Het andere Amerika

Het Amerika van president Bush is aan een wereldrevolutie begonnen. Dat hij probeert de Amerikaanse maatschappij volgens zijn compassionate conservatism te veranderen, is een binnenlands probleem. Dat hij de natie beveiligt tegen het internationale terrorisme, is zijn presidentiële plicht. De wereldrevolutie bestaat uit de manier waarop hij dit aanpakt en wie hij erin betrekt.

Het duidelijkste teken van de revolutie is het uitgelekte, geheime document van het Pentagon, de Nuclear Posture Review. Het is een vervolg op de opvatting dat de theorie van de wederzijdse afschrikking uit de Koude Oorlog verouderd is. In de nieuwe visie wordt de mogelijkheid geopperd tot een pre-emptive strike, de aanval die een aanval moet voorkomen. Daarbij kunnen dan kernwapens worden gebruikt, ook tegen een vermoedelijke vijand die dat wapen niet heeft. In het document wordt verder in grote trekken een plan geschetst dat binnen een jaar of dertig tot uitvoering zou worden gebracht. Van bases, ook in de lucht, zouden raketten met een nieuw type kernwapen kunnen worden gelanceerd; nieuwe bommen waarmee dan bijvoorbeeld ondergrondse hoofdkwartieren worden opgeblazen. De essentie van dit alles is dat de heilige grens tussen de afschrikwekkende werking van het niet gebruikte kernwapen en de andere, die we nog altijd conventioneel noemen, vervaagt. Dat is de militaire kant van de revolutie.

Ieder wapen, in handen van de staat, dient een politiek doel. De staat van Bush heeft andere doelen dan die van zijn voorgangers. De wereld bevrijden van het internationale terrorisme: daar kunnen de bondgenoten en veel andere naties het mee eens zijn. De praktische vragen zijn: op welke manier, en daaruit voortvloeiend, waar en wie zijn de doelen, en waaruit zal blijken dat de oorlog is gewonnen. Dat is allemaal moeilijk te zeggen. Daar is de As van het Kwaad, bestaande uit Irak, Iran en Noord Korea onderling al zeer verschillend. Eigenlijk horen Syrië en Libië er ook bij. Voor alle zekerheid staan er raketten op Rusland en China gericht. In de visie van Bush en de zijnen huist het Kwaad in principe overal. In de visie van de denkers van het Pentagon moet Amerika het Kwaad dus overal kunnen verdelgen, op alle beschikbare manieren, vóór het heeft kunnen toeslaan. Dat is, in principe, de totale oorlog.

Al in zijn verkiezingscampagne heeft Bush er geen misverstand over laten bestaan dat hij een overtuigd unilateralist was. Vóór de elfde september heeft hij laten zien dat het hem ernst was. Verdragen als dat van Kyoto en de anti-kernwapens werden zonder diplomatieke poespas opgezegd. Na de elfde is dat crescendo verdergegaan, met de juridische status van de gevangengenomen Talibaan-strijders, de behandeling van immigranten, het heffen van invoerrechten op staal, kortom op alle fronten. Deze president kan niet worden verweten dat hij inconsequent is. Hij betrekt de hele rest van de wereld in zijn unilateralisme.

De rest van de wereld laat zich dat, vanzelfsprekend, niet zomaar doen. Het `wie niet voor ons is, is tegen ons' is geen politiek maar, op langere termijn, een dictaat dat iedere kritiek smoort en waarmee de rest over één kam wordt geschoren. Volgt deze regering de uitgezette koers radicaal verder, komt het tot het maken en beproeven van de nieuwe kernwapens, dan ontstaat daaruit een golf van anti-amerikanisme dat de uitbarstingen in de tijd van de Koude Oorlog zal evenaren. In het wereldbeeld van Bush c.s. zal al dit verzet bijdragen tot de overtuiging dat ze gelijk hebben.

In eigen land zijn de populariteitscijfers van deze president nog altijd hoger dan die van al zijn voorgangers. Hij wordt gedragen door de golf van patriottisme met een intensiteit die zeker in West-Europa wordt onderschat. Daardoor wordt het groeiend verzet in eigen land overschaduwd. Maar er is een ander Amerika. Onder de Democraten zijn er die zich beginnen af te vragen, of er achter het permanent ten aanval! ook een samenhangend krijgsplan schuilt. In een hoofdartikel over het Nuclear Posture Review schrijft de New York Times dat Amerika zich op deze manier, volgens eigen maatstaven, bij de schurkenstaten met kernwapens schaart. De Washington Post legt geduldig uit dat het met wapens alleen niet zal lukken. Robert McNamara, oud-minister van Defensie, die je niet van landverraad zult verdenken, schrijft dat deze regering met zijn nucleaire politiek op een heilloze weg is. Columnist William Pfaff, inderdaad geen vriend van de Bushes, maar wel onbetwijfelbaar Amerikaan, gelooft dat dit bewind een variant op Orwell heeft bedacht: niet het `vrede is oorlog' zoals Big Brother predikte, maar `oorlog is vrede'. Om er maar een paar uit een lange lijst te noemen. En vergeet de politieke tekenaars niet.

Europa zal zich een en ander te verwijten hebben: zijn laksheid, zijn verdeeldheid, maar niet dat het na de elfde gebrek aan solidariteit heeft getoond. Europa's militaire zwakte is vervolgens door dit Washington gebruikt om het unilateralisme met meer kracht te volgen, zich nog minder aan te trekken van overwegingen die minder met diplomatie dan met unverfroren toepassing van geweld te maken hebben. Het bloedbad in Israël en Palestina is daarvan een regionaal gevolg. Nu, na een half jaar vergeefs schieten en verwoesten, is Washington tot de conclusie gekomen dat geweld niet helpt.

Het gevaar in dit stadium van deze chaotische en onzichtbare oorlog is dat kritiek op Bush met anti-amerikanisme zal worden verward. Een aanval op Irak bijvoorbeeld zou behalve de nu voorspelbare kritiek collectieve uitbarstingen van weerzin kunnen veroorzaken, wat in de gedachtewereld van Washington de overtuiging versterkt dat `we er alleen voor staan'. Het zwartste scenario van het unilateralisme beschrijft wat er gebeurt in de situatie van de hypermacht tegen de rest. Dat is het risico van dit bewind, zoals de combinatie van de As van het Kwaad-theorie en de Nuclear Posture Review laat zien. Maar er is een ander Amerika dat we hier opnieuw moeten ontdekken.