Ex-directeuren Fireworks voelen zich getekenden

Met het slotwoord van de twee ex-directeuren heeft de rechtbank gisteren de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen het vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks afgerond. De uitspraak is op 2april.

Op de laatste van 27 zittingsdagen die de Almelose rechtbank heeft besteed aan de vuurwerkramp maakten de eigenaren van S.E. Fireworks gebruik van hun recht op het laatste woord. ,,Wat veel mensen willen horen kan ik toch niet zeggen. Dan moet ik liegen en mezelf verloochenen'', zo begon R. Bakker zijn slotverklaring. Hij stipte het dilemma aan waar eerder de officier van justitie mee te maken kreeg, en nu ook de rechtbank in Almelo: de bepaling van de strafmaat.

Een schuldbekentenis en/of het opleggen van een forse straf komt tegemoet aan de behoefte aan vergelding die bijna twee jaar na dato nog volop leeft bij slachtoffers en nabestaanden van de Enschedese vuurwerkramp. De bedrijfsleiding van S.E. Fireworks was in de keten van verantwoordelijken een zwakke schakel, wellicht zelfs de zwakste, maar niet de enige. Ook oud-eigenaar H. Smallenbroek, die het volgens justitie ,,niet zo nauw nam met de voorschriften'', en ambtenaren van het ministerie van Defensie en de gemeente Enschede, die ,,steken lieten vallen'', hebben aantoonbare fouten gemaakt. Dat zij niet worden vervolgd en R. Bakker en W. Pater wel getuigt van `willekeur'. Dat is moeilijk te accepteren, zei Pater in zijn slotwoord.

De officier van justitie in Almelo zei daarmee rekening te hebben gehouden bij het bepalen van zijn eisen. Tegen Bakker heeft hij 30 maanden gevangenisstraf geëist, tegen Pater 15 maanden. Voor overtreding van de milieuregels, brand door schuld en de illegale verkoop van vuurwerk aan particulieren kan maximaal acht jaar gevangenisstraf worden opgelegd.

Voor Bakker en Pater gaat het `gebaar' van justitie niet ver genoeg. Zij vragen vrijspraak. Zij betwisten alle ten laste gelegde beschuldigingen. Alleen Pater geeft toe dat hij illegaal vuurwerk aan particulieren heeft verkocht, maar dit delict is in deze rechtszaak van ondergeschikt belang. De meervoudige economische strafkamer van de Almelose rechtbank heeft meer moeite om vast te stellen of Bakker en Pater vergunningvoorschriften hebben overtreden (te veel en te zwaar vuurwerk, onvoldoende brandwerende voorzieningen) en of zij konden voorzien dat een brand zulke fatale gevolgen had (brand door schuld). Met die laatste beschuldiging worden de eigenaren (mede)verantwoordelijk gehouden voor de dood van 22 mensen. Iets waar Pater ,,niet mee kan leven''. Voor Bakker geldt hetzelfde: ,,Ik heb naar beste eer en geweten en kunnen gehandeld.''

Hun advocaten, G. Meijers en P.Plasman, hebben bij bijna elke beschuldiging de verantwoordelijkheid op het bordje van de overheid proberen te leggen, hoewel – of misschien wel ómdat – deze niet terechtstond. Terwijl het OM hamerde op de eigen verantwoordelijkheid die Bakker en Pater als ondernemer hadden, trok de verdediging de zaak in een breder perspectief. Zo werden tekortkomingen op het punt van de brandveiligheid door Bakker en Pater niet genegeerd, maar door de overheid gelegaliseerd. Dat Bakker en Pater professionals waren die wisten hoe gevaarlijk vuurwerk kon zijn, was ook al te veel eer voor de beide verdachten. Niemand in Nederland, en zeker niet de overheid, had volgens de verdediging vóór 13 mei 2000 verstand van vuurwerk. ,,Niemand kende het gevaar en de gevolgen kunnen niet aan Bakker en Pater worden toegeschreven'', zei Plasman op de laatste zittingsdag, daarbij voorbijgaand aan de complottheorie van zijn cliënt Bakker dat een onbekende springstof mogelijk de explosies heeft veroorzaakt. `Enschede' heeft volgens Plasman aangetoond dat vuurwerk van de lichtste gevarenklasse 1.4 onder bepaalde omstandigheden (grote hoeveelheid en opsluiting) als massaexplosief vuurwerk van de zwaarste klasse 1.1 kan reageren.

Justitie redeneert andersom. Er lag te veel, deels massaexplosief, vuurwerk op het terrein en doordat het was opgeslagen in zeecontainers en opslagloodsen die niet voldoende brandwerend waren, kon een brand op 13 mei 2000 leiden tot een serie explosies die aan 22 mensen het leven koste. Door die wetenschap voelen Bakker en Pater zich voor de rest van hun leven gestraft, los van de uitspraak van de rechter op 2 april. ,,Ik weet, want zo ben ik afgeschilderd en neergezet, dat ik altijd die man van het bedrijf en de ramp zal zijn'', zei Bakker tot slot.

Pater: ,,De straf die ik geestelijk al bijna twee jaar heb is voor de rest van mijn leven.''