Koning katoen

De private sector wordt de motor van de Pakistaanse economie. Het leven voor het miljoenenleger aan keuterboeren wordt daarmee niet lichter. De prijs van katoen, het voornaamste exportproduct, zakt steeds verder. `Hier op het platteland regeren onrechtvaardigheid en armoede.'

Het is al over tienen in de avond als twee houten karren uit het duister opdoemen voor de fabriekspoort. Ze worden getrokken door ossen. ,,Kijk hoe hard de mensen hier moeten werken en hoe ze er uitzien'', zegt Aqeel-ur-Rehman als de boeren, op afgetrapte sandalen en met een deken om zich heen geslagen tegen de nachtelijke koude, hun trekdieren over het ommuurde bedrijfsterrein mennen. In de schaduw van een schaars verlichte hal lossen ze hun lading: grote jute zakken met katoen die overdag door vrouwen en kinderen is geplukt op de velden rond Shah Jamal, een dorpje op het afgelegen platteland in de buurt van Muzaffargarh.

De avondlijke leveranciers behoren tot het miljoenenleger van ongeschoolde en ongeorganiseerde keuterboertjes en landarbeiders die het platteland van Pakistan bevolken. In de provincie Punjab, waar de helft van de totale Pakistaanse bevolking van 140 miljoen zielen woont, heeft twee procent van de boeren twintig procent van het land in handen. Dat zijn de zogeheten landlords, de grote boeren die tientallen en vaak honderden hectares aan landbouwgrond bezitten. Zij laten hun katoen met tractoren of vrachtwagens brengen. Maar de meeste landeigenaren beschikken over niet meer dan een paar hectares, een kwart van hen bewerkt perceeltjes van niet meer dan een hectare.

In de fabriek van Aqeel-ur-Rehman, de grootste in de wijde omgeving, ondergaat de ruwe katoen haar eerste bewerking. De witte hopen worden via een pijp in ontkorrelmachines gezogen die de katoen ontdoen van de zaden. Aan de ene kant van de hal wordt de gezuiverde katoen samengeperst tot zware balen, die worden verkocht aan spinnerijen en exporteurs. Een pijpleiding aan de andere kant braakt de zaden uit. Daaruit wordt bakolie gewonnen en ze worden verwerkt tot veevoeder.

Maar het plukseizoen, dat in oktober begon, is vrijwel voorbij. Op de meeste akkers in Punjab groeit nu suikerriet en tarwe die vanaf april wordt geoogst. Van de ruim tweehonderd seizoenarbeiders die de afgelopen maanden bijna dag en nacht bezig waren in de fabriek van Aqeel-ur-Rahman, zijn er nu nog maar enkele tientallen aanwezig. Ze zijn eerder op de avond uit het dorp aan de overkant van de weg komen aanlopen. Met vereende krachten stapelen ze balen katoen op een kleurrijk beschilderde vrachtwagen. Die klus duurt ongeveer anderhalf uur en ze krijgen er ieder hooguit 50 rupee's voor, 90 eurocent.

,,Hier op het platteland regeren onrechtvaardigheid en armoede'', zegt de 34-jarige Aqeel-ur-Rehman. ,,Ik ben zakenman. Ik ben dit bedrijf dertien jaar geleden niet begonnen om welzijnswerk te verrichten. Maar ik zie wel in welke armoedige omstandigheden de mensen hier leven. De meeste boeren leven en werken hier nog precies zoals hun voorvaderen deden. Lang niet iedereen heeft elektriciteit en schoon drinkwater. Er zijn te weinig scholen. Vrouwen en kinderen plukken de katoen en helpen bij het binnenhalen van de tarwe voor zeer weinig geld. Voor de meeste families in deze regio is dat een onontbeerlijke inkomstenbron. Er zijn hier geen andere banen. Zo is het systeem hier. Ik kan dat niet in mijn eentje veranderen.''

