Dieetcola en lifesavers

Tussen Pasen en de zomervakantie pakken veel managers de koffers om een cursus aan een Amerikaanse business school te volgen. In de meeste gevallen worden zij gedurende vier weken overladen met colleges, oefeningen, simulatie-spelen, team-opdrachten en, vooral, case studies. Dit soort onderwijs heet executive education en de vraag is: wat levert het op en hoe kan je er het meeste profijt uithalen?

Vijf jaar geleden keek mijn toenmalige baas mij aan en zei: ,,Jij moest maar eens een cursus gaan volgen''. Op de vraag waarom mij deze eer te beurt viel luidde het antwoord: ,,Dat is wel goed voor jou''. Een paar maanden later zat ik met zestig anderen in de collegebanken van de University of Michigan Business School. Voor ons een ringband met case studies en presentaties, ernaast een blikje dieetcola en een rolletje lifesavers. Mannen waren verreweg in de meerderheid, voorzien van poloshirts en naamkaartje. De professor kwam binnen, noemde zijn naam en zei: ,,Ik ga Uw bedrijf kopen. Wat doet U?''Niemand antwoordde. Professor herhaalde de vraag. Nog altijd stilte. Na tien lange seconden: ,,In de tijd dat U zat na te denken is Uw concurrent U voorbijgestreefd. Welkom in Michigan.''

Welke onderdelen van het programma worden beschouwd als het meest waardevol? Een recente steekproef van de Financial Times laat zien dat actualisering van drie traditionele managementtechnieken het meeste succes heeft.

Op de eerste plaats komt het vertrouwde model om de concurrentiepositie te analyseren. Dat is uitgevonden door Michael Porter en geeft inzicht in de vijf belangrijkste krachten die de slagvaardigheid van een onderneming beïnvloeden. Die krachten zijn: de mate waarin een bedrijf goed gebruik maakt van leveranciers en klanten, het risico van nieuwe concurrerende bedrijven of van introductie van vervangende producten en uiteraard de al bestaande concurrentie binnen de bedrijfstak. Het blijkt dat deze factoren nog altijd aan de basis staan van veel concurrentie-analyses.

Een populaire tweede techniek is die van de hantering van net present value. Dit een manier om te berekenen wat een realistische verhouding tussen kosten en opbrengsten van een mogelijke investering is. Dit lijkt nogal hoogdravend maar enige notie van die techniek is dienstig bij de beoordeling van elk gewoon projectje.

Een derde techniek is eveneens een klassieker: een analyse die de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen van een onderneming in kaart brengt. Het doel daarvan is inzicht te krijgen in de strategische keuzemogelijkheden van het bedrijf. Het concept komt uit grootmoeders keuken, maar doet het nog best.

De toegevoegde waarde is uiteraard niet dat de deelnemers deze drie basistechnieken tot in detail bestuderen – dat deden velen vóór hen. Nuttiger is om ze te vergelijken met de varianten die hun onderneming gebruikt en te kijken of verbeteringen mogelijk zijn. Spelen met dit gereedschap vergroot tevens het kritisch denkvermogen. Elke techniek is wel érgens nuttig voor. Het hebben van die keuzemogelijkheden is de stille kracht eronder.

Minstens even belangrijk zijn de vaardigheden die een deelnemer kan meekrijgen. Daarbij kan men denken aan soft skills zoals leiderschap, werken in teamverband en het verzorgen van een pakkende presentatie. Ook leren analyseren met beide benen op de grond, en training van de snelheid waarmee grote hoeveelheden gegevens kunnen worden verwerkt – handig om bij overnames tijdig de sleutelfactoren boven water te krijgen – horen daarbij.

Bij Amerikaanse business schools moet de deelnemer er ook rekening mee houden dat de meeste professoren een flinke cent bijverdienen met adviesopdrachten. Vaak vertegenwoordigt het advieswerk de hoofdmoot van het financiële familiegeluk. Dat betekent dat de argeloze student niet verbaasd moet zijn indien hoogleraren openlijk vissen naar opdrachten. Ook wordt regelmatig een beroep gedaan op vrijgevigheid. Stortingen in allerlei universiteitsfondsen worden op prijs gesteld – het systeem is erop gericht. Dat is dan ook een zakelijke reden dat veel professoren gedurende de cursus feestjes thuis organiseren of met kleine groepen wat langer gaan lunchen.

Alles wat gedurende die vier weken gebeurt, staat in het teken van de strijdkreet: geen output zonder input. Er komt alleen iets uit wanneer je je inzet. Een absolute voorwaarde voor succes is dat de cursist het fax- en emailverkeer met kantoor volledig kan droogleggen. De kracht van het verblijf zit `m in de afzondering. Daarnaast is het nuttig om met de baas te overleggen welke doelstellingen met de opleiding gerealiseerd moeten worden. Het is aan te raden vier of vijf ideeën in de bagage mee te nemen en die gedurende de cursus te ontwikkelen. Zelden kan zoveel expertise tegelijk worden ingezet. De kosten zijn in de orde van 25.000 dollar en dan mag je verwachten dat er stevig wordt doorgewerkt.

De kater wacht bij terugkomst op kantoor. Vaak blijkt dat de achterstand hopeloze proporties heeft aangenomen. Al dat moois dreigt te worden vermorzeld door de agenda. De manager die onder die omstandigheden toch voet bij stuk weet te houden, laat zien dat het niet voor niets is geweest.

verwey@wanadoo.be