hoe hoog de sociale spanningen in Italië zijn opgelopen. De grootste vakbond is tegen pogingen de arbeidsmarkt flexibeler te maken.

Het communiqué van de linkse terroristen die verantwoordelijk zijn voor de moord op Marco Biagi liet er geen misverstand over bestaan: deze links-liberale econoom en arbeidsrechtsdeskundige is vermoord omdat hij meewerkte aan plannen voor ,,uitbuiting van de loonwerker''.

In andere landen en andere optieken zou Biagi een hervormer zijn geweest, een moderniseerder. Maar voor de splintergroep van de Rode Brigades die de aanslag heeft opgeëist was hij een vertegenwoordiger van de ,,imperialistische bourgeoisie''. Als je de gedateerde ideologische termen wegstreept, zit je midden in de felle discussie tussen het kabinet en de bonden over plannen van de regering van premier Berlusconi om de arbeidsmarkt flexibeler te maken.

Rechts en een groot deel van politiek links zijn het erover eens dat dit hard nodig is. In alle rapporten komt Italië met Griekenland en Portugal naar voren als het land met de laagste arbeidsflexibiliteit. Decennia van compromissen tussen de twee partijen die het naoorlogse beeld hebben bepaald, de christen-democraten en de communisten, geen aanhangers van het marktdenken, laten als erfenis een star bestel achter.

Italië worstelt met ,,de schandalige werkelijkheid van de slechtste arbeidsmarkt van Europa: op het gebied van arbeidsparticipatie, duur van de werkloosheid, omvang van het zwartwerken, rol van parttime, ongelijkheid tussen een minderheid van hyperbeschermde arbeiders en een meerderheid met weinig of geen bescherming,'' schreef de linkse econoom Franco Debenedetti gisteren in Il Sole 24 Ore. Jongeren doen er vaak jaren over voordat ze een baan vinden, en een groot deel van de economie is zwart, vooral in het zuiden.

Het kabinet-Berlusconi heeft, met medewerking van de nu vermoorde Biagi, een Witboek gepubliceerd met een afgewogen pakket voorstellen tot verandering. Maar in de uitwerking daarvan in wetsvoorstellen en decreten is er een aantal zaken uitgepikt die de indruk wekken dat Berlusconi allereerst wil proberen de macht van met name de grootste vakbond, de linkse CGIL, te breken. Die reageerde woedend, en concentreerde haar verzet op het voorstel tot verandering van het omstreden artikel 18 van het Arbeidsstatuut uit 1970.

Dat artikel gaat over beroep tegen ontslag. Werknemers bij bedrijven met meer dan vijftien werknemers hebben zo'n ruime mogelijkheid om ontslag aan te vechten, dat de rechter hun bijna altijd gelijk zal geven. Voor veel kleinere bedrijven is dit heel vaak reden om niet verder te groeien. De werkgeversorganisatie Confindustria ziet deze bepaling dan ook als een van de belangrijkste belemmering voor economische groei.

Het kabinet heeft voorgesteld om als proef artikel 18 vier jaar op te schorten in drie gevallen: als een bedrijf wil groeien, als zo zwartwerkers legaal worden, en als bedrijven in het zuiden, waar de werkloosheid buitengewoon hoog is, tijdelijk contracten willen omzetten in vaste.

De CGIL ziet dat als een gat in de dijk van de rechten van de arbeider. Ook de voorgestelde proef komt volgens deze bond neer op een vrijbrief voor willekeurig ontslag. De CGIL heeft haar verzet de afgelopen weken hard uitgeschreeuwd. Artikel 18 werd zo een spierballentest. Dat is een tactische blunder van de regering, die beter had kunnen beginnen met andere voorstellen uit het Witboek.

Voor de linkse krant La Repubblica laat dit opnieuw zien hoe moeilijk het is dingen te veranderen in Italië. ,,Ze vermoorden een cultuur die haaks staat op het `tribalisme' van de Italiaanse politiek, die je verplicht om je bij de ene kant of de andere te scharen. Zo proberen ze de hoop te vermoorden op een beter land die ligt bij pragmatisch en geleidelijk reformisme.''