Clinic

Twee jaar geleden waren ze nog een kleine sensatie: de gemaskerde jongens van Clinic uit Liverpool, die de moderne methode om The Velvet Underground te plunderen (`Beter goed gejat dan slecht verzonnen') logenstraften door de juiste Velvet-ingrediënten aan te wenden voor een geheel eigen geluid. Ze maakten elektrieke pop met neurotische zang, monotone composities en welgemikte dissonanten in de instrumentatie. Dat ze bovendien de Duitse indiepop en The Residents als duidelijke invloeden gebruikten bleek ook al geen bezwaar.

Dat is het wel geworden. Op hun tweede album Walking with thee lijkt de synthese tussen dansritmes en indiepop, die in Duitsland juist voor aangename verrassingen zorgt, de jongens ronduit op te breken. Monotoon is Clinic nog steeds, maar nu door een gebrek aan ideeën. De gladgestreken, zoetgevooisde synthesizersound met ritmeboxtempi en ironische zang (door The Residents al op hun Commercial Album uit 1980 volkomen uitgewoond) kan dit nieuwe Clinicalbum net twee nummers dragen, maar dan ga je ook echt naar variatie verlangen. En die komt niet. Elf nummers lang één conceptje dat het maar sporadisch redt; daar mag je je voor schamen. En poseren met maskers voor je snuit, ook al zo'n Residents-gimmick, maakt de muziek er echt niet beter op.

Clinic, Walking with thee; Domino/PIAS, Wig100P