Volmaakte Matthäus van Leonhardt

Hoewel her en der in het land al uitvoeringen klonken van Bachs Matthäus Passion, vond de `officiële' opening van het het Matthäus-seizoen gisteravond plaats in de Haarlemse Bavokerk. De Nederlandse Bachvereniging begon in deze indrukwekkende grote kerk met het wereldberoemde Müllerorgel, aan een serie van negen uitverkochte uitvoeringen. Gisteravond dirigeerde Gustav Leonhardt, Bachs afgezant in het Matthäus-land Nederland.

Vier uitvoeringen, waaronder twee in Naarden, worden geleid door Johannes Leertouwer, de concertmeester van de Nederlandse Bachvereniging.

Een Matthäus Passion kan niet stijlvoller, eerbiediger en stichtender zijn dan met Leonhardt (73), wiens compromisloze authenticiteit nu wat mildere trekjes heeft gekregen. Gekleed in rokkostuum, oogt Gustav Leonhardt streng, ascetisch en rechtvaardig. Zijn gebaren zijn breed en beslist, maar vooral zwierig en omhoog gericht. Leonhardts Matthäus klinkt helder, perfect in balans en volkomen doorzichtig. Van het jongenskoor is alles te horen, de duidelijk aangezette dissonanten lossen wringend op in de nagalmende kerkakoestiek.

Bij Leonhardt klinkt de Matthäus in nog geen twee uur en drie kwartier steeds in het juiste, natuurlijke en vanzelfsprekende tempo. Dat is het 18de eeuwse tempo giusto, legendarisch, maar in de praktijk slechts zeer zelden te horen.

Leonhardt combineert die juiste tempi met een subtiele, dramatiserende dynamiek. Zo lijkt het beginkoor Kommt ihr Töchter, helft mir klagen heel licht te slepen en te zuchten door de decrescendi. En het slotkoor Wir setzen uns mit Tränen nieder klinkt gelukkig weer langzamer en zachter dan gebruikelijk in de afgelopen decennia, zonder een spoor van de bijna opgeluchte vrolijkheid die het bij Harnoncourt kan hebben. Hier is sprake van verheven ernst en èchte ontroering. Leonhardt, die zich in zijn musiceren profileert als een gelovige, bleek na afloop ook persoonlijk aangedaan.

Bij Leonhardt ontbreken exotica en overmatige versieringen. Het begeleidende basso continuo valt niet prominent op, al mag Leo van Doeselaar zijn orgeltje een keer laten uitbarsten in hanengekraai. En slechts één aria (Komm süsses Kreuz) wordt begeleid op de gamba, Geduld gaat met de cello. Maar de bescheiden, bijna broze en breekbare basis die Leonhardt aanhoudt bij het orkest en het als altijd voortreffelijke koor, laat de dramatische accenten en de hoogstpersoonlijke bijdragen van de solisten extra doeltreffend uitkomen.

Het solistensextet kent een grote variëteit aan stemkarakteristieken. Jan Kobow is een zangerige Evangelist met een aantal opvallend theatrale passages, zoals de op zeer dringende, samenzweerderige fluistertoon gemaakte afspraak over de judaskus. Stephen Varcoe is een bewogen en menselijke Christus. De tenor Charles Daniels mag zijn emoties krachtig en gepassioneerd etaleren, zoals in O Schmerz. En de bas Stephen MacLeod is een goede vertolker van kleine partijen en aria's, prachtig in Mache dich, mein Herze, rein. De sopraan Monika Frimer zingt met een pregnant timbre, strak maar ook sterk expressief in een passage als `Ach, mein Kind'.

Een fenomeen blijft de boomlange countertenor Kai Wessel. Zijn blonde krullen van weleer zijn nu getemd tot paardenstaart. In zijn sluike driekwart jas en met zijn extreem hoge, bijna kwezelige stem is hij de vroomheid zelve. Hoogst opvallend en uniek beeldend is zijn samenzang met Frimer in de passage Mond und Licht ist vor Schmerzen untergangen. Monika Frimer verbeeldt hier in de aanloop naar Sind Blitze, sind Donner het stralende hemelse zonlicht, Kai Wessel is hier die vale maan, die verbleekt in het lijdensleed van Christus.

Concert: Matthäus Passion van J.S. Bach door Ned. Bachvereniging, Jongenskoor St. Bavo en solisten o.l.v. Gustav Leonhardt (Johannes Leertouwer). Gehoord: 20/3 St. Bavo Haarlem. Tournee t/m 30/3 (uitverkocht).