De keuterboeren die vanavond hun laatste oogst zijn komen brengen, houden weinig over van hun rit. Ze krijgen voor de ruwe katoen ongeveer 700 rupee's (12,70 euro) per maund, bijna veertig kilo. In november was de marktprijs nog 950 rupee's (ruim 16 euro). Aan kosten voor de irrigatie van hun velden, de aanschaf van zaaigoed, diesel voor de tractoren, kunstmest en onkruidbestrijding is een boer gemiddeld 900 rupee's per maund kwijt, rekent Aqeel-ur-Rehman voor. ,,Zolang de prijs zo laag blijft, lijden ze dus verlies.''

Niet voor niets berichten de economiepagina's van de dagbladen al enige tijd over de `crisis in de katoensector' die veel boeren in de problemen brengt. Dit jaar komt de katoenoogst uit op ongeveer 10,3 miljoen balen, terwijl de binnenlandse vraag wordt geschat op rond de negen miljoen balen. Dat plaatst de spinnerijen en weverijen, verenigd in de All Pakistan Textile Mill Owners Association, in een comfortabele positie. Profiterend van de lage prijzen op de wereldmarkt, hebben zij het afgelopen seizoen ook nog eens zo'n 1,6 miljoen balen geïmporteerd De katoenprijs in Pakistan is daardoor verder onder druk komen te staan.

De boeren staan machteloos tegenover deze ontwikkeling, zegt Aqeel-ur-Rehman. De spinnerijen en weverijen aan wie hij zijn gezuiverde katoen verkoopt, duidt hij aan als `de maffia'. ,,Ook ik ben afhankelijk van hen. Er zijn geen andere kopers. Zij dicteren de marktprijs.''

Voorzitter Makhdoom Shah Mah- mood Hussain Qureshi van de Farmers Association of Pakistan deelt die analyse. Hij verwijt de regering dat zij de belofte niet nakomt om via de Trade Corporation of Pakistan (TCP) zo'n een miljoen balen uit de markt te nemen ten einde de prijzen te ondersteunen. Tot dusver heeft de TCP slechts 124.000 balen aangekocht.

,,Het landbouwbeleid in ons land is niet gericht op de boeren'', zegt Qureshi. ,,Pakistan is zo'n beetje het enige land in de wereld waar het prijsbeleid voor de boeren in de praktijk niet wordt bepaald door het ministerie van Landbouw, maar door het ministerie van Handel. Het beleid is er niet op gericht om de boeren te ondersteunen en de landbouwsector sterker te maken, maar om de industrie en de handel ten dienste te zijn.''

Voorzitter Qureshi behoort tot de klasse van de `landlords'. Zijn boerderij, in de omgeving van Multan, heeft een omvang van bijna 120 hectare. Daarop verbouwt hij katoen, tarwe, rijst, mango's en citrusvruchten. Hij heeft 25 landarbeiders in vaste dienst. Die doen het dagelijkse werk op de boerderij. Zelf is Qureshi, in lijn met de familietraditie, vooral politiek actief. Zijn vader was in de jaren tachtig gouverneur van Punjab en zijn oom premier in de jaren zeventig. Ook de 45-jarige Qureshi, die politieke wetenschappen studeerde in Cambridge, heeft al een imposante politieke loopbaan achter de rug. Hij was minister van Planning en Ontwikkeling (1988-'90) en minister van Financiën (1990-'93) in Punjab, alvorens te worden benoemd tot staatssecretaris voor Parlementaire Zaken in de laatste federale regering van Benazir Bhutto (1993-'96).

Benazir Bhutto, leidster van de Pakistaanse volkspartij PPP, verblijft thans in ballingschap in Dubai. Een lokale krant bericht dat Qureshi haar onlangs opzocht om de perspectieven te bespreken voor terugkeer naar democratie in Pakistan, die de huidige machthebber, generaal Pervez Musharraf, voor dit najaar heeft aangekondigd. Maar Qureshi houdt zijn kaarten voor zijn borst. Het is prematuur om nu al te praten over deelneming aan de verkiezingen, zegt hij met een brede glimlach op zijn gezicht. ,,Het is een optie.''

