Gemenebest veroordeelt Zimbabwe

Het Gemenebest heeft Zimbabwe gisteren voor een jaar geschorst vanwege ,,het hoge niveau van politiek geweld'' bij de presidentsverkiezingen anderhalve week geleden.

Daarmee is een dreigende crisis binnen de 54 landen tellende organisatie bezworen en een confrontatie tussen Afrika en het Westen afgewend.

Tegelijkertijd neemt de internationale druk op de Zimbabweaanse president Mugabe toe. Denemarken kondigde gisteren sluiting aan van de ambassade in Harare. Zwitserland stelde sancties in, waaronder bevriezing van banktegoeden van regeringsleden. De Europese Unie en de Verenigde Staten beraden zich over verscherping van de sancties die ze al eerder hebben ingesteld.

Mugabe wacht vandaag zijn eerste binnenlandse confrontatie sinds zijn herverkiezing. De overkoepelende organisatie van vakorganisaties ZCTU heeft een driedaagse algemene staking afgekondigd om te protesteren tegen mishandeling van vakbondsleden tijdens de verkiezingen. De regering beschouwt de staking als illegaal en de politie heeft vakbondsleider Wellington Chibebe gisteren anderhalf uur vastgehouden om hem tot afgelasting te dwingen. De stakingsoproep leek vanochtend in Harare niet massaal te worden opgevolgd.

Het besluit tot schorsing werd gisteren in Londen genomen door een Gemenebestcommissie, bestaande uit Zuid-Afrika, Nigeria en Australië. Eerder hadden zowel de Zuid-Afrikaanse waarnemersmissie als de Zuid-Afrikaanse regeringspartij ANC de uitkomst van de presidentsverkiezingen legitiem verklaard. Volgens de Australische premier John Howard heeft de schorsing de geloofwaardigheid van het Gemenebest gered. In het verleden heeft het Gemenebest ook Nigeria, Sierra Leone, Pakistan en Fiji geschorst.

Met de schorsing hebben de Nigeriaanse president Olusegun Obasanjo en zijn Zuid-Afrikaanse collega Thabo Mbeki een dreigende confrontatie tussen Afrika en het Westen vermeden. Als ze Mugabe de hand boven het hoofd hadden gehouden en Afrikaanse solidariteit zwaarder hadden laten wegen dan democratie en mensenrechten, hadden ze Westerse steun voor hun New Partnership for African Development (Nepad) wel kunnen vergeten.

Volgens dat plan voor economische verheffing van het armste continent zouden Westerse landen meer financiële hulp verlenen en hun markten openstellen. Afrikaanse landen zouden zich verplichten tot beter en democratisch bestuur.