Verdachte Baarspul voelt zich zondebok

Gisteren diende de strafzaak tegen K. Baarspul, kasbeheerder van de provincie Zuid-Holland. Baarspul, bekend van de `Ceteco-affaire, wordt verdacht van ondermeer valsheid in geschrifte, oplichting en het aannemen van steekpenningen.

Karel Baarspul wijkt één keer af van zijn betoog tijdens het drieëneenhalf uur durende verhoor: ,,Na ál die goede handelingen die ik had verricht. Die de provincie miljoenen-winsten opleverden. Dan wil de provincie dát feit aangrijpen – dat ik geld heb aangenomen – om mij te pakken. Geld waarvoor ik al dat werk heb gedaan.'' Baarspul was kasbeheerder bij de provincie Zuid-Holland. Drie jaar geleden kreeg hij landelijke bekendheid toen de `Ceteco-affaire' losbarstte. Gisteren diende de strafzaak tegen hem en zijn financieel adviseur O. Staal, die ruim drie ton op Baarspuls privérekening blijkt te hebben gestort. De hele dag ontkennen ze dat het ging om steekpenningen.

Getuigen uit de financiële wereld, waarin Baarspul verstrikt raakte, typeren hem als een naïeve man, zegt de rechter. Ook vandaag lacht hij veel en onderstreept hij keer op keer zijn goede bedoelingen. ,,Ik slaap goed''. Hij wordt verdacht van ondermeer valsheid in geschrifte, oplichting en het aannemen van steekpenningen. Volgens Baarspul is hij vervolgd omdat zijn werkgever, de provincie, een zondebok nodig had. Hij heeft er intussen een roman over geschreven. Staal, een Amsterdammer, zit naast hem in de beklaagdenbank. Hun vriendschap is bekoeld.

Met toestemming van Gedeputeerde Staten bankierde Baarspul jarenlang namens de provincie. Het werkte zo: hij leende, als overheid, geld tegen een lage rente en leende het door aan bedrijven tegen een hogere rente. Het verschil was winst voor de provincie, verklaart hij trots. Op een gegeven moment, zegt Baarspul, groeide de praktijk hem boven het hoofd: in 1998 en 1999 beheerde hij een portefeuille van ruim drie miljard gulden. Maar hij lichtte het bestuur van de provincie niet in over zijn zorgen, antwoordt hij op vragen van de rechter, Baarspul vond het ,,spel van vraag en aanbod leuk''.

Baarspul besprak zijn bankpraktijk met zo min mogelijk mensen omdat Gedeputeerde Staten (zijn werkgever) er alleen in het geheim toestemming voor hadden gegeven. Pas toen handelsonderneming Ceteco, die een lening had van Baarspul, vrijwel failliet was, kwam de `Bank Baarspul' in het nieuws. Niemand in het provinciehuis hield toezicht op Baarspul, zo bleek, terwijl hij grote risico's liep met publiek geld. Na onderzoek van de commissie Van Dijk moest commissaris van de koningin J. Leemhuis aftreden.

De feiten die de rechter voorlegt aan Baarspul maken zijn goede nachtrust moeilijk voor te stellen. In 1998 en 1999 vroeg Baarspul steevast advies aan één financieel adviseur, O. Staal, voor de leningen die hij wilde sluiten. Staals advies was ,,onmisbaar'', Staal heeft de provincie ,,behoed voor vele blunders'', zegt Baarspul. Maar in de vijftien zaken die de rijksrecherche aanvoert, komen vreemde praktijken aan het licht. Baarspul betaalde Staal vaak beter dan de geldmakelaars die kapitaal voor hem zochten. Curieus, vindt de rechter, want geldmakelaars lopen meer risico dan iemand die wat financiële adviezen verstrekt.

,,Adviezen op grond van het Financieele Dagblad en een Reuters-scherm dat u voor hem had gekocht'', zegt de rechter droog. Adviezen die Baarspul soms negeerde. Adviezen ook, die soms niet vóór de transactie waren gegeven maar waarvoor Baarspul wel betaalde. Gemiddeld betaalde Baarspul Staal 1.700 gulden per uur; meer dan het tarief van de bestbetaalde fiscalist. En toevallig blijkt het bedrag dat Staal in 1998 in fases op Baarspuls privérekening stortte – in totaal 315.000 gulden – telkens 25 procent te bedragen van wat hij Staal als ambtenaar had betaald.

Dat Staal geld op Baarspuls rekening heeft gestort (het begon met een envelop met 22 duizendjes) betwisten de verdachten niet. ,,Achteraf stom van me dat ik dat geld aannam'', zegt Baarspul, ,,maar het waren geen steekpenningen''. De stortingen waren een ,,faire'' dankbetuiging voor de inspanningen die Baarspul in 1993 zou hebben geleverd voor de opbouw van het adviesbedrijfje van Staal. En ze dienden, zegt Staal tijdens zíjn verhoor 's middags, ook wel ,,om mijn belangen veilig te stellen''. Want zijn bedrijf was in 1998 nogal afhankelijk geworden van de opdrachten van Baarspul, zo blijkt. Vanaf het moment dat hij bij Baarspul ging declareren, in 1998, steeg zijn omzet specatulair, merkt de officier van justitie op. Driekwart van zijn werkweek besteedde hij dan ook aan advieswerk voor de provincie Zuid-Holland, zegt Staal.

De feiten wijzen erop dat Baarspul en Staal niet alleen stom waren. Ze lijken hun sporen te hebben willen wissen. Ten eerste noemde Staal de stortingen op Baarspuls rekening `storting op eigen rekening'. Dit deden ze, zeggen ze, omdat dat 3,50 gulden stortingskosten bespaarde. Alsnog een kostbare storting, zegt de rechter, voor iemand die 1.700 gulden per uur vraagt. Vervolgens hielden de betalingen op toen Baarspul op non-actief werd gesteld nadat de `Ceteco-affaire' losbarstte in de media. Belangrijker nog is de nep-overeenkomst voor een lening die ze in paniek sloten toen bleek dat justitie Baarspuls rekening ging bekijken. Het nep-contract gaven ze de datum 1993: Baarspul zou van zijn spaargeld Staal een lening hebben gegeven. De stortingen waren de aflossing van die lening. Dit verhaal is ontmanteld tijdens het verhoor door de recherche.

Misschien nog wel het opmerkelijkst, is dat de fiscalist van Staal de bedragen die hij aan Baarspul had betaald opvoerde bij de Belastingdienst als aftrekbare kosten. Onder de noemer `steekpenningen'.

Op 4 april formuleert de officier van justitie zijn eis.