Oude ideeën weer als nieuw op VN-conferentie Monterrey

Geldschepping door het IMF voor ontwikkelingshulp en een Tobin-tax op valutahandel: ideeën uit de jaren zeventig zijn weer helemaal terug. En even kansloos als toen.

De jaren '70 zijn terug. Het streven tijdens de conferentie Financing for Development in Monterrey is het duurzaam verhogen van het bedrag dat rijke landen uitgeven aan ontwikkelingshulp. Maar dat wil niet zeggen dat er geen alternatieve ideeën zijn. Twee initiatieven vallen op, vooral omdat ze niet langer alleen worden gepropageerd door het legertje van niet-gouvernementele organisaties, maar door het establishment zelf. En beide zijn afkomstig uit de jaren '70.

Gisteren maakte George Soros, meesterfinancier en filantroop, zich sterk voor een uitbreiding van de special drawing rights (SDR's, speciale trekkingsrechten) van het Internationale Monetaire Fonds. Dit is een kunstmatige munteenheid bestaande uit een mandje van bestaande munten, zoals de dollar, de euro en de yen. De SDR's worden gebruikt als internationale reserve waarop IMF-leden onder bepaalde voorwaarden aanspraak kunnen maken (rechten kunnen trekken) ter ondersteuning van hun eigen reserves bij het IMF.

Het betreft hier in feite een geldschepping door het IMF die in 1997 door de meeste landen werd overeengekomen, maar door de VS wordt geblokkeerd. De vrijkomende 27 miljard dollar zou, als het aan Soros ligt, voor tweederde aan ontwikkelingshulp moeten worden gespendeerd via een apart internationaal fonds.

Nieuw? Nee, zegt O. de Beaufort Wijnholds, bewindvoerder van het IMF. Hij kent het idee al uit de vroege jaren zeventig, toen een verband werd gelegd tussen het creëren van extra SDR's en ontwikkelingshulp. Vooral centrale bankiers waren tegen, en het hele idee is in 1986 door het IMF afgeschoten. De 27 miljard uit 1997 waar Soros het nu over heeft, waren destijds bedoeld om er nieuwe IMF-leden, voornamelijk uit het voormalige Oostblok mee te voorzien. Het Amerikaanse Congres blokkeerde het idee. Er is, denkt De Beaufort, geen kans dat het er nu wel van komt. De Franse president Chirac, zei Soros, zou er echter van gecharmeerd zijn.

Het tweede idee is de Tobin-tax, een kleine heffing op transacties op de valutamarkt. Die werd begin jaren zeventig door de onlangs overleden vermaarde econoom James Tobin uitgedacht, in het kader van hevige speculaties tegen de Amerikaanse dollar. Nadat Derde-Wereldpressiegroepen de Tobin-tax in jaren negentig herontdekten als een middel om speculatieve geldstromen tegen te gaan, en tegelijkertijd geld op te brengen dat aan ontwikkelingssamenwerking kan worden gespendeerd, is de Tobin-tax een eigen leven gaan leiden. Eerst was het België dat de Tobin-tax omarmde. Onlangs schaarde de Franse minister-president Jospin zich er achter. Niet toevallig is Jospin dit voorjaar in een verkiezingsstrijd met Chirac verwikkeld om het Franse presidentschap. En gisteren was de Duitse regering gastheer van een workshop over de Tobin-tax.

Komt die Tobin-tax er dan wel? Ook niet. Een dergelijke belasting kan enkel internationaal worden ingevoerd. Als alleen de EU het zou doen, dan zou de financiële wereld massaal dergelijke activiteiten meteen verplaatsen naar elders. Amerikanen herinneren zich nog dat door de regering van de VS begin zestig een belasting werd ingevoerd op het uitgeven van internationale leningen. De hele obligatiemarkt die zich daar mee bezighield vertrok subiet naar Londen, dat vervolgens uitgroeide tot het internationale financiëele centrum. Binnen de EU mag dan ook niet worden verwacht dat `Londen' de Tobin-tax een blik waardig gunt. De Britten hebben een rekening te vereffenen met elk plan dat Soros te berde brengt. De filantroop liep namelijk definitief binnen toen hij in 1992 miljarden verdiende met speculaties tegen het Britse pond. Die miljarden kwamen van de valutasteun waarmee de Britse centrale bank tevergeefs trachtte het pond overeind te houden.