Specialisten van Fortuyn gevaar voor gezondheidszorg

In het kielzog van Pim Fortuyn zouden vier medisch specialisten in de Tweede Kamer kunnen komen. Deze zullen de gezondheidszorg niet verder brengen, verwacht R. Grotenhuis.

De Tweede Kamer wenkt voor de vier medisch specialisten op de lijst-Fortuyn. Wat zullen ze daar doen, als het er werkelijk van komt – en uitgaande van de huidige peilingen is die kans groot? Ze zullen ongetwijfeld hun gram over de deplorabele toestand van de zorg omzetten in plannen om de problemen op te lossen. Volop ervaringsdeskundigheid die na acht jaar geknoei van ambtenaren en bureaucraten een doorbraak moeten bieden. Het is zeer de vraag of de gezondheidszorg daar blij mee moet zijn.

Als medisch specialisten vanuit een politieke rol denken de gezondheidszorg te kunnen regelen, versterken ze het probleem dat de gezondheidszorg de afgelopen vijftien jaar teistert. Dat draait om de vraag wie de regie mag voeren in de zorg.

In die regiediscussie pogen de partijen zeggenschap te krijgen over de andere partijen. Ze willen de lakens uitdelen op die onderdelen van de zorg waar ze nu net geen verstand van hebben. Het is immers onwenselijk als een verzekeraar regie voert over de behandeling in de spreekkamer. Het is evenzeer onwenselijk wanneer een specialist het management van een zorginstelling zou willen voeren. En zorgmanagers die vanuit hun positie zorgverzekeringen denken te kunnen aansturen, hebben geen verstand van verzekeren. Het is helemaal onwenselijk als de politiek vanuit politieke en vooral macro-economische redenen (collectieve lastendruk) de zorg gaat sturen.

De angst gestuurd te worden heeft in de afgelopen jaren elk van de partijen ertoe verleid zich met het werk van anderen te bemoeien. Alle spelers met enige macht en invloed zijn inmiddels zo ontevreden over het systeem en over de rol van de andere partijen, dat ze graag op de stoel van de andere partijen willen gaan zitten om de regie te voeren. Veel slechter kan het niet, is hun gedachte. Het is tragisch dat in dat spel om de regie de patiënt slechts kan toekijken en machteloos aan de zijlijn staat. De slogan van de vraaggestuurde zorg is daarbij slechts lippendienst.

De gezondheidszorg is een onontwarbaar geheel geworden. De berg spaghetti waarin iedereen elkaar aankijkt en ervan beschuldigt de oorzaak te zijn van een niet functionerend systeem. Het beste bewijs daarvoor is dat (bijna) alle betrokkenen er niet meer in geloven. De hulpverleners zelf (artsen, verpleegkundigen, therapeuten) geloven niet meer in de redding van het systeem. Ze zijn cynisch geworden van het beheersmatige denken van overheid, zorgverzekeraars en managers. De patiënten geloven allang niet meer in een wederopstanding van de patiënt. Ieder zoekt zijn snelste weg in het doolhof om de wachtlijsten te omzeilen, kijkt buiten Nederland, is bereid zo nodig zijn eigen portemonnee te trekken om de zorg op tijd te krijgen. De overheid loopt al jaren vertwijfeld rond in het vruchteloos zoeken naar een remedie en lapt het systeem her en der op. Zorgverzekeraars voelen zich hevig bekneld in hun ambitie om te doen waar ze voor zijn: hun klanten bedienen. Zij willen nu eindelijk wel eens hun ondernemersvleugels uitslaan en voelen zich gefrustreerd in een keurslijf van regelgeving en tarieven.

Misschien dat alleen de technocratische managers nog geloven in de huidige gezondheidszorg. Ze zijn driftig bezig om met nieuwe beheerssystemen, met kantelende organisatiestructuren, met quality control-processen het systeem te moderniseren. Terwijl het systeem klinisch dood is en nog slechts kunstmatig in leven wordt gehouden met wachtlijstmiddelen en task-forces, ruziën de verschillende belanghebbenden rond het bed over de vraag wie daarvoor verantwoordelijk is.

Elke oplossing begint met het stoppen van de discussie over de regie. Elk van de betrokken partijen moet doen waar hij of zij goed in is en moet daarin ten volle zijn verantwoordelijkheid terugkrijgen. Gedetailleerde regelgeving over de behandeling in de spreekkamer door verzekeraars, overheid of managers is uit den boze. In de spreekkamer zijn behandelaar en patiënt aan zet. Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor verzekeraars, managers en overheid. Zolang partijen op elkaars stoel gaan zitten en elkaar de wet willen voorschrijven blijft het een uitzichtloos gevecht.

Specialisten die hun frustratie via de politiek de vrije loop willen laten en zo de gezondheidszorg willen veranderen, zullen alleen nog meer schade aanrichten omdat ze voortgaan op de oude weg: vanuit eigen positie en eigenbelang andere partijen voorschrijven wat zij moeten doen. De adhesie die een van hen zegt te hebben ontvangen van collega-specialisten versterkt het beeld dat frustratie de belangrijkste voedingsbodem is. Schoenmaker blijf bij je leest, geldt zeker in dit geval. Medisch specialisten staan niet bekend als de meest coöperatieve partners in de gezondheidszorg (zie de weerstand tegen hun integratie in de ziekenhuisorganisatie). Van hen is niet te verwachten dat ze de belangen van patiënten, verzekeraars en managers in een evenwichtige balans zullen benaderen.

Bovendien is de gezondheidszorg meer dan het ziekenhuis. In de zorg is behoefte aan innovatie in de eerste lijn, waar inpassing van de ambulante psychosociale zorg dringend nodig is, waar de uitbouw van ondersteuning (praktijkverpleegkundigen) te traag verloopt, waar voorlichting en preventie meer aandacht en investering verdienen om de druk op de specialistische ziekenhuiszorg te verlichten. De geestelijke gezondheidszorg (met name depsychiatrie) kampt met geweldige achterstanden in capaciteit en deskundigheid. Het is zeer de vraag of ook deze zaken bij de medisch specialisten in de fractie in goede handen zijn. Voor veel specialisten (en blijkbaar ook voor Fortuyn) reikt de gezondheidszorg niet verder dan het ziekenhuis.

Misschien laat het opnemen van vier specialisten op verkiesbare plaatsen vooral zien waar Pim Fortuyn goed en niet goed in is: goed in het benutten van frustratie van direct betrokkenen, slecht in het analyseren waar de schoen echt wringt en hoe structurele oplossingen eruit moeten zien.

R. Grotenhuis was algemeen directeur van een thuiszorgorganisatie en leidt nu Pharos, kenniscentrum vluchtelingen en gezondheid.