Berlijn als één warme familie

Legaal of illegaal, naar het Westen komen ze toch. De Vietnamezen, de Ghanezen, de Russen en al die andere armoedzaaiers uit onderontwikkelde landen. Wladimir Kaminer (1967) is zo'n armoedzaaier en daar gaat hij niet onder gebukt. Over zijn migrantenleven in het sjofele deel van Berlijn schrijft hij montere verhalen. Wie Russendisco uit heeft, die is gegarandeerd een vrolijker mens dan voorheen.

Want Kaminer roept de avonturier in ons wakker. Een avonturier kan veel hebben, de hoofdzaak is dat hij iets meemaakt in een omgeving die hij nog niet helemaal snapt. Zo voelt hij zich weer een beetje kind. En omdat de nieuwe wereld hem verbaast, komt ook de oude wereld in een wonderlijk licht te staan.

De oude wereld: dat is voor Kaminer het Moskou van de communisten. In Wladimirs kinderjaren hebben zij nog wat te vertellen. Bijvoorbeeld over zijn vader. `Mijn vader probeerde ieder jaar opnieuw tot de Partij toe te treden. (...) Ieder jaar liep zijn voornemen op dezelfde klip stuk. ,,Wij waarderen je enorm, Viktor, jij bent voor altijd onze beste vriend', zeiden de activisten. ,,We hadden je ook graag in de Partij opgenomen. Maar je weet het zelf toch ook wel, je bent jood en je kunt te allen tijde de benen nemen naar Israël.',,Maar dat zal ik toch nooit doen', gaf mijn vader ten antwoord. ,,Natuurlijk zul jij de benen niet nemen, dat weten we allemaal, maar zuiver theoretisch gezien zou het toch mogelijk zijn? Stel je voor, dan staan we voor gek.' Zo bleef mijn vader voor altijd kandidaat.'

Via de vader, die zonder partijlidmaatschap een carrière in het bedrijfsleven wel kan vergeten, ontdekt de zoon het merkwaardig beargumenteerde Russische antisemitisme. Maar dat is niet eens de belangrijkste reden voor zijn vertrek uit Moskou. Hij is gewoon jong en benieuwd naar andere steden. In 1990 ruikt hij zijn kans. Het gerucht gaat dat Erich Honecker joden uit de Sovjet-Unie toelaat, bij wijze van schadeloosstelling omdat de DDR nooit meedeed aan de Duitse betalingen aan Israël. Wladimir koopt een treinkaartje naar Berlijn, hij krijgt een Oost-Duits legitimatiebewijs en een plaatsje in een tehuis, en dan is de DDR alweer verleden tijd. `De eersten krijgen altijd het beste', schrijft Kaminer in het jaar 2000. En hij legt uit dat de joden die na de hereniging in Duitsland arriveerden aan veel strengere regels voor opname werden onderworpen.

Met een paar vrienden, die er net zo vroeg bij waren als hij, vormt hij een avantgarde van durfals. Het tehuis met de kijvende Vietnamezen houden zij al snel voor gezien. Ze sluiten zich aan bij de krakers van Oost-Berlijn en hebben ook nu weer geluk, want de woningen die zij betrekken zijn van alle gemakken voorzien. De vorige bewoners, DDR-burgers die stiekem en snel moesten vluchten, hebben zelfs ondergoed achtergelaten.

Het blijmoedige van Kaminers verhalen zit 'm niet alleen in de opgetogenheid over dat soort meevallers, maar ook in zijn sympathie voor degenen die niets meevalt, die geen avantgardegevoel hebben en nulkommanul procent geluk. Een kennis uit Letland wacht al maanden in zijn snackbar op klanten. Omdat hij zo bescheiden is hoor je hem niet klagen. Maar zijn overburen, de gasten van een Duits café, klagen wèl. Zij hebben een bijnaam voor de tent van de Let bedacht: `dat bordeel van mafiose Russen'. Een andere kennis, een illegaal, springt bij een politiecontrole uit het raam. Zijn vriend heeft beloofd hem op te vangen, in een heel groot net, maar hij wacht op de verkeerde plek en de springer breekt al zijn botten.

Schelmen en pechvogels overleven willen ze allemaal en Kaminer is wel de laatste om hun dat kwalijk te nemen. Het Berlijn van de nieuwkomers en verliezers is voor hem één grote warme familie. Zijn laconieke, naïeve en aanstekelijke verhalen maken dat Berlijn nog een tikkeltje warmer. Kaminer publiceert zijn verhalen in dagbladen en in deze bundel, zijn eerste. En hij leest ze voor in een kroeg. `Kaffee Burger' is op weg een hotspot te worden, een cabaret met een dansende gastheer (Wladimir Kaminer zelf), een wodka drinkende dj (alweer die Kaminer) en een altijd krap bij kas zittend, maar zelden sikkeneurig publiek.

Wladimir Kaminer: Russendisco. Vertaald door Liesbeth van Nes. Vassallucci, 141 blz. € 16,95