Illegaal en toch naar school in Iran

Afghaanse vluchtelingen zijn in Iran niet geliefd. Fatimeh Khavari begon met weinig geld een schooltje voor illegale Afghaanse kinderen.

De Iraanse regering mag zich dan samen met internationale vluchtelingenorganisaties opmaken voor een grootscheepse repatriëring van de twee miljoen Afghaanse vluchtelingen, Fatimeh Khavari is vol vertrouwen dat ze haar 160 leerlingen voorlopig niet kwijtraakt.

Khavari zit in het minuscule keukentje van een vervallen gebouwtje in Kanpain, aan de westelijke rand van Teheran, waar ze een informele school runt voor kinderen van illegale Afghaanse vluchtelingen. Een halve meter verderop, achter een dunne wand, dreunt de eerste klas een lesje op. ,,De gezinnen gaan nog niet terug'', zegt ze, ,,alleen de vrijgezellen. In Afghanistan is het vaker bijna vrede geweest, maar lukte het toch net niet. Daarom zijn we niet optimistisch.'' Zelf gaat ze al helemaal niet terug: ,,Ik ben hier opgegroeid. Daar krijg ik met allerlei restricties te maken.''

Khavari, begin dertig, getrouwd met een bouwvakker en moeder van één kind, begon als naaister, zoals veel van de Afghaanse vrouwen die in Kanpain wonen, en werkte vijf jaar als vrijwilligster in het lokale gezondheidscentrum voor geboorteregeling (een tamelijk hopeloze taak, aangezien veel Afghanen dat liever aan God zeggen over te laten). Twee jaar geleden besloot ze zich in te zetten voor de talloze kinderen die ze altijd op straat tegenkwam. Kinderen van illegale Afghanen – dat wil zeggen alle vluchtelingen die na 1992 het land in kwamen, in totaal zeker 700.000 – kunnen niet naar school in Iran. En wat is er in een doodarme buurt als Kanpain – nauwe, kronkelige straatjes en géén speelterreinen – te doen behalve buiten rondhangen?

Fatimeh Khavari, zelf van vóór 1992, toen het Iraanse regime nog gul verblijfsvergunningen uitdeelde, probeerde aanvankelijk een reguliere school voor de kinderen te vinden. Maar toen ze op een onverbiddelijke bureaucratie stuitte, startte ze twee jaar geleden in arren moede maar een eigen school, in haar tweekamerappartement. Binnen één week hadden zich vijftig kinderen tussen de 7 en 14 jaar oud aangemeld. ,,Hun ouders waren erg gelukkig, omdat ze wilden dat hun kinderen zouden leren'', zegt ze.

Boeken waren een groot probleem: ze verzamelde ze tweedehands en kopieerde materiaal waar ze kon. (Legale) Afghaanse meisjes die hun middelbare school hadden afgemaakt, vroeg ze om te komen lesgeven. Onderdak bleek het grootste probleem. Binnen drie weken was het aantal kinderen tot honderd gegroeid, vijftig per kamer, met zijn allen op de grond. Voordeel was dat ze in de winter elkaar warm hielden, nadeel dat de buren begonnen te klagen: zouden die kinderen geen ziekten verspreiden? Zou er geen brand uitbreken? De kinderen moesten zich muisstil houden. Een jaar later, toen ze met de school verhuisde, reageerden de buren verbaasd: Honderd kinderen? We dachten dat het er misschien vijftien waren.

De huisbaas verkocht het appartement en Khavari begon met haar kinderen een zwerftocht langs appartementen van verwanten en andere tijdelijke optrekjes, altijd bang voor boze huisbazen en boze buren. In haar vrije tijd ging ze Iraanse scholen langs, of ze misschien lokalen een paar uur per dag leeg hadden staan, en naar moskeeën, acht in totaal. Maar altijd was het argument: het zijn Afghaanse kinderen, ze zijn ziek, ze zijn vies, het zijn er te veel. Afghanen zijn niet echt geliefd in Iran.

Uiteindelijk vond ze een gebouwtje waar de school, inmiddels uitgegroeid tot 160 kinderen, met een ochtend- en een middagploeg kon worden ingeperst, plus tegenwoordig ook 's avonds een alfabetiseringscursus voor volwassenen. Daar zit ze nu een paar maanden. Ze betaalt 300.000 riyal (ongeveer 40 dollar) huur per maand, opgebracht uit de vrijwillige bijdragen van ouders die wat kunnen betalen. De borg is betaald door een Japans bedrijf. Vrienden en kennissen leenden nog eens 4 miljoen riyal voor een merkwaardig assortiment banken en tafels.

Op de wachtlijst staan nog tachtig kinderen. Die kunnen er op dit moment niet meer bij. Maar Khavari is van plan binnenkort het binnenplaatsje te overdekken. Daar kan dan ook een klas zitten.

De meeste leerlingen zijn kinderen van Afghaanse bouwvakkers en van huisbedienden van families in het welvarende noorden van Teheran, die in Kanpain wonen. Het nieuws van de school heeft zich echter al buiten de wijk verspreid en leerlingen opgeleverd tot uit Yusefabad, drie uur reizen met de bus. Sommige kinderen zijn zo arm dat ze te voet komen omdat ze geen buskaartje kunnen betalen. Maar leren willen ze allemaal, glundert Khavari.

Hoe vindt de 10-jarige Mohammed Reza de school? Hij zit in zijn gescheurde hemdje tussen 27 klasgenoten in een ruimte van vier bij drie meter. ,,Goed'', zegt hij verlegen; rekenen doet hij het liefst. En als hij groot is, wil hij voetballer worden.

Vierde artikel van een serie over Iran. Eerdere delen verschenen op 18, 16 en 14 maart en zijn terug te lezen op www.nrc.nl