De grootgrondbezitters in Pakistan hebben een slechte reputatie. Velen hebben zich slechts geïnteresseerd getoond in het consolideren van hun eigen macht, en hebben zich weinig bekommerd om het welzijn van de bevolking en het moderniseren van de landbouw. Zij hebben juist baat bij het voortbestaan van de status quo, waarbij ze kunnen beschikken over een onuitputtelijk reservoir aan ongeschoolde en goedkope arbeidskrachten om hun land te bewerken.

Maar Qureshi profileert zich als een moderne bestuurder. Vorig jaar werd hij bij lokale niet-partij verkiezingen, door Musharraf uitgeschreven om de `politiek' dichter bij de mensen te brengen, gekozen tot Nazim (districtshoofd) in Multan. In die functie legt hij nu een bezoek af aan het kantoor van het ministerie van Industrie in de stad. Op rustige toon doceert hij de aanwezige ambtenaren over de noodzaak de economische kansen te grijpen die in het verschiet liggen. ,,Wij zijn een katoenland. Bijna 70 procent van onze export is textiel. Als de wereldhandelsorganisatie WTO over enkele jaren de textielquota afschaft, kunnen wij daarvan profiteren. Multan kan het toekomstige knooppunt worden in de petroleumindustrie. Als er pijpleidingen komen van de Centraal Aziatische Republieken naar India, loopt de route via Multan.''

Maar, vervolgt hij, er moet wel aan voorwaarden worden voldaan. Er moet continuïteit van beleid zijn. Bureaucratie moet worden bestreden en corruptie uitgebannen. Er moeten duidelijke richtlijnen komen om de watervervuiling, de grootste bedreiging in Punjab, tegen te gaan. ,,Regeringen noch industrie hebben in het verleden enige verantwoordelijkheid getoond. Ook ik heb te maken met ambtenaren die omgekocht willen worden. Laat ze naar de hel lopen, heb ik gezegd. Er zijn in het verleden teveel compromissen gesloten. Ik ben voorzitter van een stichting die een tehuis voor wezen onderhoudt. Zelfs dan ondervind je alleen maar tegenwerking van de overheid.''

Pakistan, zegt Qureshi, bevindt zich momenteel in een cruciale fase. ,,De regering wil bestuurlijke hervormingen doorvoeren en het beleid dichter bij de mensen brengen. Ik steun dat. We zitten midden in de overgang van een sterk gecentraliseerde economie naar een economie waarin de private sector de motor van groei wordt in plaats van de publieke sector. En we moeten gaan investeren in sociale ontwikkeling. Onderwijs, gezondheidszorg, geboortebeperking, schoon water – dat zijn zaken die we in het verleden volledig hebben verwaarloosd. Een groot deel van de bevolking heeft nog geen toegang tot de basisbehoeften.''

Na afloop van de bespreking zegt Qureshi dat hij zich als politicus serieus inzet voor deze veranderingen. ,,Politiek is mijn beroep. Mijn boerderij heb ik om in mijn levensonderhoud te voorzien. Daardoor kan ik als politicus onafhankelijk opereren. Ik hoef niet corrupt te zijn.''

Ook katoenfabrikant Aqeel-ur-Rehman in Shah Jamal gelooft dat Qureshi het soort politicus is dat zijn regio nodig heeft om ontwikkeling tot stand te brengen. Zelf heeft hij geen ambities om de politiek in te gaan. ,,Dat zou mijn bedrijf alleen maar schade berokkenen'', zegt hij.

Een arbeider verft met een mal codenummers op de balen die op het fabrieksterrein klaarliggen voor transport. Oogst 2001/2002, partijnummer 269, baal 65. Elke partij bestaat uit honderd balen. Het overgrote deel van de productie in de afgelopen maanden heeft Aqeel-ur-Rehman al verkocht. Maar een deel houdt hij achter, in de hoop dat de prijs de komende maanden zal stijgen. Dat deed hij vorig jaar ook. Toen was de prijs in februari 2.700 rupee's per maund gezuiverde katoen. ,,Ik ging voor 3.000 rupee's, maar ik kon de partij in juli uiteindelijk verkopen voor 1.500 rupee's per maund'', zegt hij. ,,Het blijft gokken. Dat is nu eenmaal het wezen van mijn beroep. Ik hoop dat ik dit jaar meer geluk heb.''