Swaab-zaak kán voor Justitie veel goed maken

Morgen begint het proces tegen Clickfondshoofdverdachte Eddy Swaab. Kan Justitie alsnog glans geven aan de beursfraudezaak?

Is `Operatie Clickfonds', de grootste financiële fraudezaak ooit, ten grave gedragen? Na het vonnis tegen de eerste hoofdverdachten, waarbij Justitie in juni niet ontvankelijk werd verklaard, lijkt de affaire uit de schijnwerpers verdwenen. Toch moeten drie van de vijf hoofdverdachten nog voorkomen. Eén van hen, effectenhandelaar Eddy Swaab, staat vanaf morgen terecht en dus komt Clickfonds weer even tot leven.

Van alle beursfraudezaken is het `Swaab-complex' het meest ingewikkelde dossier. Waar de andere processen zich toch vooral centreren rond belastingontduiking via Zwitserse coderekeningen, gaat het Swaab-proces om andere aanklachten. Wat `beursfraude' betreft, is de belangrijkste verdenking dat de effectenhandelaar spil zou zijn in een netwerk van wat in de dagvaarding ,,irreguliere effectentransacties'' worden genoemd. Swaab zou, met andere personen uit de financiële wereld, onder één hoedje hebben gespeeld en (koers)informatie hebben gebruikt om privétransacties te doen. De winst werd gedeeld en contant uitbetaald aan de leden uit zijn `criminele organisatie'.

Om de zaak te onderbouwen zal het OM ongetwijfeld steun zoeken bij eerdere vonnissen uit het Swaab-complex. In november 2000 veroordeelde de Clickfondskamer, de rechtbank die speciaal is opgericht om de beursfraudezaak af te handelen, twee ex-effectenhandelaren en een voormalige medewerker van een pensioenfonds wegens `niet-ambtelijke omkoping'. De rechters verwierpen destijds het verweer dat de mannen, samen met Swaab, deel zouden hebben uitgemaakt van een `informeel beleggingsclubje'.

Dit oordeel lijkt Swaab bij voorbaat op achterstand te zetten. Toch is het de vraag of de vonnissen stand zullen houden. Om te beginnen heeft Swaab andere rechters, na een succesvolle wraking van de Clickfondskamer. Bovendien zijn er bij de eerdere vonnissen, door het gebrek aan jurisprudentie, kanttekeningen te maken. Met name over de motivering rond het begrip niet-ambtelijke omkoping is veel interpretatie mogelijk. En tot slot ligt er nu, anders dan in 2000, een verklaring van Swaab zelf over de beleggingsclub.

Mocht de nieuwe rechtbank het eerdere vonnis van de Clickfondskamer niet volgen, dan valt een belangrijk deel van de dagvaarding in elkaar, vooral omdat het tweede `beursfraudeaspect' wat ver gezocht lijkt te zijn. Dat gaat over de betrokkenheid van Swaabs effectenbedrijf FTC bij de beursgang van KPN in 1994. Die emissie werd mede verzorgd door SNS. Die bank betaalde, tegen de regels, provisie aan enkele bedrijven als ze klanten aanbrachten die KPN-aandelen wilde hebben.

Eén van die bedrijven was FTC. Maar het is de vraag of de fout van SNS, waarvoor enkele bestuurders in een eerder stadium lichte geldboetes kregen, Swaab wel aangerekend kan worden. De rest van de aanklachten zijn kleinere zaken, zoals onduidelijkheid over een leenovereenkomst en de aankoop van een appartement. Wel omvangrijk is een fiscale claim. Alleen moet dan wel aangetoond worden dat Swaab in Nederland werkte en niet in Engeland, zoals hij zelf beweert.

Officier van justitie Tonino moet, na het vertrek van `Clickfonds-godfather' Henk de Graaff, de Swaab-zaak alleen klaren. Het is een klus waaraan veel prestige voor het OM kleeft. Wordt Swaab veroordeeld, dan is één van de twee hoofdtakken van het Clickfonds voorlopig succesvol afgerond. Dan zal snel vergeten zijn dat de Swaab-zaak eigenlijk helemaal niet bij hetbeursfraudeonderzoek hoorde en dat Justitie de affaire bij toeval op het spoor kwam. Het OM deed in 1997 huiszoeking bij de effectenhandelaar omdat hij, net als vele anderen, ooit coderekeningen had gehad.

Oorspronkelijk werd hij gezien als een van de kleine vissen. Pas later werd duidelijk dat Swaab zelf wel eens een `grote vis' zou kunnen zijn en groeide het dossier uit tot één van de twee hoofdlijnen van het hele Clickfonds. Toen was de effectenhandelaar trouwens al naar Zwitserland uitgeweken. Daar zal Swaab, die naast de Nederlandse- ook de Zwitserse nationaliteit bezit, gedurende het proces ook verblijven. Al die jaren heeft hij, vanwege een internationaal opsporingsbevel, niet kunnen reizen.

Hoewel Justitie hem een vrijgeleide heeft aangeboden, wil Swaab de mogelijkheid uitsluiten dat de rechtbank hem ambtshalve alsnog laat oppakken. Daarmee ontloopt de FTC-directeur een risico, maar neemt hij er tegelijkertijd ook één. In de rechtszaal, waar de praktijk van de beursvloer nog wel eens botst met de juridische werkelijkheid, kan het voor de verdachte nuttig zijn als hij rechters face to face kan uitleggen hoe bijvoorbeeld de internationale obligatiehandel in elkaar zit. Eddy Swaab laat die kans nu voorbij gaan. Half april, na de uitspraak, zal blijken of dat een wijze beslissing is geweest.