Grote inval

De inval van politie en justitie bij een aantal bouwbedrijven in het hele land kwam niet onverwacht. De bouwbranche kon het zien aankomen na de recente onthullingen over dubieuze praktijken bij de aanbesteding van werken. Het heeft in dergelijke omstandigheden weinig zin te sputteren dat een hele bedrijfstak zwart wordt gemaakt, zoals sommige voorlieden van de bouwwerkgevers gisteren toch niet konden laten. Wie wordt geschoren kan beter even stil blijven zitten. Invallen vormen overigens nog geen bewijs van schuld. Dat is een zaak voor de rechter. En fraudezaken zijn voor het openbaar ministerie (OM) notoir lastig te bewijzen gebleken.

De actie in de bouwwereld mag dan niet onverwacht zijn geweest, ze was naar Nederlandse begrippen wel opmerkelijk groot: 500 opsporingsambtenaren, 36 officieren van justitie en zeven rechters-commissarissen. Een dergelijke inzet zegt uiteraard iets over de ernst van de zaak. En justitie heeft bepaald zijn best gedaan het schandpaaleffect te vermijden waarover de boze bouwondernemers klaagden. De camera's werden op afstand gehouden. Dat is in het verleden bij fraudezaken wel anders geweest.

Het probleem is veeleer dat het OM, na zich de vingers te hebben gebrand aan publicitair stuntwerk, nu dreigt door te slaan naar de andere kant. Er is een hele discussie losgebarsten over een concept-aanwijzing van het college van procureurs-generaal, de top van het OM. Deze lijdt inderdaad aan overdrijving. Het is een legitiem uitgangspunt de media niet te waarschuwen over voorgenomen opsporingshandelingen. Het is geen overbodige luxe te herinneren aan de ,,vereiste objectiviteit'' en ,,zakelijke toonzetting'' die past in het optreden naar buiten. Dat geldt zeker als OM en politie worden uitgedaagd door bepaalde misdaadverslaggevers of advocaten.

Het is echter onzinnig als stelregel af te kondigen dat OM en politie geen gegevens verstrekken die (in)direct herleidbaar zijn tot de persoon van de verdachte en arrestaties pas bekend te maken als de rechtbank de vrijheidsbeneming verlengt. Daar kan bijna twee weken overheen gaan. Geheime arrestaties zijn principieel verwerpelijk en praktisch onhandig, omdat ze een open invitatie vormen aan de media om langs eigen weg te rechercheren.

De grote justitiële inzet in de bouwfraudezaak is nog om een andere reden opmerkelijk. Er is al een parlementaire enquête gestart. Het risico bestaat dat deze twee onderzoeken botsen. Een parlementaire enquête kent een strenge getuigplicht, maar daar staat tegenover dat deze verklaringen niet strafrechtelijk tegen de betrokkene mogen worden gebruikt. Daar zit een principiële keuze aan vast. Wie heeft uiteindelijk voorrang, parlement of justitie? De officiële lezing in Den Haag is dat er ,,goede afspraken'' mogelijk zijn. Maar het zou niet zo vreemd zijn als Justitie heeft gedacht: binnen is binnen.