Modelstaat Nederland vertoont rotte plekken

Waarmee zijn de mensen in de modelpolder zo ontevreden, dat zij een ervaren en op economisch gebied succesvolle generatie politici willen inruilen tegen een decadente parvenu, vraagt Dirk Schümer zich af.

Nederland is de modelstaat van Europa: liberaal, welvarend, met een lage werkloosheid en een multicultureel samenlevende bevolking. Wanneer hier de troonopvolger met een buitenlandse vrouw trouwt, of de premier een begrotingsoverschot presenteert, klinken er geen protesten. Waarom ook? Minder gezegende buren als premier Wolfgang Clement van Noordrijn-Westfalen of de Belgische premier Verhofstadt kijken met afgunst en bewondering naar dit succesvolle landje, waar onder zeeniveau het bruto nationaal product van heel Rusland wordt geëvenaard. En nu doet een protestpartij een frontale aanval op het geniale `poldermodel': ze denkt bij de parlementsverkiezingen van 15 mei het partijenbestel te ontwrichten. Krijgt Nederland met Pim Fortuyn een Hollandse Haider als regeringsleider? Krijgt Europa een polder-Schill? Of zelfs een Neder-Berlusconi?

Fortuyn heeft van zijn collega's elders in Europa het nodige afgekeken: een viriel voorkomen in Italiaanse maatpakken, ironische welsprekendheid, en vooral een populistisch programma.

Fortuyn, die met zijn opvallende kale hoofd de kijkers bijblijft, dikke sigaren rookt en zich in een Jaguar met chauffeur laat rondrijden, is het tegendeel van de bescheiden-calvinistische stelling `doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'. Juist daarom gedraagt Fortuyn zich met opzet non-conformistisch, want hij heeft het staakt-het-vuren in het land van de konkelende ambtenaren en regenten de wacht aangezegd.

Zijn programma heeft wat te bieden voor iedereen die teleurgesteld is over acht jaar links-liberale coalitie: ruim baan op de verstopte snelwegen, maar de grenzen op slot; de trage ambtenarij zal worden afgeslankt, maar gezondheidszorg en onderwijs zullen worden verbeterd. Drugscriminaliteit moet hard worden aangepakt, maar de economie moet de vrije hand krijgen. En bovenal moet de onverdraagzame islam, door Fortuyn op goede gronden een ,,achterlijke cultuur'' genoemd, op de vingers worden gekeken, en moeten de in immigratieland Nederland in groten getale aanwezige moskeeën in de gaten worden gehouden.

Fortuyns nijvere, maar bij al hun bestuurlijk welslagen dorre tegenstrevers mogen zijn plannen dan nog zo vaak als `waanzin' afdoen, bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam veroverde zijn partij wel vanuit het niets de relatieve meerderheid, met verwoestende gevolgen voor zowel sociaal-democraten als liberalen. Net als alle populisten heeft Fortuyn succes zolang hij maar niet regeert en hij lijkt voorlopig niet te stoppen.

Waarmee zijn de mensen in de modelpolder zo ontevreden, dat zij een ervaren en op economisch gebied succesvolle generatie politici willen inruilen tegen deze decadente parvenu? Fortuyn legt de vinger op het zelfbedrog van de evenredige verdeling, die in het Nederland-van-de-consensus tot in de perfectie was uitgewerkt. De belastingopbrengst stijgt weliswaar, maar de belastingbetalers krijgen er steeds minder voor terug. De rechtsstaat functioneert wel, maar voor baardige haatpredikers en vrouwenvijanden, voor drugsverslaafden en kleine criminelen worden altijd weer lankmoedig uitzonderingen gemaakt. Fortuyn, die zich als openlijk homoseksueel persoonlijk door de islam bedreigd voelt, heeft op zijn lezingentournees genoeg over de zorgen van de gewone mensen opgestoken om deze met meesterschap te kunnen uitdragen.

Van de liberale staat, die ooit gerechtigheid voor allen voorstond, eist Fortuyn dat hij deze gerechtigheid ook zal hooghouden tegenover asielzoekers, mullahs, werkschuwen en junks, wat sinds lang als politiek incorrect gold.

