514 zakken goud uit Nederland

Nadat het Amerikaanse Derde Leger in april 1945 het Duitse Merkers had veroverd, daalden generaal Patton en opperbevelhebber Eisenhower met andere hoge militairen af in de kali-zoutmijnen. In de tunnels en gewelven troffen ze duizenden kisten aan met schilderijen, kostbare tapijten en vooral goud. Meer dan 8.000 goudstaven en ook nog eens zakken en dozen met gouden munten, staven en voorwerpen. Daarnaast lagen er 514 zakken met goud uit Nederland. Een buit van de nazi's, die Europa hadden beroofd.

Van alle goederen die in de Tweede Wereldoorlog zijn geroofd, heeft het `nazi-goud' altijd het meest tot de verbeelding gesproken. De magie ervan deed ook zijn werk in 1995, toen het World Jewish Congress (WJC) beweerde dat voor miljarden dollars `joods goud' in de kluizen lag. Dit gaf de kruistocht tegen de Zwitserse banken publicitair een enorme vaart en zorgde in Nederland voor de instelling van enkele regeringscommissies, die onderzoek hebben gedaan naar joodse oorlogstegoeden.

De mythes rond het nazi-goud irriteren de historicus Gerard Aalders, die nu Eksters heeft geschreven over dat Nederlandse goud. Inderdaad, de nazi's hebben in Europa voor miljarden goud geroofd en dit is voor een groot deel in Zwitserland terecht gekomen. Maar, betoogt Aalders nog maar eens, het goud was voornamelijk afkomstig van de centrale banken in Europa – monetair goud dus. Een klein deel kwam van joodse burgers, maar ook niet-joodse burgers hebben hun goud moeten inleveren bij de Duitse bezetter.

Buitenbeentje

Eksters is het laatste deel van Aalders' trilogie over de nazi-roof in Nederland en ook een buitenbeentje. De eerste twee delen waren breed opgezette studies over de beroving van de joden (Roof, besproken in Boeken 14.05.99) en de moeizame teruggave van joodse bezittingen na de oorlog (Berooid, besproken in Boeken 30.03.01). Eksters is meer een monografie over de `nazi-roof van 146 duizend kilo goud bij De Nederlandsche Bank'. Het verhaal in Eksters vertoont wel hetzelfde patroon als dat in Roof en Berooid: een omvangrijke roofoperatie, die door de nazi's tot in het absurde werd voorzien van een legaal voorkomen èn een moeizame restitutie door de starre houding bij de nieuwe eigenaren, die bleven volhouden te goeder trouw de geroofde goederen te hebben gekocht.

De nazi's hadden goud of Zwitserse franken nodig voor ijzererts, wolfram, vliegtuigonderdelen, staal en leer. Het gestolen goud van de centrale banken werd veelal omgesmolten, vermengd met ander goud uit bijvoorbeeld munten en verkocht aan met name Zwitserland. Met die Zwitserse franken kochten de nazi's bijvoorbeeld wolfram in Portugal, en dat ruilde franken in Zwitserland weer voor goud. Zo raakte het Nederlandse goud verspreid over Spanje, Portugal, Kroatië, Zweden en vooral Zwitserland, waar ruim driekwart van het goud van DNB terechtkwam.

Het goud dat Nederland niet in veiligheid had weten te brengen werd opgeëist met een beroep op het Landoorlogreglement (LOR), dat bepaalt dat een bezettende macht `bezettingskosten' in rekening mag brengen. De Duitsers brachten om de goudroof te rechtvaardigen ook toekomstige bezettingskosten in rekening en bijdragen van Nederland aan de aanval op Rusland. Dat viel ver buiten de reikwijdte van het LOR, maar gaf de roof wel een legaal tintje.

De schijnlegaliteit zou na de oorlog een grote rol gaan spelen, toen de `Trustee-landen' Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk namens de andere Europese landen het goud opeisten bij Zwitserland. Koppig weigerden de Zwitsers het goud terug te geven met als argument dat zij niet wisten dat het goud was gestolen en vervolgens – toen dat niet meer was vol te houden – dat de Duitsers het recht hadden gehad het goud te roven. Uiteindelijk stortte Zwitserland een fractie van het geëiste goud in een fonds waaruit de beroofde landen zouden worden betaald, in ruil voor de afspraak dat nooit meer een claim zou worden ingediend.

Lobbywerk

Nederland voelde zich karig bedeeld door deze overeenkomst van Washington uit 1946 en ondernam pogingen om meer goud terug te krijgen. Het was het begin van een jaren durend diplomatiek verkeer van Den Haag met Bern en Washington. Het is met name hierover dat Eksters veel nieuwe details geeft, meer dan over de oorlogstijd. De naspeuringen van Aalders in Amerikaanse archieven en bij het ministerie van Financiën hebben een schat aan nieuw materiaal over het Nederlandse lobbywerk opgeleverd. Zo blijkt dat de Amerikanen niet wilden dat Nederland de overeenkomst van Washington al te openlijk afviel en stuurden zij Londen en Parijs `zuiver voor eigen gebruik' een model voor het soort verklaring dat ze zouden willen ontvangen van de Nederlandse regering. De Britten en Fransen moesten dus discreet zorgen dat Nederland niet te veel bleef zeuren over het goud.

Het rondschrijven van het State Department is een van de vele tekenen dat de Nederlandse missie bij voorbaat kansloos was. Aalders' bevindingen sluiten zo aan bij de gangbare visie, dat de Overeenkomst van Washington de deur voor Nederland in het slot had gegooid door de vrijwaringsclausule voor de Zwitsers. Aalders nuanceert dat beeld wel. Zo heeft Den Haag betoogd dat de machtiging, verstrekt aan de Trustee-landen voor de gesprekken met Zwitserland, niet gold voor de goudonderhandelingen. Dat was volgens Aalders juridisch zeker verdedigbaar, maar politiek niet relevant onder meer omdat de Britten en Fransen de Europese wederopbouw niet wilden belasten met gekibbel in Bern en de VS eigengereid opereerden.

Eksters heeft zo de kenmerken van Aalders' eerdere boeken: geen radicaal nieuwe inzichten, wel veel nieuwe feiten en – daardoor – een aanscherping van bestaande inzichten. Dat is meer dan gezegd kan worden van de door de jacht op het Zwitserse goud aangespoorde regeringscommissies, die weinig nieuws boven tafel hebben gekregen. De trilogie van Aalders is met Eksters een standaardwerk over roof en rechtsherstel geworden.

Gerard Aalders: Eksters. De nazi-roof van 146 duizend kilo goud bij De Nederlandsche Bank. Boom, 190 blz. € 19,50