Energiebesparing

Het Nederlandse bedrijfsleven doet het goed als het gaat om energiebesparing. Dat bleek vorige week uit het rapport van de Commissie benchmarking energie-efficiency. Onze ondernemingen zullen in 2012 in totaal 5,7 miljoen ton minder CO2 uitstoten dan nu. Daarmee behoort de Nederlandse energie-intensieve industrie tot de meest efficiënte ter wereld. Minister Pronk (VROM) was tevreden; hij beloofde dat de energie-intensieve bedrijven de komende vier jaren niet met extra energieheffingen zouden worden geconfronteerd.

Jammer dat de heer Warmerdam van MKB Nederland zich in NRC Handelsblad van 28 februari niet wat enthousiaster toont over dit fraaie resultaat. In plaats daarvan zegt hij zich te ergeren aan het feit dat `het grootbedrijf' is vrijgesteld van het betalen van energiebelasting en dat ,,deze bedrijven tot 2012 niets meer hoeven te doen'', terwijl middelgrote en kleinere ondernemingen zich blauw betalen aan de zogeheten regulerende energiebelasting.

Ik ben het met Warmerdam eens dat de regulerende energiebelasting bedoeld om via prijsprikkels energiebesparing te stimuleren op zichzelf een verkeerd instrument is. Ik ben het evenzeer met hem eens dat de energiebelasting onze internationale concurrentiepositie veel schade doet. Ten aanzien van de betekenis en de effecten van het convenant benchmarking geeft Warmerdam echter helaas een nogal verkeerde voorstelling van zaken.

Ten eerste zijn grote energie-intensieve bedrijven niet geheel, maar slechts voor een deel vrijgesteld van het betalen van energiebelasting. De overheid was daartoe vooral bereid omdat deze bedrijven zich vrijwillig verplicht hebben fors te investeren in energiebesparing. Dat is de afgelopen tien jaar gebeurd met meerjarenafspraken energiebesparing, die zeer succesvol zijn geweest. Voor de komende tien jaar is het aanzienlijk ambitieuzere benchmarkconvenant afgesloten, waarbij elk deelnemend bedrijf zich individueel verplicht op tot de 10 procent meest energie-efficiënte bedrijven ter wereld te blijven horen. Nu is dus bekendgemaakt dat ze die hoge ambities waarmaken.

Voor het bereiken en vasthouden van deze toppositie worden vele honderden miljoenen euro geïnvesteerd. Alleen al aan consultancykosten heeft het opstellen van de `benchmarks' enkele tientallen miljoenen gekost. Daarbij komt dat de grotere energie-intensieve bedrijven wel degelijk energiebelasting betalen, zij het om de eerdergenoemde redenen niet het volle pond. Dat volle pond betalen ze overigens wel bij de al tien jaar bestaande brandstoffenheffing (BSB), die 0,8 miljard euro opbrengt en in feite ook een soort energiebelasting is. Per saldo is de indruk dat grote energie-intensieve bedrijven er op een koopje vanaf komen volkomen onterecht.

Nederlandse bedrijven (klein, middelgroot én groot) doen veel op het gebied van energiebesparing. Laten we daar trots op zijn en geen valse tegenstellingen kweken tussen klein en groot.