Stop belastingvoordeel voor investeerders Derde Wereld

Een goed-werkend belastingstelsel kan ontwikkelingslanden veel armslag geven, vinden Eveline Herfkens en Wouter Bos. Zij presenteren dit idee als een Nederlands speerpunt op de conferentie Financing for Development in de Mexicaanse stad Monterrey.

Verbeteringen op belastinggebied kunnen ontwikkelingslanden tientallen miljarden dollars opleveren, niet alleen door wetgeving aan te passen en de kwaliteit van belastingdiensten te versterken, maar ook door minder belastingvoordelen te geven aan buitenlandse investeerders in ruil voor hun investeringen. Die zijn vaak helemaal niet nodig.

De armoede in de wereld is de afgelopen twintig jaar met tweehonderd miljoen afgenomen tot 1,2 miljard mensen. Dat zijn er nog steeds 1,2 miljard te veel. In Monterrey wordt deze week gesproken over wat er allemaal nodig is om de armoede voor het jaar 2015 te halveren, een afspraak die rijke en arme landen binnen de Verenigde Naties hebben gemaakt. Naar schatting is een verdubbeling nodig van de hulp die de rijke landen geven.

Maar hulp is niet meer dan een aanvulling op het geld dat arme landen zelf steken in hun eigen ontwikkeling. Dus ook daar ligt een grote uitdaging voor de strijd tegen armoede. Een goed werkend belastingstelsel kan regeringen veel meer financiële armslag geven.

In de praktijk kan veel verbeterd worden aan de kwaliteit van het belastingregime in veel ontwikkelingslanden. Op de turflijst van investeerders staan belastingen naast factoren als een stabiel politiek klimaat, een goed opgeleide beroepsbevolking, de geografische ligging, de beschikbaarheid van grondstoffen of de kwaliteit van het beleid en bestuur. Maar een onvoorspelbaaar belastingklimaat schrikt investeerders wel degelijk af. Net als bij de andere elementen van het investeringsklimaat hechten ze aan helderheid, voorspelbaarheid en aan regels die in de pas lopen met internationaal gangbare normen. Dat verlaagt hun financiële risico's.

De meeste investeerders beschouwen specifieke belastingvoordelen in ontwikkelingslanden vaak als toetje, maar kijken toch vooral naar de hoofdmaaltijd. Desondanks doen veel overheden hun best buitenlandse investeerders met belastingprikkels over de streep te trekken om zich in hun land te vestigen. Dat is geen probleem zolang het verlies aan belastinginkomsten opweegt tegen de voordelen van de investering: werkgelegenheid, kennisoverdracht en exportinkomsten. Uit onderzoek blijkt echter dat de kosten van die belastingprikkels regelmatig hoger zijn dan de baten.

Ontwikkelingslanden laten zich tegen elkaar uitspelen om als aantrekkelijkste vestigingsplaats uit de bus te komen. De Britse organisatie Oxfam schat dat ontwikkelingslanden miljarden dollar per jaar aan inkomsten mislopen door ineffectieve belastingprikkels. Uit ander onderzoek blijkt dat er in de auto-industrie bijvoorbeeld vrijstellingen worden gegeven die oplopen van 100 duizend tot 420 duizend dollar per arbeidsplaats in landen als India en Brazilië. Dat zijn financiële aderlatingen waar heel veel arbeidsjaren tegenover moeten staan voordat de balans positief uitslaat. Bovendien maken op individuele bedrijven gerichte belastingprikkels een belastingsysteem minder transparant. Zo doen ze af aan de kwaliteit van het bedrijfsklimaat, ook voor binnenlandse investeerders.

