Eén motor per weekend in F1

De internationale autosportfederatie (FIA) heeft besloten dat de coureurs in de Formule I vanaf 2004 nog maar één motor per raceweekeinde (vrijdag, zaterdag, zondag) mogen gebruiken. Bij ingrijpende veranderingen of reparaties wordt de betreffende coureur maximaal tien plaatsen achteruitgezet in de startopstelling. De FIA gaat de precieze richtlijnen nog vaststellen in overleg met de teams.

De coureur die een motor `opblaast' kan in 2004 ook niet meer overstappen in de reservewagen. Dat staat gelijk aan het vervangen van een complete krachtbron. De maatregelen zijn genomen om de kosten te drukken en de renstallen met lagere budgetten niet per definitie kansloos te maken. De topteams als Ferrari en Williams gaan er nu van uit dat er voor elke race ten minste drie motoren per bolide nodig zijn voor een goed resultaat.

Door bezuinigingen en afhakende sponsors wordt het moeilijker een team te financieren, laat staan mee te doen voor een podiumplaats of WK-punten (eerste zes). Onlangs ging het team van Prost failliet. Door nog maar één motor per weekend toe te staan, worden de jaarlijks kosten met ongeveer dertig miljoen euro per team gedrukt.

De FIA nam ook enkele beslissingen die al bij de Grote Prijs van Brazilië (31 maart) ingaan. De belangrijkste is een straf voor het veroorzaken van een ongeluk. Als een rijder verwijtbare betrokkenheid bij een crash ten laste kan worden gelegd, verliest hij mogelijk tien plaatsen in de startopstelling van de eerstvolgende race. Bolides die niet binnen dertig seconden na het groene licht kunnen starten gaan terug naar de box.

In 2003 wordt het beveiligingssysteem HANS (head and neck support) verplicht gesteld voor de Formule I en Formule 3000. Het produkt van koolstof omsluit de nek en beschermt wervels en hoofd tegen extreme bewegingen.