Immigratieland

In deze krant van 14 maart houdt Herman Philipse een weldoordacht pleidooi voor een open en zakelijk debat over immigratie, te voeren op goede en fatsoenlijke wijze. Enkele dagen eerder (12 maart) was ditzelfde reeds bepleit door Ina Recking-Straver, die de aspecten welke daarbij aan de orde zouden moeten komen samenvatte als `milieu, ruimtelijke ordening, bevolkingsdichtheid, sociale implicaties en de begrotingsruimte van de overheid'.

Het is wellicht passend om mij expliciet bij deze pleidooien aan te sluiten. Ik ben namelijk, of pretendeer althans te zijn, de oorspronkelijke auteur van de kreet `Nederland is geen immigratieland'. Ik formuleerde dit zinnetje in een interne nota die ik als ambtenaar van de Rijksplanologische Dienst rond 1970 moest schrijven in het kader van de voorbereiding van de Derde nota over de ruimtelijke ordening. Ik bedoelde er niet mee dat in Nederland feitelijk geen immigratie optrad: het immigratie-overschot bedroeg in 1969 20.183 en in 1970 33.325. Wat ik bedoelde te zeggen was dat Nederland om ruimtelijke en demografische redenen niet geschikt was voor de rol van immigratieland. Het zinnetje leidde tot misverstand, vandaar dat het in het eerste deel van de Derde nota, de in 1974 uitgebrachte Oriënteringsnota, anders werd verwoord. Op blz. 39 van die nota kan men lezen: ,,In aansluiting aan de doelstelling van een beperking van de bevolkingsgroei zal een samenhangend migratiebeleid moeten worden opgebouwd met als uitgangsstelling dat Nederland geen immigratieland kan zijn en dit ook niet mag worden.''

Er is te veel veranderd, dan dat over immigratie nu nog in alle opzichten hetzelfde gedacht kan worden als dertig jaar geleden. Maar aan een samenhangend migratiebeleid is nog evenzeer, of juist des te meer behoefte. Dat de gevestigde politieke partijen de laatste tien jaar zelfs het debat over een dergelijk beleid niet of nauwelijks hebben willen voeren valt hun zeker kwalijk te nemen en komt hun duur te staan.