Criticus van regime Syrië veroordeeld

Het Syrische parlementslid Mamoun Homsi is gisteren in Damascus tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens een ,,illegale poging'' om de grondwet te wijzigen.

Tevens kreeg hij vier jaar gevangenisstraf wegens belastering van de regering en enkele andere misdrijven. Homsi had de autoriteiten van corruptie beschuldigd en het gebrek aan vrijheid in Syrië gekritiseerd onder de sinds 1963 geldende uitzonderingstoestand. Hij werd wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken van beschuldigingen dat hij de nationale eenheid had geschaad en de autoriteiten gehinderd. De rechter heeft bepaald dat hij alleen de zwaarste straf moet uitzitten. Homsi gaat in beroep.

Homsi werd begin augustus aangehouden, kort nadat hij een hongerstaking was begonnen om de aandacht te vestigen op zijn beschuldigingen. Hij was de eerste van een groep van tien regimecritici die sindsdien zijn opgepakt, die is veroordeeld. Acht van hen, onder wie de communist Riad Turk, zullen worden berecht door een speciaal tribunaal dat geen recht op hoger beroep kent. Het proces tegen een tweede parlementslid, Riad Seif, is aan de gang.

Een van Homsi's advocaten noemde de straf ,,meer dan zwaar''. ,,Het gaat om een politieke uitspraak'', aldus Anwar al-Bounni, die stelde dat het parlementslid ,,geen enkele misdaad heeft gepleegd''.

De vier advocaten van Homsi hadden zich de afgelopen week uit het proces teruggetrokken uit protest tegen het huns inziens politieke karakter van het proces. Zij stelden daarbij dat het vonnis al vaststond. Daarop had Homsi nieuwe advocaten aangesteld, die echter gisteren nog geen toestemming hadden gekregen om voor hem op te treden.

Dat gisteren de uitspraak kwam, verraste allen, met inbegrip van Homsi zelf, die snel begon te schreeuwen: ,,Lang leve Syrië!''.

De arrestatie van Homsi markeerde het einde van een periode van zes maanden die waren gekarakteriseerd door een zekere vrijheid van meningsuiting. Als resultaat van een lichte ontspanning onder het jonge bewind van Bashar-al-Assad, zoon van de overleden Hafez al-Assad, was er in die tijd sprake van een opbloei van politieke discussies. Daarvan is nu geen sprake meer.