Privaat kapitaal ook voor Derde Wereld geldbron

Ontwikkelingshulp steelt de show in Monterrey. Maar privaat kapitaal is en blijft de belangrijkste bron voor financiering in de landen van de Derde Wereld.

Een verdubbeling van de ontwikkelingshulp van de huidige 50 miljard dollar per jaar. Dat is meest publieke inzet van de VN-topconferentie die deze week over ontwikkelingsfinanciering in Monterrey wordt gehouden. En dus, onder druk van de verwachtingen, buitelen de EU en de VS over elkaar heen bij de plannen om de officiële ontwikkelingshulp (ODA) op te voeren.

Maar hulp is slechts een van de vele financieringsbronnen in de Derde Wereld – en niet eens de belangrijkste. Dat geldt in twee opzichten: andere geldstromen zijn veel groter dan de netto 36,5 miljard aan jaarlijkse ontwikkelingshulp, en de prioriteiten van de VN-conferentie zelf liggen anders. Hulp mag dan het meeste in het oog springen, in de ontwerp-slotverklaring die er voor `Monterrey' al enkele weken ligt, staat hulp pas op de vierde plaats, achter schuldverlichting.

Eerste punt in de verklaring is dat ontwikkelingslanden geholpen moeten worden hun binnenlandse financiële bronnen aan te boren. De behoefte aan buitenlands kapitaal, in welke vorm dan ook, is er vanwege een gebrek aan binnenlandse besparingen. En dus vullen Westerse besparingen, of het nu bankleningen zijn, hulp of investeringen, die aan. De reden waarom de binnenlandse besparingen klein zijn, zegt ING-bankier F. van Loon, die namens werkgeversorganisatie VNO-NCW aan de conferentie in Monterrey deelneemt, is niet zozeer een gebrek aan geld.

Per jaar verlaat, volgens de jongste Wereldbankcijfers, 1,6 procent van het bruto binnenlands product bij de allerarmste landen het land, en 3,2 procent in ontwikkelingslanden met een middelgroot gemiddeld inkomen. Het probleem zit hem vooral in het gebrek aan binnenlandse spaar- en investeringsmogelijkheden, zoals betrouwbare spaarrekeningen, levensverzekeringen of pensioenfondsen. Zweden maakt zich bijvoorbeeld sterk om een deel van ontwikkelingshulp aan te wenden als risicodekking om dergelijke spaarproducten plaatselijk van de grond te krijgen.

Op dit moment is dat vooral nog toekomstmuziek, al zijn er voorspellingen dat bij goed beleid ontwikkelingslanden door de bank genomen zichzelf over tien jaar goeddeels kunnen bedruipen met binnenlandse besparingen. Tot die tijd aanbreekt, zijn ze aangewezen op buitenlands geld. Dat is dan ook de tweede financieringsbron die de Monterrey-verklaring noemt. Buitenlandse directe investeringen in daadwerkelijke productiemiddelen gelden daarbij als de meest stabiele factor voor ontwikkelingslanden. Azië-crises, Turkse en Argentijnse crises: directe investeringen blijken er volgens het gisteren vrijgegeven rapport Global Development Finance van de Wereldbank nauwelijks onder te lijden.

Veel minder stabiel is financiering door de vluchtige kapitaalmarkt. De Azië-crisis van 1997-1998 geldt daarbij als voorbeeld. Bereikten netto-bankleningen van `Noord' aan 'Zuid' in die jaren een record van rond de 50 miljard dollar per jaar, in 1999 onttrokken Westerse banken geld aan ontwikkelingslanden. De Wereldbank raamt dat in 2001 de onttrekkingen piekten op 32 miljard dollar – een raming die lijkt te worden ondersteund door de meest recente gegevens van de Bank voor Internationale Betalingen. Obligatieleningen aan ontwikkelingslanden piekten in 1996 op 62 miljard dollar, maar bedroegen vorig jaar nog maar 9,5 miljard. Aandelenbeleggingen in ontwikkelingslanden stonden in 2001 op nog maar een derde van hun piek

Al met al onttrok de kapitaalmarkt, die in '96 nog 145 miljard in de ontwikkelingslanden pompte, vorig jaar per saldo juist 8,3 miljard. Volgens de Wereldbank kan het wel tot 2003 duren voor de financiering door de kapitaalmarkt zich herstelt. Beleggers zijn na alle crises wars geworden van risico's, en bovendien hebben de economische moeilijkheden in het Westen er voor gezorgd dat veel bank- en beleggerskapitaal zich terugtrok op de eigen thuismarkten van Europa en de VS. Volgens bankier Van Loon zijn er veel initatieven in de maak om vooral politieke risico's voor buitenlandse beleggers te verkleinen, of trusts op te zetten waarin lenigen van ontwikkelingslanden voor een specifiek doel worden samengebracht met leningen van Westerse landen.

De markt als binnenlandse of buitenlandse verstrekker van kapitaal kan zo een voorname rol spelen bij de financiering van ontwikkeling. Chili, dat succesvol een nationaal pensioensysteem heeft geïntroduceerd, is relatief maar weinig op de nukken van de internationale kapitaalmarkt aangewezen.

,,Als we werkelijke economische ontwikkeling willen, dan komt die van kapitaal dat bedrijvigheid creëert en daarmee het inkomen verhoogt'', zei de Amerikaanse minister van Financiën O'Neill gisteren. ,,Dat bereik je niet met sociale voorzieningen.'' Die Amerikaanse visie mag dan voorbij gaan aan rol die ontwikkelingshulp juist speelt bij het scheppen van de voorwaarden voor een functionerende economie, hij trekt het accent wel weer naar de belangrijkste financieringsbron van de Derde Wereld. En die blijft hoe dan ook het geld, dat wereldwijd op zoek is naar de hoogste opbrengst.