Het bijzondere van de conferentie Financing for Development is dat alle elementen van de financiering van het ontwikkelingsproces samen in hun onderling verband aan de orde worden gesteld. Andere keren ging het altijd of alleen over de hulp, of over investeringen, of over handel. Nooit over het hele plaatje. Het is ook voor het eerst dat alle betrokken partijen hun inbreng hebben. Niet alleen VN-diplomaten, maar ook de bestuurders van Bretton-Woodsinstellingen als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, en de Wereldhandelsorganisatie WTO. Niet alleen de overheden, maar ook de investeerders.

Nederland vindt het daarom een uitgelezen moment te praten over belasting. De inzet van alle spelers is daarbij nodig. De regeringen van ontwikkelingslanden voorop. Ze moeten overwegen om hun belastingwetgeving te stroomlijnen en vooral stabieler, transparanter en voorspelbaarder te maken. Er is behoefte de belastingdiensten te verbeteren en medewerkers beter op te leiden. Ze moeten vooral ook beter samenwerken binnen hun regio om te leren van elkaars ervaringen en om te voorkomen dat ze zich tegen elkaar laten uitspelen. Temeer nu hun inkomsten dalen als gevolg van de inzakkende prijzen op de wereldmarkt, hebben ontwikkelingslanden buitenlandse investeringen hard nodig voor werkgelegenheid en inkomensvorming. Dat zal leiden tot belastinginkomsten om kennis en instituties op te bouwen of te verbeteren. Om de infrastructuur te verbeteren, zoals wegen, havens, energie of telecomdiensten. Kortom, om zo'n klimaat te scheppen voor de private sector dat die beter kan bijdragen aan groei gericht op armoedevermindering.

Zo'n klimaat is voor investeerders aantrekkelijker dan incidentele belastingvoordelen. Voor je het weet buitelen landen over elkaar heen in het bieden van belastingvoordelen, met als gevolg opdrogende financieringsbronnen voor de publieke sector en het shoppende internationale bedrijfsleven als lachende derde. Maar ook bedrijven moeten in hun eigen lange-termijnbelang worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Maatschappelijk verantwoord ondernemen betekent ook verantwoord belasting afdragen. De vorig jaar herziene richtlijnen van de OESO over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen spreken op dit punt heldere taal. Ze stellen dat bedrijven zich moeten onthouden van het aandringen op bijzondere behandeling en dat ze zich moeten houden aan de letter en de geest van de belastingwet van een land.

Maar ook wij in de meer ontwikkelde landen hebben een verantwoordelijkheid. Dan gaat het niet alleen om miljarden dollars aan hulp. Het gaat vooral om overdracht van kennis en om hulp bij het verbeteren van belastingdiensten en de nationale wetgeving. Zo steunt Nederland Bolivia bij de hervorming van de nationale belastingdienst en Mali bij het opkrikken van de gemeentebelastingen in de hoofdstad Bamako. De Nederlandse belastingdienst heeft contact met partners in diverse andere landen en met regionale en internationale organisaties.

We willen ook meer belastingverdragen sluiten met ontwikkelingslanden waarmee Nederland nauw samenwerkt, zoals Uganda en Ghana. Zulke verdragen scheppen grotere zekerheid voor bedrijven en kunnen zo tot meer investeringen leiden. Ze kunnen ook een aangrijpingspunt zijn om met die landen te spreken over hun behoefte aan steun bij verbetering van hun belastingstelsel en opleiding van personeel.

Daarnaast mag duidelijk zijn dat het gezag waarmee wij van ontwikkelingslanden vragen om geen race to the bottom aan te gaan, toeneemt naarmate wij er ook zelf in slagen vergelijkbare ontwikkelingen in ons deel van de wereld een halt toe te roepen.

Verhoging van de ontwikkelingshulp is een ijkpunt voor het succes van de conferentie Financing for Development, maar niet het enige. Effectieve armoedebestrijding heeft alleen kans van slagen als ontwikkelingslanden hun beleid en bestuur inclusief het innen van de belastingen goed op orde hebben.

Mr. E. Herfkens is minister van Ontwikkelingssamenwerking. Drs. W. Bos is staatssecretaris van Financiën.