Daarmee heeft hij bewust de taboezone betreden waarin hij ook van de onaantastbaar verheven koningin eist dat zij haar paleizen voor bustoeristen openstelt: ,,Dat is allemaal eigendom van het volk.'' En het volk juicht hem daarom hartstochtelijk toe. Dat hij nu een in het weeshuis opgegroeide, donkere manager van Kaapverdische afkomst, die van de Nederlanders meer overwinnaarsmentaliteit eist, als tweede man op zijn lijst heeft geplaatst, is weer een slimme zet, waarmee Fortuyn zich van het veel te simpele verwijt van de vreemdelingenhaat vrijwaart.

Uitgerekend in een rijke, soepeldraaiende Europese samenleving gist dus de onvrede over de blinde vlekken van het economische succes: het verkeersinfarct, de verdomming in het onderwijs, de immigratie zonder integratie, en bovenal de criminaliteit. In die zin is Fortuyn inderdaad een leergierige, misschien zelfs meer begaafde leerling van Haider en de Hamburger Ronald Schill. Wie hem daarom als weerzinwekkende populist afdoet, sluit niet alleen de ogen voor de ongrijpbare verschijningsvormen van het misnoegen, maar ook voor de reële oorzaken ervan.

Want als een Fortuyn en een Schill triomferen in twee van de rijkste samenlevingen van Europa, als het bezadigde Oostenrijk zich in de armen van Haider werpt en het economisch bloeiende Noord-Italië zich in die van Berlusconi, dan geeft dat aan dat er in het sociale bestel van onze gemeenschap iets fundamenteel is ontspoord. Wat kopen de Nederlanders, die iedere ochtend in de trein naar hun werk voor zakkenrollers worden gewaarschuwd en die inbraken door junks te duchten hebben, voor de sluitende rijksbegroting?

Kennelijk wordt het geld van de zo solide `BV Nederland' besteed aan zaken die de ouders van kinderen die op school te weinig opsteken, en de onder de belastingdruk zuchtende mensen met lage inkomens, niet interesseren.

Something is rotten in het rijkste werelddeel, wanneer het sociaalste en economisch bekwaamste bewind aldaar door een cynische dandy in de titel van zijn verkiezingsprogramma voor een ,,puinhoop'' wordt uitgemaakt. Met geniale intuïtie heeft Fortuyn de taboes van de sociaal-liberale eenvormigheid blootgelegd. Intussen doen de Nederlanders wat zij vroeger niet waagden: zij spreken openlijk over criminelen die gemakkelijk worden vrijgelaten, over de ongrijpbare buitenlandse leiders van de drugscriminaliteit, over Arabische studenten die ongestraft Nederlandse studentes belagen, en over de verkommerde `no-go areas' in de grote steden, waar de politie amper nog een voet durft te zetten. Zelfs de Nederlandse, in een Marokkaans dorp geboren schrijver Hafid Bouazza heeft de Nederlanders intussen hun lafheid en naïveteit in de omgang met het islamitisch fundamentalisme verweten en dat terwijl de overheid zich juist met nadruk wilde verontschuldigen voor de misdrijven uit het koloniale tijdperk.

Dankzij Pim Fortuyn is het nu niet meer mogelijk om de problemen achter gesloten deuren af te handelen en het schaamteloze misbruik van het tolerante gedoogstelsel nog verder aan te zien.

Af en toe lijkt het of dit narcistische gokkerstype, dat de ijdele nationale dichter Harry Mulisch ,,als een keizer'' vereert, met deze triomf in het discours al genoegen neemt. Zijn toekomstige afgevaardigden heeft hij geheel naar waarheid een ontspannen, goedbetaalde driedaagse werkwerk in Den Haag in het vooruitzicht gesteld. De nieuwe ster zal zich in de verkiezingsstrijd duchtig laten toejuichen en vereren, alleen al omdat hij, de anti-prediker, het einde van de Hollandse huichelarij predikt, waarachter men de schaduwzijden van het succes lang behendig heeft weten te verbergen. ,,Wij zijn niet beter dan de Belgen en de Italianen'', zegt Fortuyn, ,,alleen maar huichelachtiger''.

Dirk Schümer is redacteur van de Frankfurter Allgemeine Zeitung.

©FAZ