In Canada groeit de twijfel over het Kyoto-protocol

De Canadezen behoren tot de ergste veroorzakers van de opwarming van de aarde. Maar het land talmt bij de ondertekening van het Kyoto-protocol.

Canada heeft een reputatie hoog te houden bij de bestrijding van het broeikaseffect. Het land, door velen geassocieerd met het Grote Buiten, liep ooit voorop bij inspanningen om internationale afspraken te maken over bescherming van de ozonlaag. Sterker nog, het startsein voor het proces dat via Rio de Janeiro uitmondde in het Kyoto-protocol van 1997, werd in 1988 gegeven bij een conferentie in Toronto.

Maar het Kyoto-protocol, waarin is afgesproken de uitstoot van broeikasgassen per 2012 wereldwijd terug te dringen tot 5,2 procent beneden het niveau van 1990, ligt in Canada zwaar onder vuur. Het verdrag hangt sinds de Verenigde Staten er vorig jaar eenzijdig uitstapten aan een zijden draadje. Daarom maakt aarzeling juist nu volgens binnenlandse critici van Canada een ,,schurkenstaat'' op milieugebied.

Onlangs liet de Canadese regering een voornemen varen om Kyoto nog dit jaar te ratificeren. Ottawa staat onder druk van de Canadese industrie, vooral in de oliesector, om een beter beeld te geven van waar men met Kyoto eigenlijk aan begint. Dit gaat gepaard met doemscenario's dat Canada tientallen miljarden dollars aan kosten en honderdduizenden verloren arbeidsplaatsten te verwerken krijgt als het Kyoto ratificeert terwijl de industrie van 's lands grootste handelspartner, de VS, naar hartelust mag blijven vervuilen.

,,Wij zijn tegen een gehaaste ratificatie zonder te weten hoe we de Kyoto-doelen gaan bereiken,'' zegt Rick Hyndman, beleidsadviseur van de Canadian Association of Petroleum Producers in Calgary, Alberta. Geen van de olieproducerende landen waarmee Canada concurreert, zoals Mexico en Venezuela, is aan Kyoto-beperkingen gebonden. ,,Zij zouden investeringen in onze olieproductie graag overnemen,'' zegt hij. ,,Op die manier verplaatsen we de uitstoot slechts naar een ander land.''

Tenzij Ottawa met een werkbaar plan komt om aan de Kyoto-eisen te voldoen, is het volgens Hyndman beter om ,,zelfstandig in Canada te doen wat we kunnen.'' Een aanpak dus als die van George Bush tot vrijwillige terugdringing. Maar de Canadese minister van Milieu, David Anderson, wil die kant niet op. Hij wijst de schattingen van tientallen miljarden aan kosten af als ,,angstzaaierij''. Wat hem betreft ratificeert Canada.

Het is waar dat Canada nog geen plan heeft om zijn Kyoto-doelen te realiseren. Canada, een koud land met grote afstanden, is een van de meest intensieve vervuilers ter wereld: in 1997 stootte het 16,6 ton aan kooldioxide uit per hoofd van de bevolking (vergeleken met 20,1 ton in de VS en 10,5 ton in Nederland). De totale uitstoot aan broeikasgassen is sinds 1990 opgelopen van 607 miljoen ton tot ongeveer 700 miljoen ton. Zonder maatregelen zal dat naar verwachting verder groeien tot 810 miljoen ton in 2010.

Niettemin deinst Ottawa ervoor terug om net als Bush Kyoto af te zweren. Canada ziet zichzelf graag als voorbeeldland en dat valt moeilijk te rijmen met de nekslag toebrengen aan Kyoto. Volgens Steven Guilbeault van Greenpeace Canada houden de landen elkaar in de gaten. Zo aarzelt ook Australië. Ratificatie door Canada zou ,,een duidelijk signaal afgeven,'' meent hij.

Canada wil het liefst in principe wel ratificeren, maar de emissiedoelen vervagen. Het land heeft zich bij conferenties in Bonn en Marrakesh ontpopt als dwarsligger. Het eiste meer aftrek van uitstoot in de vorm van sinks (bossen, die CO2 uit de atmosfeer halen) en blokkeerde de Europese wens om emissiehandel te beperken en orde op zaken te stellen in eigen huis. Canada kan het niet maken om zich nu terug te trekken, vindt Guilbeault: ,,Canada heeft zoveel concessies bedongen in Bonn en Marrakesh, en de internationale gemeenschap is Canada zozeer tegemoet gekomen, dat ik zou zeggen: hoe durven we niet te ratificeren nadat we de effectiviteit van het protocol zo substantieel hebben afgezwakt?''

Volgens Guilbeault zit Canada zelfs al aan meer dan driekwart van zijn Kyoto-doel, zonder zijn eigen uitstoot ook maar met een grammetje te hebben teruggedrongen. Een derde van de Canadese inspanning moet komen van de sinks, terwijl ongeveer de helft van uitstootbeperking kan worden gekocht op de internationale markt. Dat is aanmerkelijk goedkoper geworden nu de Amerikanen niet meedingen, zo is de redenering. Voor een dollar of 11 à 12 koop je straks al een ton aan emissierechten; toen de VS nog in de markt waren, lag de gangbare prijs van een ton aan uitstootrechten op zo'n 40 dollar.

Tot slot heeft de Canadese regering, voor de overige twintig procent, nog een laatste uitweg op het oog: het wil beloond worden voor de export van `schone' energie als aardgas en elektriciteit opgewekt met waterkracht. Door dergelijke energie te verkopen aan de VS helpt Canada de Amerikaanse uitstoot terug te dringen, is het argument. Als Canada hierin zijn zin krijgt, kan dat goed zijn voor nog eens de helft van zijn overgebleven Kyoto-doel. De rest – wellicht zo'n tien procent van de 240 ton aan broeikasgassen die Canada kwijt moet – zou dan moeten voortkomen uit daadwerkelijke reducties in uitstoot.