Aerodynamische en gladde zilverontwerpen

In de perdiode van de wederopbouw hadden Nederlanders nauwelijks belangstelling voor zilveren voorwerpen. Het edelmetaal werd gezien als elitiair en ouderwets, en de zilverindustrie ging de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog door een moeilijke fase. In dat licht is het opmerkelijk dat Gustav Beran (1912) in die periode niet alleen veel gebruikszilver ontwierp, maar ook grote stukken. Zo maakte hij eind jaren vijftig - bijna tegen de verdrukking in - een serie enorme coupes, al dan niet voorzien van een gegraveerde kristallen stam, vazen en fors uitgevallen klandelabers.

De stukken - waaronder objecten uit koninklijk bezit die nooit eerder werden geëxposeerd - zijn te zien in op een overzichtstentoonstelling in Schoonhoven in het Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum. Gestroomlijnd Zilver onderstreept Berans status als grote vernieuwer van het naoorlogse zilverontwerp. Mede door hem heeft de Nederlandse zilversmederij het klassieke ingeruild voor het moderne. Hij is de cruciale schakel tussen de twee totaal verschillende werelden, die van zijn leermeester Josef Hoffmann enerzijds en zijn leerling Gijs Bakker anderzijds.

De allervroegste stukken van de expositie dragen duidelijke sporen van Hoffmanns Wiener Werkstätte. Berans afstudeerproject uit 1933 bijvoorbeeld, een sieradendoosje met asymmetisch gearceerde, opbollende vlakken, valt op door zijn zeer verzorgde afwerking, helderheid en duidelijke vormen. Maar de jonge ontwerper, die in 1934 in dienst kwam bij de zilverfabriek van Gerritsen en Van Kempen in Zeist en daar de rest van zijn carrière werkzaam bleef, sloeg al snel aan het experimenteren. Hij paste het toen hypermoderne fotografisch etsen toe op geëmailleerde plaquettes en bekers. En in zijn theeserviezen en tafelcouverts begon hij zich voorzichtig los te weken van de klassieke krullen en golfjes.

De oorlog was voor Beran een breekpunt. Toen hij na de demobilisering in 1948 terugkeerde in Zeist had hij plotseling een eigen, moderne stijl. Zijn ontwerpen zijn glad en aerodynamisch, met afgeronde hoeken en verticale groeven. De licht voorover leunende theepot met spitse tuit uit 1955 ziet er zelfs zo gestroomlijnd uit dat hij de bijnaam `de strijkbout' kreeg. Het mooiste voorbeeld van Berans sobere elegantie is de schitterende sigarettendoos die hij maakte in 1961. De subtiele bolling in de koker wordt geaccentueerd door een waaiervormig lijnenspel en wordt bekroond met een golvende deksel. Opvallend is dat de ontwerper dit hoogstandje blijkbaar maar één keer aandurfde; de vergelijkbare sigarendoos van twee jaar later is beduidend grover en mist het verfijnde spel met ovalen en rondingen.

Omstreeks diezelfde periode raakte Beran ook in de ban van de sikkelvorm. Het halve maantje komt terug als handvat in een driedelig mokkaservies, als geabstraheerd bloemblad in een als een bos bloemen vormgegeven kandelaar, en als ornament op een prijsbeker. Dat laatste stuk is ook opvallend vanwege de technisch ingewikkelde kwartslag die het ovale grondvlak halverwege maakt en die het stuk een ongekende dynamiek meegeeft. Voor de rest is de beker helemaal egaal en - op het sikkeltje na - vrij van versiering. Het is tekenend voor de steeds strakkere stijl die Beran in de jaren '60 en '70 ontwikkelde en die resulteerde in minimalistische, tijdloze vormen.

Die vormen zijn ook terug te vinden in het gebruiksgoed dat Beran ontwierp voor zijn werkgever, en dat - veel meer dan de unica - de kurk vormde waarop het bedrijf in de magere jaren '60 en '70 dreef. De tafelcouverts die door Keltum Pleet massaal aan de man werden gebracht onder de namen Spatella, Jeunesse en Jolie, waren jarenlang standaard onderdeel van de uitzet van jonggehuwden. En met hun functionele, smalle stelen en strakke lijnen die sterk doen denken aan Scandinavische ontwerpen uit die tijd, konden ze in ongewijzigde vorm twintig jaar mee in de juweliersetalages. Mede door zijn tafelcouverts heeft Beran het Nederlandse publiek klaargestoomd voor een nieuwe vormentaal in zilversmeedkunst.

Tentoonstelling: Gestroomlijnd Zilver van Gustav Beran. T/m 30 juni in het Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum te Schoonhoven.