Alleen het geweten van de redactie telt

De pas overleden Duitse journaliste Marion Gräfin Dönhoff was een voorbeeld voor de onafhankelijke journalistiek die kwaliteit nastreeft, meent André Spoor. Iedere concessie aan commercie, massasmaak of politiek correct denken was haar vreemd.

Op Schloss Crottorf, het huis van haar dierbare neef Hermann Hatzfeldt, is begin vorige week het grote voorbeeld, het inspirerende ijkpunt voor elke liberale Europese journalist en hoofdredacteur gestorven : Marion Gräfin Dönhoff, 92 jaar oud, van 1968 tot 1973 hoofdredactrice van het in Hamburg verschijnende weekblad Die Zeit, daarna tot haar dood Mitherausgeber van dat blad.

Waarom was zij zo bijzonder, deze aristocrate, opgegroeid op het kasteel Friedrichstein in Oost-Pruisen (nu Rusland), die eerst heel traditioneel het immense familielandgoed beheerde, maar begin 1945 te paard voor het Rode Leger uit naar familie in het westen van Duitsland vluchtte ? Wat maakte deze Pruisische vrouw, die in Basel economie had gestudeerd, in de marge aan de aanslag op Hitler in 1944 had meegedaan en na de oorlog min of meer toevallig in de journalistiek terecht was gekomen tot een van de grote figuren van onze tijd ?

Meer nog dan haar grote talenten vooral haar persoonlijkheid. Wie haar van meer nabij leerde kennen, kon niet anders dan onder de indruk raken van wat wel haar `ethische charisma' is genoemd : moraal ging haar boven macht en materie en bovenaan in haar morele codex stonden tolerantie en respect voor anderen, waardoor discriminatie, haat en geweld onmogelijk zouden worden. Pruisische deugden placht zij te zeggen, net als loyaliteit zonder onderdanigheid, humanisme en afkeer van elke vorm van nihilisme.

Omdat deze denkbeelden hen motiveerden, richtte zij een eigen monument op voor haar Pruisische vrienden van de `20-ste juli', die hadden geprobeerd Hitler uit de weg te ruimen. Haar betrokkenheid daarbij was de belangrijkste ervaring uit haar leven geweest, zei ze mij eens.

Als journaliste bezat zij kwaliteiten die in de wereld van de pers vaak wel bewonderd werden, maar alleen bij uitzondering school maakten. Zij was boven alles nieuwsgierig, wilde het naadje van de kous weten, vroeg iedereen uit die zij ontmoette, van president tot werkster. Op de redactie eiste zij precisie en fairness. IJdele journalisten verafschuwde ze, zag ze ook als een contradictio in terminis. Glamour was niet haar wereld, al verkeerde ze geregeld met de groten der aarde.

Zoals met Henry Kissinger, met wie ze trouwens nauw bevriend was. Toen ik haar eens vroeg hoe zo'n vriendschap mogelijk was als de ene partij uitsluitend in machtstermen leek te denken en de andere de moraal ook in het internationale verkeer boven alles stelde zei ze: ,,Henry en ik zijn het dan ook over heel veel niet eens; hij vindt mij vaak een dwaas en ik hem soms een monster; maar we zijn vrienden en hij is een van de mensen die weet `worum es geht'.''

Zo heet dan ook een van haar boeken met portretten van: `Menschen, die wissen, worum es geht'. Voor haar betekent dit dat zij geen concessies doen aan publiek, mode en carrière, maar uit innerlijke zekerheid handelen. Naast Kissinger staan er stukken in over George Kennan, Lew Kopelew, Mochtar Lubis en Helmut Schmidt. Een portret over haarzelf zou in het boek niet hebben misstaan.

Marion Dönhoffs tolerantie betekende niet dat zij een voorstander was van alles gedogen. Niet in haar weekblad en niet in de wereld. Zij was strijdlustig, vaak scherp, op redactievergaderingen door sommigen gevreesd. Zij werd nooit een oude wijze mevrouw die voor alles begrip had. Voor haar bevatte het liberalisme altijd een element van tegenspraak ,,denn alles Geistige existiert im Widerspruch, nur durch Widerspruch lässt sich die Wahrheit finden'', schreef ze.

En ze vocht tot haar laatste dagen tegen wat zij verderfelijk vond: het materialisme als hoogste waarde. Bij Die Zeit hield dat in dat zij geen enkele concessie deed aan commercie, massasmaak of politiek correct denken. Haar motto was `Wij maken de krant die ons bevalt', herinnert met grote instemming haar veel jongere collega Sabine Rückert zich in het herdenkingsnummer dat Die Zeit vorige week uitbracht. Het geweten van de redactie was het criterium waarmee het blad moest worden geredigeerd volgens `die Gräfin', niet de abonnementenafdeling met haar lezersonderzoeken, de bondskanselarij of de directie.

Het is een kernprincipe van onafhankelijke journalistiek die kwaliteit nastreeft. Het geldt nog steeds bij Die Zeit, dat na enige teruggang na het aftreden van Theo Sommer als hoofdredacteur nu onder de tweehoofdige leiding van Josef Joffe en Michael Naumann weer groeit.

Marion Dönhoff streed niet alleen tegen wat zij gevaarlijk vond.

Zij zette zich in voor de dingen die haar na aan het hart lagen. Ondanks haar kritische zin, haar Pruisische afstandelijkheid (die overigens vaak genoeg door humor en persoonlijke warmte konden worden doorbroken) was zij een optimiste. Zij geloofde onwrikbaar in het herstel van Europa als geestelijke ruimte en pleitte voor contact en verzoening met het Oosten in tijden dat de Koude Oorlog zijn demoniserende wind blies. Al begin jaren zestig reisde zij met Theo Sommer en Rudolf Walter Leonhardt naar de DDR en publiceerde met hen een weliswaar zeer kritisch reisverslag, maar wel een dat de gesprekspartners in het Oosten au sérieux nam. Dat doorbrak in die tijd een taboe.

Zij steunde het ontspanningsbeleid van Willy Brandt, was voor erkenning van de Oder-Neisse-linie als Duitslands oostgrens, al hield dat in dat haar `land van herkomst', Oost-Pruisen, waar haar voorouders achthonderd jaar een prominente rol hadden gespeeld half Russisch en half Pools werd. Het kostte haar moeite, op het laatste moment zei ze de uitnodiging om bij de ondertekeningsceremonie te zijn af. Maar ten slotte bracht zij haar nostalgie en gevoel van blijvende verbondenheid met haar ouderlijk huis en haar wereld onder in woorden : de diepste liefde kan uitgaan naar wat je niet bezit.

Drs. A.S. Spoor is oud-hoofdredacteur van NRC Handelsblad.