Minister Van Aartsen: `Irak bedreigt ook onze democratie'

Minister van Buitenlandse Zaken van Aartsen bracht een bliksembezoek aan de VS. Europa moet oppassen met de kritiek op de Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme, vindt hij. `We moeten niet steeds in de kramp schieten'.

,,De aanwezigheid van ballistische raketten en massavernietigingswapens gaat niet alleen de Verenigde Staten aan, maar ons evenzeer. De situatie in Irak bedreigt ook onze democratie, onze manier van leven.''

Het is een gepassioneerd hoogtepunt in een binnen de diplomatieke tradities bevlogen betoog van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, die op bezoek is in Washington. Minister Van Aartsen sprak maandag drie kwartier met zijn ambtgenoot Powell en heeft ontmoetingen met een keur van andere zwaargewichten, onder wie onderminister van Defensie Wolfowitz, defensiefilosoof Richard Perle, de planningdirecteur op het State Departement, Richard Haass, en Tom Ridge, de directeur `homeland security' op het Witte Huis.

Van Aartsen heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij gematigd reageerde op de befaamde `As van het Kwaad'-toespraak van president Bush. Zijn collega's in Parijs en Berlijn, en Eurocommissaris Patten verweten Amerika vormen van `Flintstone-beleid'. De minister wijst er op dat de Amerikaanse president in die speech eind januari wel degelijk liet blijken belang te hechten aan overleg met de bondgenoten.

En de bewindsman heeft meer op zijn lever. ,,Afghanistan is ook geen affaire van de Amerikanen alleen. We kunnen toch niet zo kort van geheugen zijn dat we op 12 september vinden dat we naast de Amerikanen moeten staan en ergens down the line dat basisprincipe vergeten? Door de loop van de geschiedenis zijn de Amerikanen nu eenmaal de enige grootmacht. Een grootmacht moet Realpolitik bedrijven. Ik vind dat wij Europeanen daar zakelijk mee moeten omgaan en niet steeds in de kramp schieten. Kritiek waar kritiek nodig is. Maar ook steun waar steun nodig is.''

De Amerikanen zouden op hun beurt meer moeten luisteren naar wat zij uit Europa te horen krijgen. Dat is de boodschap die Van Aartsen collega Powell heeft overgebracht. ,,We hoeven niet iedere dag van elkaar te houden, als we de relatie maar goed houden en elkaar serieus nemen. Wij moeten wat beter lezen en analyseren wat er wordt gezegd, en niet meteen gaan hyperventileren, zoals Wolfowitz dat noemde. De Amerikanen van hun kant moeten investeren in gesprekken en meer informatie met ons delen. Dan kom je politiek makkelijker met elkaar tot overeenstemming. Bijvoorbeeld als het om het Midden-Oosten gaat.''

De crisis tussen Israël en de Palestijnen was de meest directe aanleiding waarom Powell had aangedrongen op een ontmoeting, zegt de minister. Maar de Amerikaan had ook wel wat irritatie te luchten over de Europese kritiek van de laatste tijd. Niet jegens de Nederlandse regering, weet Van Aartsen, ,,want mijn verhaal is oké.'' Het was vooral hard aangekomen dat verschillende andere ministers van Buitenlandse Zaken ,,een granaat over de heg hadden gegooid en toen waren weggedoken''.

,,Weliswaar hebben Schröder en Chirac sindsdien laten blijken dat zij naast Amerika staan, en Patten heeft zijn excuses aangeboden. Dat neemt niet weg dat hier een stemming ontstaat waarin men zich afvraagt: begrijpen jullie het probleem dan echt niet? En als jullie het hele parcours van 12 september met ons hebben meegelopen, waarom dan nu zo uit de heup geschoten met opgewonden verklaringen? Powell kan dat niet volgen. Hij vroeg zich af of de heren niet twee dagen hadden kunnen nadenken.''

Volgens de eerstverantwoordelijke voor het Nederlandse buitenlands beleid ,,leeft men in Europa weliswaar wat anders met terrorisme, maar als dit gevaar ons ook bedreigt, en ik denk dat president Bush daar gelijk in had in zijn toespraak van 20 september, dan zitten we voor the long haul in hetzelfde schuitje. Wij hebben allemaal gezegd dat we het daar mee eens zijn. Dan is het vreemd dat sindsdien toch een zeker vluchtgedrag is ontstaan. Daar moet tegenwicht aan worden geboden. Zoals de Amerikanen ons helderder moeten maken wat hun analyses zijn. Met uitleg over en weer vinden we elkaar snel, omdat we dezelfde waarden delen.''

Het Midden-Oosten is zo'n brandend thema waar de transatlantische dialoog volgens Van Aartsen de laatste tijd heeft gewerkt. Hij claimt enig aandeel in de poging van een aantal Europese landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, en de Europese buitenlandchef Javier Solana om de Verenigde Staten terug `aan boord' te krijgen. De (vooral Franse) neiging met eigen Europese vredesplannen te komen moest worden onderdrukt, zegt hij. ,,Als je naar de kern van de zaak kijkt, was het essentieel dat partijen weer gingen praten, over plannen die uit de regio voortkwamen, en dat de Verenigde Staten weer meededen. Zonder de VS zal de Israëlische regering de druk nooit wezenlijk voelen.''

Van Aartsen schreef een brief aan Powell en belde een aantal keren met hem, zoals genoemde anderen ook moeite deden. Het ging om het doel, niet over de vorm. Het deed er niet toe of de EU en de VS nu samen of afzonderlijk bij Sharon en Arafat aandrongen op hervatting van het vredesproces. Sharon is afgestapt van zijn eis dat er eerst zeven dagen rust moet zijn. En Arafat blijft partner in het proces: ,,Ik hoop dat hij nu de tekenen des tijds verstaat en zonder mitsen en maren doet wat van hem mag worden verwacht.''

De indruk die is ontstaan dat Van Aartsen EU-voorzitter Spanje voor de voeten zou hebben gelopen in zijn ijver bij te dragen aan een oplossing van het Midden-Oosten-conflict doet de minister af als ,,nonsens''. Hij heeft voortdurend met Madrid en Solana contact gehouden en laat een brief van 14 maart zien waarin de Spaanse collega Piqué hem schrijft dat alles goed is tussen hen. Van Aartsen had hém namelijk enige eigengereidheid verweten.

Ook wat betreft de NAVO vindt de minister in zijn Amerikaanse gesprekken geen aanleiding voor `alarmisme' over de betrekkingen tussen Europa en de Verenigde Staten. ,,Het beeld dat Amerikanen de NAVO niet meer belangrijk vinden klopt niet. Zij hebben de rol die NAVO-leden na 9/11 hebben gespeeld zeer gewaardeerd. Ook een grootmacht heeft bondgenoten nodig en moet investeren in multilaterale kanalen. Dat ziet men hier ook zo.''