`Polderherdenking' van 400 jaar VOC

Even dreigde een diplomatieke rel, maar uiteindelijk verliep de herdenking van 400 jaar Verenigde Oostindische Compagnie zonder veel wanklanken.

Alleen de excuses aan Indonesiërs en Molukkers ontbraken nog. Maar verder was de viering van de oprichting van de VOC, gisteren precies vierhonderd jaar geleden in de Ridderzaal, de triomf van het poldermodel: iedereen mocht meedoen. Niet alleen de liefhebbers van VOC-romantiek kwamen aan hun trekken met wajangpoppen, klavecimbelmuziek en beelden van fier bollende zeilen. Ook de slavernij, de ontvolking van Banda en de dwangarbied op Ambon waartoe de Heren Zeventien de VOC 400 jaar geleden de volmacht had gegeven, kwamen ter sprake.

Eerder deze week dreigde even een oprisping, toen bekend werd dat de Indonesische ambassadeur in Nederland, Abdul Irsan, het zou laten afweten omdat er wat hem betreft niets te vieren viel. Maar daar was een elegante oplossing voor gevonden. De Indonesische minister van Economische Zaken Kwik Kian Gie was aanwezig. Hij mocht in krachtige bewoordingen kritiek leveren op de VOC met typeringen als ,,uitzuigende poliep'', ,,machtsmisbruik'' en ,,politiek paternalistisch stelsel''. Maar omdat hij ,,op persoonlijke titel'' sprak, hoefde daar na afloop geen diplomaat aan te pas te komen.

Verder was er een afgewogen presentatie van de Leidse hoogleraar geschiedenis van de Europees-Aziatische betrekkingen dr. Leonard Blussé van Oud Alblas, die vertelde dat de herdenking van de oprichting van de VOC ook in 1702, 1802 en 1902 al met controverse was omgeven. Anderzijds: stonden we er weleens bij stil dat vrijwel al onze dagelijkse geneugten als koffie, thee en pantoffels indirect

van de VOC afkomstig waren geweest?

Het enige dat na afloop nog voor enige wrijving zorgde, was de keuze van het organiserend comité voor het woord `viering'. Het borrelende gezelschap waaronder ambassadeurs, vrijwel alle ministers, Koningin, kroonprins en prinses Máxima, viel uiteen in `viering' en `herdenking'-zeggers.

Voorzitter van het comité `Viering 400 jaar VOC'', VVD-kamerlid E. Hessing, behoorde duidelijk tot de eerste groep. Nee, hij had niet overwogen zijn comité om te dopen in `herdenking VOC'. ,,Als wij het een `viering' willen noemen, moet dat kunnen. We moeten ons niet laten dwingen dat woord te schrappen.'' En de Indonesische ambassadeur ,,had er gewoon bij moeten zijn. Een gemiste kans''.

Partijgenoot Jorritsma van economische zaken (,,ik zie tussen de VOC en de huidige multinational geen enkele overeenkomst'') was het niet met hem eens. Zij wilde liever `herdenking' zeggen. Vooraf was ze ,,heel bang'' geweest dat de plechtigheid ,,heel pijnlijk'' zou worden, een krampachtig verzwijgen. Maar ze was blij dat het een ,,goede mix'' van voors en tegens was geworden. Ze vond het ,,volstrekt logisch dat de Indonesische regering bezwaar had gemaakt''.

Minister Kwik wilde niet zeggen wat hij een beter woord vond; viering of herdenking. Hij was blij dat hij op de bijeenkomst de gelegenheid kreeg ,,met Nederlandse beleidsmakers te praten'', zei hij. Diplomaten legden vervolgens uit, dat de Indonesische regering door hem daarvoor de ruimte te geven, misschien hoopt de weg te bereiden voor een nieuwe golf van Nederlandse financiële steun, ,,zoals die onder Pronk een tijd gegeven is''.

En zo kon iedereen met het jubileum van de VOC uit de voeten. Het handjevol demonstranten buiten de Ridderzaal had een duidelijke aanleiding tegen de uitbuiting van het Indonesische en Molukse volk te fulmineren; de Indonesische minister had erdoor op persoonlijke titel kunnen netwerken, en de glunderende comité-voorzitter kon blijven verhalen over de gloriedagen van de VOC.