Koffietijd

In een druk café zitten naast elkaar twee hoogbejaarde mensen. De man draait geïrriteerd een glas witte wijn tussen zijn vingers en kijkt recht voor zich uit. De vrouw heeft haar koffie al op. Ze speelt met het theelepeltje en kijkt van opzij de man onafgebroken aan met een uitdrukking die lijkt te zeggen: hij denkt dat hij zonder mij kan, maar als er iemand is, die weet wat hij nodig heeft...

De man is slank. Hij is gekleed in een modieuze jopper van zwarte wol. Naast hem ligt een elegante hoed. De vrouw draagt een no-nonsensejas, die betere tijden heeft gekend en te krap zit. Haar bril staat scheef.

De blik van de vrouw glijdt van 's mans gezicht naar zijn jopper. Ze legt het lepeltje neer, neemt tussen duim en wijsvinger een plooi van zijn wollen mouw, wrijft keurend de stof en zegt gedecideerd: ,,Eén zo'n dopje is genoeg. En dan op 30 graden. Niet hoger.''

De man blijft voor zich uitstaren. ,,Dertig graden, niet hoger'', herhaalt hij obligaat en trekt zijn mouw los. Dan kijkt hij plots naar zijn jopper en zegt: ,,Maar op dit zwart zie je niet eens of het vuil is.''

De blik van de vrouw wordt onverhuld vijandig. Nu gaat hij toch te ver. Wie heeft er hier verstand van huishouden?

,,Je ziet het wél.'' Het klinkt als een decreet. ,,En het is zonde van zo'n mooie jopper.'' De man kijkt weer voor zich uit en verandert het onderwerp van gesprek.

,,Ik ga straks naar het spreekuur'', zegt hij.

,,Waarom ga je niet morgen? Dan mis je je eten niet.''

,,Ik vind het niet erg om mijn eten te missen.''

,,Laat het anders bij mij bezorgen. Zeg maar dat ze bij mij moeten bellen. Dan bewaar ik het voor je. En dan doe je het later in je magnetr...''

,,Ik zal wel zien'', valt hij haar in de rede en hij maakt een gebaar alsof hij haar van zich af wil slaan. Het gesprek stokt. Zij krijgt een kleur, brengt haar kopje naar de mond, merkt dan dat het al leeg is en bloost nog dieper. De man kijkt quasi geïnteresseerd het café rond. De stilte tussen hen beiden duurt.

,,Weet je wat ik doe?'' herneemt hij plotseling levendig. ,,Ik ga even naar de slager. Fricandeau halen. Daar is mijn zoon dol op.''

De vrouw knikt afwezig. Ze heeft de belediging nog niet verteerd. Haar mond staat minachtend. Ziet hij dan niet hoeveel verstandiger zij is. En hoeveel praktischer? Hij met zijn wijn 's morgens, met zijn hoed, zijn onverschilligheid ten aanzien van zijn warme eten en dan nog die zoon met zijn dure fricandeau!

,,Weet je wat je moet doen?'' zegt ze. ,,Je moet naar de keuken bellen en dan moet je zeggen, dat ze je eten bij mij moeten brengen. Dan zal ik het wel voor je...''

,,Tine, ik zie wel hoe het loopt.'' Hij drinkt zijn glas leeg. ,,Alles op zijn tijd en ik maak er geen probleem van. Ik niet. Zo, en nu ga ik afrekenen.''

Hij heeft haar schaakmat en voelt het. Zo onaardig heeft hij het niet bedoeld en stel dat hij haar in de toekomst nog nodig heeft. Met behulp van zijn stok komt hij moeizaam overeind, zet zijn hoed op, buigt stram naar haar over en zegt op vertrouwelijke toon: ,,Die magnetron gaat anders niet zómaar. Dat moet in speciale schaaltjes.''

,,Wat?'' Ze heeft er haar gedachten niet bij. Zal ze nog een poging wagen om terrein te veroveren? Of zal ze vertrekken? Eerder dan hij? ,,Ik ga'', zegt ze. Energiek staat ze op.

Nu is de beurt weer aan hem. Hij fluistert iets in haar oor wat haar zichtbaar in haar eer herstelt. Opnieuw wordt ze de vrouw die weet wat goed voor hem is en ze neemt wraak. Terwijl hij met zijn stok en portefeuille moeizaam naar de bar schuifelt, roept ze over alle tafeltjes heen: ,,Aan je geheugen mankeert anders nog niks.''

Bij uitgeverij Prometheus verschijnt deze week van Monica Metz de verzamelbundel `Stokroos op straat'. Prijs E12,50. 142 blz.

ISBN 9044600265