Keuze Somalië: centrale staat of kans op vrede

Binnen de Somalische clans heerst rust en orde. Maar onderling zijn ze altijd in gevecht. Alleen een losse federatie van clanstaten biedt uitzicht op vrede.

De oorlog tegen het terrorisme heeft vaart gebracht in de vredespogingen voor Somalië. Na tien jaar burgeroorlog zonder centrale overheid ging Somalië het `zwarte gat' van Afrika heten. In het licht van de wereldorde na 11 september moet Somalië weer een centrale regering krijgen die tegenwicht kan bieden aan islamitische extremisten. Grote vraag is of een sterk centraal gezag de oplossing is van de burgeroorlog.

De grootste instabiliteit van Somalië zit in het zuiden. Daar vinden nog regelmatig gevechten plaats tussen clanmilities. Krijgsheren zijn er de meest invloedrijke autoriteiten. Ze regeren niet, ze buiten uit. Ze eisen belasting maar financieren er geen scholen mee, zoals wel gebeurt in de autonome gebieden in het noorden.

In het noorden heerst relatieve rust dankzij de clanoudsten. Zij vormen in Somaliland en Puntland een tegenwicht voor de krijgsheren. In het zuiden is hun rol daarvoor te klein.

Aan de grootschalige en uiterst bloedige oorlog tussen de clans van begin jaren negentig en de strijd met de Amerikanen en andere troepen van de Verenigde Naties na 1993 kwam ongeveer vier jaar geleden een einde. In tweederde van het land was het redelijk rustig geworden. De invloed van de krijgsheren was geërodeerd toen zakenlui weigerden hun nog langer belasting te betalen. Het land was onderverdeeld geraakt in verscheidene clangebieden. De Somaliërs hadden onder het regime van president Siad Barre (1969-1991) de staat leren kennen als een giftig instituut, een apparaat dat uitblonk door martelingen en corruptie. De ontmanteling van de staat werd daarom door menig Somaliër ervaring als een bevrijding.

Alleen op kleinschalig clanniveau blijken Somaliërs redelijk vreedzaam met elkaar te kunnen omgaan. De archaïsche clanstructuren van de nomaden in de bush vormen de basis van een nieuwe bestuursvorm. Na zes maanden in conclaaf bereikten clanoudsten in 1993 overeenstemming over de vorming van een regering van Somaliland. In clangebieden weet ieder clanlid zich veilig. Straatmisdaad komt er nauwelijks voor, want de clan controleert zijn onderdanen. Binnen de clan heerst orde en rechtvaardigheid. Onveiligheid in Somalië komt voort uit de voortdurende strijd tussen de xenofobisch geworden clans.

De afgelopen jaren ontstond het besef bij vredestichters van de VN dat een uiterst losse federatie van clanstaatjes, zonder een sterk centraal gezag in de hoofdstad, de beste kans op vrede biedt. Een Afrikaanse oplossing voor een Afrikaans probleem. De autonome gebieden Puntland en Somaliland zouden samen met andere clanstaatjes de bouwstenen gaan vormen van een nieuwe federale staat.

Er kleven echter bezwaren aan de kleinschalige clanstaatjes. Een clan of subclan stelt de belangen van zijn leden in eigen gebied veilig maar behartigt niet die van andere clans. Niemand verdedigt de nationale belangen. Alle kinderen van het land zouden naar school moeten gaan en ziektes kunnen alleen op nationaal niveau effectief worden bestreden. Daar is een sterke nationale regering voor nodig.

Twee jaar geleden gooiden de VN het roer plotseling om, stapten af van de politiek van de bouwstenen en begonnen weer te ijveren voor de vorming van een nationale regering en een interim-parlement. Onder leiding van president Ismaïl Omar Guelleh werd in Djibouti een nieuwe vorm van vredesoverleg begonnen. Niet in dure hotels met bakkeleiende politici, maar met drieduizend burgers drie maanden in een grote tent. Niet de politiek-militaire leiders zwaaiden in Djibouti de scepter maar traditionele voormannen, zakenlui, academici en vrouwenorganisaties. De deelnemers waren georganiseerd op basis van hun clan, subclan en subsubclan.

Resultaat was de Overgangsregering (TG) van president Abdiqassim. Hij verklaarde bij zijn intocht in augustus 2000 in Mogadishu nooit meer met de krijgsheren te zullen onderhandelen. Nooit eerder sinds het uitbreken van de oorlog bestond er zoveel hoop op vrede. De VN en de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) erkenden de regering van Abdiqassim en enkele Arabische staten verstrekten financiële steun.

De hoop die de TG verwekte is inmiddels vervlogen. Hoofdtaak van de regering was verzoening. Maar ze werkte verbroedering juist tegen door zich als dé regering te presenteren. Ze monopoliseerde het politieke machtsveld. Dat leidde tot hergroepering van de Somalische krachten, waarbij vrijwel alle krijgsheren zich verenigden tegen de TG.

De regering boekte wel enkele positieve resultaten. Er heerst meer orde in Mogadishu door islamitische rechtbanken en de politiemacht. Er functioneert weer een gevangenis en de overheid ging rijbewijzen uitgeven. Maar de TG wordt slechts in een deel van Mogadishu erkend en heeft geen enkele invloed in het overgrote gedeelte van Somalië.

Het meest verontrustende voor de buitenwereld, geobsedeerd door de strijd tegen terroristen, is de samenwerking tussen de TG, de fundamentalisten van Al Itihaad al Islamiya, de shari'a-rechtbanken en fanatiek religieuze zakenlui. De Amerikaanse regering vertrouwt de TG niet wegens deze banden met Itihaad, banden die volgens diplomaten Abdiqassim niet kan verbreken zonder risico voor zijn positie. De hernieuwde interesse van de buitenwereld voor Somalië spitst zich weer toe op de vorming een sterk nationaal gezag, dat deel kan nemen aan de oorlog tegen terrorisme, vertellen diplomaten.

Dat leidt tot argwaan in Somalië. Menig Somaliër vreest dat de buitenwereld meer geïnteresseerd is in het stichten van een staat dan in het stichten van vrede. Een centraal gezag kan de burgeroorlog aanwakkeren. ,,We moeten terug naar de gedachte van de bouwstenen'', argumenteert Ahmed Mohamed Gonle, vice-president van Puntland, ,,clanstaatjes in een federaal verband is de enige oplossing voor Somalië.''