Afghanistan economisch kwetsbaar

Het oorlogsgeweld is nog niet verstomd of de economische activiteiten in Afghanistan bloeien weer. Maar de wederopbouw is een mammoettaak. `Hulp uit het buitenlandse blijft voorlopig nodig.'

Het heeft de grote geldmarkten van New York en Londen nog niet direct in beroering gebracht, maar de koers van de afghani, de Afghaanse munt, is sinds de val van de Talibaan steil omhoog gegaan. De geldwisselaars langs de rivier de Kabul, gezeten achter hun houten kistjes met stapels netjes gesorteerde bankbiljetten, vragen nu het dubbele van de koers waarvoor ze hun afghani's in november tegen dollars en andere valuta ruilden.

Het geeft het toegenomen vertrouwen weer van zowel de internationale gemeenschap als de Afghanen zelf in de toekomst van het na decennia van oorlog volledig ontwrichte land. Dit ondanks het feit dat Afghanistan weer bijna van de grond af moet worden opgebouwd en de humanitaire nood er nog altijd groot is.

Het VN-document, dat de grondslag vormde van de donorconferentie in Tokio van januari, spreekt wat dit betreft boekdelen. De Afghaanse graanproductie is de afgelopen twee jaar gehalveerd, de veestapel dramatisch teruggelopen en de onmisbare irrigatiekanalen verwoest. Ongeveer de helft van het wegennetwerk is ernstig beschadigd, terwijl 50 procent van de huizen en gebouwen in de steden is verwoest en grote aantallen dorpen met de grond zijn gelijkgemaakt. Uitgestrekte delen van het land, ook zeer vruchtbare stukken, zijn voorlopig onbruikbaar door mijnenvelden. Dit alles in een land, dat zelfs voor het geweld eind jaren '70 losbarstte, al tot de minst ontwikkelde ter wereld behoorde.

Ook het overheidsapparaat moet weer van voren af aan beginnen, deels in zwaar beschadigde gebouwen. Alle ministers hebben van de VN bij hun aantreden een bureau met een stoel en een fotokopieerapparaat cadeau gekregen. Geen overbodige luxe, want veel van de ministeries waren totaal leeggeroofd. Ook beschikken de bewindslieden inmiddels over een kostbare satelliettelefoon, want het reguliere telefoonnetwerk ligt nog steeds plat in Afghanistan en een minister dient toch ten minste bereikbaar te blijven.

Een grote handicap voor de interimregering van premier Karzai is voorts haar schrijnende gebrek aan fondsen. ,,We hebben als interim-regering vrijwel geen inkomsten'', klaagt onderminister van Financiën Sameh Wali op het karig gemeubileerde, onverwarmde departement in het centrum van Kabul. ,,We missen de capaciteit om op een normale manier belasting te innen. We zullen voorlopig sterk afhankelijk blijven van hulp van de internationale gemeenschap.''

Dat is ook de voorspelling van Stephanie Bunker, woordvoerster van de VN in Kabul. ,,Zelfs als alles hier de komende tijd op rolletjes verloopt, blijft het land toch nog zeker vijf tot tien jaar aangewezen op buitenlandse hulp.''

Helemaal met lege handen staan Karzai en de zijnen overigens niet. Zo kunnen ze gelden tegemoet zien van vliegmaatschappijen die over Afghanistan heenvliegen, belasting van enkele middelgrote bedrijven (echte grote bedrijven zijn er niet) en douanegelden en boetes. De inkomsten uit de laatste twee categorieën zijn overigens gering, want veel handelswaar komt binnen via smokkelaars en de wet is er, zeker buiten Kabul, nog maar in beperkte mate van kracht.

Lang niet alle 200.000 ambtenaren, die Afghanistan voor de komst van de Talibaan telde, zijn op hun post teruggekeerd. Een deel van hen werd door de bebaarde fundamentalisten ontslagen. Erg aanlokkelijk was een terugkeer op een departement tot voor kort niet. Vijf maanden lang ontvingen de ambtenaren geen enkel salaris. De besten hebben intussen banen bij de Verenigde Naties of buitenlandse hulporganisaties bemachtigd.

Sinds het aantreden van de interim-regering heeft UNDP, de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties, fondsen beschikbaar gesteld, waarmee in beginsel de lopende salariskosten kunnen worden betaald. Maar nog altijd zijn er veel ambtenaren, onder wie politieagenten, die geen salaris hebben ontvangen.

De private sector heeft zijn zaken in veel opzichten beter geregeld dan de overheid. Neem diezelfde valutamarkt langs de boorden van de rivier. Een groepje grotere geldhandelaren, dat niet achter zeepkistjes zit maar heuse kantoren tot zijn beschikking heeft, stelt elke ochtend na overleg met collega's in de Pakistaanse grensstad Peshawar en enkele Afghaanse steden de koers van de afghani vast. Daarnaast verlenen ze ook andere diensten. Afghaanse vluchtelingen in Nederland kunnen bij voorbeeld geld overmaken naar minder fortuinlijke familieleden in Afghanistan. ,,De zaken gaan op het ogenblik heel goed'', zegt Ghul Ahmed van Saleem Caravans wisselkantoor.

Een andere sector die floreert is die van het particuliere taxivervoer. Dagelijks neemt het aantal geel-witte auto's in Kabul en omgeving toe. Veel Afghanen die tot dusverre in het buurland Pakistan werkten, proberen nu in het vaderland aan de kost te komen. Aangezien het goedkopere busvervoer nog maar beperkt voorradig is, verplaatsen veel mensen die het zich kunnen veroorloven zich per taxi. Bovendien vormen de talrijke buitenlanders in de hoofdstad een aantrekkelijke markt.

Ook de particuliere voedselvoorziening is weer behoorlijk op gang gekomen. Op de markten van Kabul liggen de kraampjes vol met kolossale bloemkolen, uien, wortels, aardappelen, terwijl er ook veel vlees te koop is. De prijzen zijn over het algemeen gedaald sinds de val van de Talibaan.

Dat neemt niet weg dat er nog honderdduizenden mensen afhankelijk blijven van de voedselhulp van het Wereldvoedselprogramma en het Internationale Rode Kruis. Onderminister van Financiën Wali hoopt hierin snel verandering te brengen. ,,Eigenlijk zijn we vanouds een agrarisch land. We zouden toch zeker weer in staat moeten zijn om althans voldoende graan voor eigen gebruik te produceren.''

Intussen moeten de interimregering, de VN en de hulporganisaties zorgvuldig laveren om een aantal klippen te omzeilen. Op het ogenblik is er te weinig geld, maar er moet ook niet te veel hulpgeld tegelijk binnenkomen. Dat zou de inflatie kunnen aanwakkeren in het economisch hoogst kwetsbare land. Ook moet worden vermeden dat het lokale initiatief door de buitenlandse hulp wordt weggevaagd en dat Afghanistan een `hulpjunkie' wordt.

Met het oog hierop is er een coördinerend lichaam in het leven geroepen, de Afghanistan Coordination Authority. Hierin hebben vertegenwoordigers van de interim-regering en van de VN zitting. Het speelt inmiddels een vooraanstaande rol bij de wederopbouw van Afghanistan.