Billenkoek

De laatste kruistocht is het genoemd: de basisrechten van kinderen. Het strijdtoneel is ontmoedigend groot. In ontwikkelingslanden worden kinderen soms met geweld geëxploiteerd om de modespullen te maken die voor leeftijdsgenootjes in het welvarende deel van de wereld gelden als statussymbool. Ouderen doen het hier niet veel beter. Kindermishandeling is een persistente plaag. Het gaat om ruwe schattingen, maar die komen toch al gauw uit op 80.000 incidenten per jaar – in veertig tot vijftig gevallen met dodelijke afloop. De aanpak van het probleem kindermishandeling is weerbarstig en niet alleen wegens de wachttijden bij de speciale adviesbureaus kindermishandeling en hun plaats in de jeugdhulpverlening, die weer eens toe is aan een algemene reorganisatie.

Het is vooral moeilijk voor buitenstaanders, van betrokken buren en onderwijzer tot huisarts, om de drempel tot een melding over te gaan. Het zijn vaak niet meer dan bange vermoedens, die eigenlijk onvoorstelbaar zijn. En maak je niet meer kapot dan te redden door de instanties in te schakelen? Het kabinet signaleerde vorige zomer serieuze `juridische knelpunten' in de vorm van functieafbakening, privacyproblemen en meldprocedures.

Nu is de Tweede Kamer dan toch met een toverformule gekomen: een algeheel wettelijk verbod op het slaan van kinderen. Het voorbeeld is Zweden, waar reeds in 1979 een wettelijk einde werd gemaakt aan billenkoek. Maar waar ligt de grens met de pedagogische tik? De Kamermeerderheid geeft toe dat deze moeilijk te trekken valt. Het gaat ook niet om billenkoek, maar om het echte kwaad van de kindermishandeling. Dat is echter al zonder meer strafbaar.

Waar werkelijk behoefte aan bestaat is goede hulpverlening voor probleemgezinnen. Daar mankeert nog van alles aan, zo bleek eerder dit jaar uit onderzoek. De gemiddelde gezinsvoogd is ,,meer case manager dan hulpverlener'', zoals de regering eerlijk heeft toegegeven, en mag al blij zijn met een uurtje per cliënt per maand. Bovendien is er de eeuwige ,,worsteling tussen het effect en de legitimatie van ingrijpen in een gezin'', zoals Stan Meewese van Defense for Children International onlangs opmerkte. Hij signaleerde in de wetgeving op de jeugdhulpverlening een gebrek aan ,,bescheidenheid en realiteitszin''. De Kamer kan het zich allebei aantrekken.