Ten aanval! Berlijn zegt Brussel de wacht aan

De Duitse bondskanselier Gerhard Schröder heeft genoeg van de ,,discutabele voornemens'' van de Europese Commissie. De Commissie is te machtig geworden, verluidt het in Berlijn.

Opeens was de toon anders. Venijniger. Sinds begin dit jaar geeft bondskanselier Gerhard Schröder in steeds schellere bewoordingen uiting aan zijn onvrede met het beleid van de Europese Commissie in Brussel. ,,Dat is geen voorbijgaande verkiezingsretoriek'', heet het in Duitse regeringskring, maar een weloverwogen wending, ,,geprovoceerd door een hele reeks discutabele voornemens van de Commissie.''

Schröder kreeg er de afgelopen maanden zichtbaar genoeg van. Het dagelijks bestuur van de Unie onder leiding van Romano Prodi heeft te weinig oog voor de belangen van de Duitse industrie, concludeerde de bondskanselier. Dat kan niet, niet met Gerhard Schröder, chef van de grootste economie in de eurozone.

Met name de Commissarissen met economische competentie moesten het daarom ontgelden. Eentje wilde hem met een blauwe brief publiekelijk berispen voor zijn falend begrotingsbeleid. `Protest'. Een tweede ronselt steun voor de idee vijandelijke overnames te versoepelen en bedreigt daarmee de invloedrijke positie van de overheid bij autofabrikant Volkswagen. `Dat nooit'. Een derde wil de subsidies voor vestiging van bedrijven in de nieuwe deelstaten verminderen. `Slecht plan'.

Dan is er ook nog het voornemen de exclusieve dealernetwerken van automobielbedrijven open te breken, het plan de subsidies voor steenkool te beperken en de suggestie de handel in CO2-emissie-rechten verplicht te stellen, zonder dat het economisch voordeel daarvan voor Duitsland evident is.

En tot overmaat van ramp dreigt Duitsland ook nog eens topposities in de Brusselse ambtenarij kwijt te raken.

Schröder koos de aanval: bij behandeling van de individuele dossiers, maar ook in een bilateraal gesprek met Prodi, vorige week. Daar werd besloten tot het opmerkelijke voornemen dat de Commissievoorzitter eens langs komt voor een wat langer gesprek. Met zijn Commissarissen. In Berlijn. Een soort early-warning-systeem voor frictie op de lijn Berlijn-Brussel.

,,Om in Europa op te komen voor je eigen belang is om te beginnen niet onfatsoenlijk'', zei een medewerker van de regering gisteren tijdens een ontmoeting met buitenlandse journalisten. ,,Dat is legitiem.'' De Commissie, zo luidt de opvatting in het Kanzleramt, is te machtig geworden. ,,De Commissie heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een orgaan dat beslissingen neemt die op vitale wijze economische bezigheden beïnvloeden'', zonder dat daarop een deugdelijke democratische correctie mogelijk is. ,,Als de Commissie een machtspositie verwerft moet het toegestaan zijn haar te kritiseren.''

Het steekt Schröder vooral dat de Commissie in haar streven naar liberalisering van het economisch verkeer geen oog heeft voor de specifieke samenstelling van de Duitse economie. ,,We hebben een structuur die varieert van landbouw tot hightech, met daartussen alle denkbare schakeringen. We hebben mijnbouw en scheepsbouw, we hebben autoproductie en heel scala middelgrote industriële bedrijven.'' Die industriële veelzijdigheid is inmiddels uniek in de Unie: in veel lidstaten overheerst de dienstensector.

,,Als de Commissie besluiten dreigt te nemen die de belangen van een belangrijk industrieland negeren, dan moet de kanselier zijn stem verheffen. Zeker in een tijd met economische tegenwind is het de plicht van een kanselier om te zeggen: `weten jullie wel wat jullie daar doen?' ''

Schröders nieuwe koers mag beslist niet als ,,bekrompen nationalisme'' worden opgevat. ,,Duitsland kun je waarlijk niet verwijten geen oog te hebben voor het grotere Europese belang. Bij herhaling heeft Duitsland in het verleden nationale belangen ingeslikt.''

De kritiek op de machtspositie van de Commissie lijkt haaks te staan op de voorstellen van Schröder en de Britse premier Tony Blair om de Commissie in de toekomst juist een sterkere positie te geven. Toch is dat niet zo. ,,De Commissie moet sterker worden maar tegelijk moet ook de democratische controle op haar werkzaamheden worden versterkt.''

Schröder profileert zich graag als een politicus die nog wel eens een faillissement (Holzmann) of een fabriekssluiting (Bombardier) afwendt. Hij heeft een voorliefde voor optredens voor fabriekshallen vol werknemers. Critici zien in Schröders polarisatiekoers met de Commissie dan ook vooral als poging om in de verkiezingsstrijd met zijn opponent van CDU/CSU Stoiber punten te scoren. Schröder, de industriekanselier.

Die visie is volgens medewerkers van Schröder niet juist. Het was de Commissie die met een reeks omstreden voorstellen de kanselier tot een duidelijk antwoord provoceerde, niet de lancering van Edmund Stoiber als kanselierskandidaat. Dat de controverse Schröder-Prodi samenvalt met de strijd Schröder-Stoiber is louter toeval.