805 mln voor veelbelovende onderzoeken

Het kabinet reserveert voor de komende regeerperiode 805 miljoen euro voor investeringen in de kenniseconomie. Dat is een verviervoudiging van het budget ten opzichte van de huidige regeerperiode.

Dat zou de ministerraad vandaag op voordracht van minister Jorritsma (Economische Zaken) besluiten. De keuze om een reservering voor de kenniseconomie te maken is opmerkelijk omdat het kabinet een paar weken geleden nog weigerde een reservering voor de algemene infrastructuur vast te leggen. Gezien de onzekere economische situatie achtte het kabinet het niet gepast `over het graf heen te regeren'. Van de 16,5 miljard euro die het kabinet oorspronkelijk tot 2010 beschikbaar had voor het aanpakken van bijvoorbeeld files, resteerde volgens nieuwe berekeningen nog slechts 2 tot 5 miljard euro. In totaal hadden provincies, gemeenten en de rijksoverheid voor 83 miljard euro aan plannen ingediend.

Dat het kabinet de claim voor de kenniseconomie wel vast wil leggen heeft alles te maken met de afspraken die op de Europese top in Lissabon, in 2000, werden gemaakt en waarin werd gesteld dat Europa de beste kenniseconomie van de wereld moest worden. Investeringen in ICT, onderzoek en onderwijs hebben daarom prioriteit.

De afgelopen maanden heeft EZ voorstellen voor 130 projecten die samenhangen met de kenniseconomie ontvangen. De totale gevraagde bijdrage van bedrijfsleven, universiteiten en onderzoeksinstellingen bedraagt bijna 3 miljard euro. Het betreft ondermeer projecten voor een virtueel e-science laboratorium, ICT-kennisvouchers voor het midden- en kleinbedrijf, een maritiem kennisnetwerk, onderzoek naar klimaatveranderingen, onderzoek naar cel- en weefseltechnologie, gen-onderzoek en voedselveiligheid.

Na beoordeling van het Centraal Planbureau resteren nog 65 voorstellen die een totale claim van bijna 2 miljard euro op het zogenoemde ICES/KIS-budget leggen. De staat wil daar maximaal 805 miljoen euro van honoreren. Opmerkelijk is dat het CPB slechts een paar van de ingediende voorstellen als sterk kwalificeert, het merendeel krijgt het stempel `opwaardeerbaar', terwijl bijna de helft het met de kwalificatie `zwak' moet doen.

Een volgend kabinet zal bepalen welke voorstellen daadwerkelijk geld krijgen uit het zogenoemde fonds voor de kennis-infrastructuur. De betrokken instanties krijgen eerst de kans hun voorstellen concreter uit te werken.