Schiphol

Met een lange pepbrief aan zijn partijgenoten heeft PvdA-leider Melkert gisteren zijn vonnis geveld over de nationale luchthaven Schiphol. Onder het kopje `de komende weken' schrijft hij dat het ,,uit het oogpunt van democratische belangenafweging gewenst is'' het staatsbelang in Schiphol ,,niet buiten het publieke domein te plaatsen''. De PvdA zal in de Tweede Kamer tegen de privatisering stemmen die partijgenote Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) juist beoogt. Nu ook de PvdA zich verzet, is in de Tweede Kamer geen meerderheid meer voor de privatisering.

Het standpunt van de PvdA is een slag voor Schiphol. Al enkele jaren maakt de luchthaven zich op voor een grote sprong voorwaarts. In navolging van Heathrow en Frankfurt wil Schiphol naar de beurs om meer financiële armslag te krijgen. Dat is volgens de leiding van het staatsbedrijf van groot belang om te kunnen blijven concurreren. Schiphol is kwantitatief de vierde en kwalitatief zelfs de eerste luchthaven van Europa. Zolang Schiphol een publieke NV is, zal de luchthaven in die wereld een vreemde eend in de bijt zijn en achteraan in de rij staan als er grote aankopen of projecten op de rol staan. Het rijk, dat 75,8 procent van de aandelen bezit, heeft privatisering tot nu toe gesteund, mits Schiphol aan voorwaarden zou voldoen. Behalve een pakket milieu- en veiligheidseisen was ook de eventuele monopoliepositie in het geding.

Bovendien wilde het rijk de mogelijkheid hebben Schiphol met een `aanwijzing' te corrigeren of de vergunning in te trekken. In het zicht van een beursgang heeft Schiphol zich gevoegd. Directeur Cerfontaine heeft dan ook reden kwaad te zijn. Toen hij vier jaar geleden werd benoemd, kreeg hij de opdracht mee de vrede met de milieubeweging te herstellen en de privatisering te begeleiden. Van beide taken heeft hij zich gekweten. Nu krijgt hij dit loon naar werken.

Toch is het naïef te suggereren dat het einde aan de beursgang een donderslag bij heldere hemel is. De brief van Melkert is niet alleen ingegeven door de verkiezingscampagne, zoals Cerfontaine vermoedt. De privatisering van Schiphol is altijd omstreden geweest. De KLM is er nooit voor warm gelopen uit angst dat ze haar thuishaven zou kunnen verliezen. De gemeente Amsterdam – met 21,8 procent van de aandelen plus het beslissende `golden share' een cruciale partij – staat evenmin te trappelen en is het in eigen kring niet eens over een constructie waarbij de aandelen van de luchthaven geruild zouden worden tegen de grond. En, het belangrijkste, de aanslagen van 11 september hebben duidelijk gemaakt dat luchthavens niet louter commerciële ondernemingen zijn maar ook strategische objecten met een publiek belang.

Voor Schiphol zit er weinig anders op dan zich neer te leggen bij de politieke realiteit die Melkert heeft geschapen. Als de woede is geluwd, moet de luchthaven weer verder. Want de toekomst van Schiphol blijft kansrijk. Als staatsbedrijf is het moeilijker op mondiale schaal te expanderen. Maar de eigendomsverhouding heeft ook voordelen. De aandeelhouders van Schiphol zijn niet veeleisend en tevreden met een rendement van een paar procent. Dergelijke bescheidenheid is op de beurs ondenkbaar. Het is aan de overheid om Schiphol nu de ruimte te geven dit paradoxale voordeel verder uit te buiten.