Letland wijst kritiek in taalkwestie af

Letland trekt zich niets aan van internationale kritiek op een bepaling in de kieswet, waarin staat dat iedereen die lid is van een gekozen orgaan Lets ,,op het hoogste niveau'' moet spreken.

In een verklaring ging gisteren het Letse ministerie van Buitenlandse Zaken in op kritiek die eerder was geuit door een hoge functionaris van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), Gérard Stoudman. Deze had de Letten opgeroepen vóór de parlementsverkiezingen in oktober de bewuste clausule in de kieswet te wijzigen. Hij was niet de eerste vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap die dat deed: eerder al hebben hoge bezoekers de Letten gewezen dat de clausule in de kieswet risico's oplevert ten aanzien van hun wens toe te treden tot de NAVO en de Europese Unie. De bepaling dat leden van het parlement en van gemeenteraden op het hoogste niveau Lets moeten spreken levert volgens de critici het risico op dat de minderheden in Letland ondervertegenwoordigd raken in gekozen organen; in dat geval zou Letland niet voldoen aan de eisen inzake democratie die de EU en de NAVO tot voorwaarde voor lidmaatschap hebben gesteld. Overigens ijvert de president van Letland, Vike-Freiberga, vóór afschaffing van de omstreden clausule, mede omdat in het officieel verkeer al uitsluitend Lets wordt gesproken.

Het Letse ministerie liet gisteren weten de kritiek van Stoudmann – die de Letten ook heeft opgeroepen Russisch samen met het Lets de status van officiële taal te geven – te beschouwen als ,,onsuccesvol impromptu, temeer gezien de snelheid waarmee hij eerdere opmerkingen heeft moeten corrigeren''. Stoudmann zou bovendien geen mandaat hebben om aanbevelingen te doen die nationale minderheden betreffen; alleen Rolf Ekeus, de OVSE-gezant voor minderheden, heeft dat mandaat.