Rob Oudkerk: `Wat krom is, is niet recht'

Ex-parlementariër Rob Oudkerk ging gisteren door het stof wegens onparlementair taalgebruik. Maar intussen, zegt hij, had hij wel gelijk.

Tuurlijk was het stom, Oudkerk vraagt excuus voor zijn woordgebruik. ,,Kut-Marokkanen''. ,,Ongepast'', noemt hij die opmerking. ,,Onparlementair en stom''.

Cohen had hem op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen gevraagd of hij dacht dat Pim Fortuyn ook in Amsterdam zo'n grote aanhang zou kunnen krijgen als hij in Rotterdam had gekregen. Dat dacht de Amsterdamse PvdA-leider, voor een open microfoon, hardop van wel, want ,,Wij hebben hier ook'' en het gewraakte woord volgde.

Hoe vaak heeft hij dat woord tijdens de vier weken durende verkiezingscampagne niet gehoord? Vraagt hij zich hardop af, minimaal tweehonderd keer, geeft hijzelf het antwoord. ,,`Weet jij waarom wij op Fortuyn stemmen?', vroegen de mensen me keer op keer. `Omdat die iets tegen die Marokkanen doet''', zegt Oudkerk. Zijn riposte was, zegt hij: ,,Wij doen óók iets'', en: ,,Als je zegt `Marokkanen' stigmatiseer je wel een hele bevolkinggroep''. Want daarop legt hij de nadruk: het gaat om een kleine kern van zo'n 250 man die een hele bevolkingsgroep in een kwaad daglicht stelt. Niet, hij wordt er bijna boos van, alle Marokkanen.

Goed, het was misschien stom om dat woord te gebruiken, maar daarmee is het probleem niet weg. Hij snapt de gevoeligheden, maar er is geen tijd voor gevoeligheden. Wanneer we om de hete brij lopen dan helpen we Fortuyn, vindt hij. ,,En die jongens helpen we er ook niet mee.'' Hij zal, zegt hij, doorgaan met het benoemen van wat hij hoort. ,,Ik wil alles benoemen zoals het is. Wat krom is, is niet recht.''

Waarvan hij wel enigszins is geschrokken, zegt hij, is dat mensen, ook in de partij, aan zijn integriteit twijfelden. Hij wenst niet dat aan zijn integriteit wordt getwijfeld. Nogmaals zegt hij dat zijn opmerking ,,ongepast'' was, maar de mensen die hem kennen, moeten weten dat hij zijn hele leven vecht hij tegen achterstanden, zegt hij. En zo te hoop lopen tegen een woord, hoe onparlementair ook, dat is je hoofd in het zand steken voor wat er in de samenleving leeft.