Politici van `gisteren'

Zonder de aanbevelingen van Hans Wiegel zou het ook zijn gebeurd, maar na de snel georganiseerde interne verbroedering van de VVD van jongstleden zaterdag is minister Zalm dan toch direct in de rol van campagnespeerpunt getreden. In het tv-programma Buitenhof deed hij wat van hem werd verwacht. Hij maakte grapjes, bijvoorbeeld door te zeggen dat hij tijdens de EU-top in Barcelona – ,,daar heb je het niet druk'' – het vorige week verschenen verkiezingsmanifest van Pim Fortuyn had bestudeerd. Hij was ook overigens, waar mogelijk, zijn goedlachse zelf. En, waar nodig, de strenge minister van Financiën, die in Fortuyns werkstuk een financiële verantwoording had gemist en hem ook een ,,gevaarlijke man'' noemde ,,waar de kiezers niet achteraan moeten lopen''. Namelijk omdat hij ten onrechte suggereert ,,dat er voor alles een eenvoudige oplossing is''. Het VVD-erelid Wiegel, dat zich een week eerder in hetzelfde Buitenhof bereid had verklaard om na de verkiezingen desgevraagd te willen overwegen premier te worden, zal Zalms optreden met enige instemming hebben bekeken.

Maar niet met volledige instemming. Want Zalm deed eergisteren nog iets anders. Hij voldeed óók aan premier Koks recente verzoek de paarse resultaten van de afgelopen acht jaren te belichten en te verdedigen. Zoals: de groei van de werkgelegenheid, de toegenomen welvaart, de sanering van de overheidsfinanciën, de versterking van de economie enz. Het is een mooie en vertrouwde rij van plusposten, die Zalm in een aardig vaartje afwerkte. Maar er zitten een paar bezwaren aan dat op zichzelf mooie rijtje. Want een groot deel van de kiezers is er blijkens opiniepeilingen, en het succes daarin van Pim Fortuyn, niet (meer) zo erg van onder de indruk. Een tweede bezwaar is dat het natuurlijk een `paars' rijtje is, terwijl geen van de coalitiepartijen voor voortzetting van paars is. Het memoreren van belangrijke successen met als toevoeging dat Paars niettemin geen verkiezingsinzet mag zijn, valt niet op als een toonbeeld van politieke logica. Wiegel, die toch al vindt dat de VVD in haar paarse jaren haar rechterflank heeft verwaarloosd, en daarom haar zo snel mogelijke herprofilering naar ,,rechts'' wil, zal er niet blij van worden.

Er zit nog een derde bezwaar aan Koks verzoek. In een verkiezingscampagne willen velen horen hoe het in de toekomst verder moet, wat voor – al dan niet (te) eenvoudige – oplossingen voor de komende jaren worden aanbevolen. Iets anders, iets nieuws mag ook. Voor wat er voorheen allemaal is gepresteerd is de belangstelling doorgaans kleiner, zeker bij kiezers die met veel twijfels en `zwevend' uit die voorbije periode zijn gekomen. Kortom: dat begrijpelijke idee van Kok om acht jaar werk niet zomaar te laten wegpoetsen en te werven om erkenning van het goede dat zijn kabinetten hebben gedaan, brengt het risico mee dat de paarse coalitiepartners zichzelf dan ongewild nog duidelijker als vertegenwoordigers van `gisteren' vertonen dan zij toch al door de legioenen potentiële aanhangers van Fortuyn en Leefbaar Nederland worden gezien.

Ja, wat dan, als er een volkomen vertekend beeld dreigt te ontstaan, ook van alles wat er tussen 1994 en 2002 wèl goed is gedaan en gegaan, daartegen mag en moet men zich toch verdedigen?, zal men zeggen. Dat is waar, dat moet zelfs, maar wonderen mogen er niet van worden verwacht. De beste verdediging lijkt ook in dit geval de aanval. Niet alleen op Fortuyn en Nagels Leefbaar Nederland, maar ook op elkaar. Waarbij elke partij haar beste strijdmiddelen kiest, de ene (de PvdA) bijvoorbeeld vooral haar sociale gezicht, de andere (de VVD) haar zin voor financiële discipline en – met een toefje meer naar Wiegels recept – wat strenger jegens immigranten, meer blauw en veiligheid op straat en meer geluk in de auto. In feite gaat het om niet meer dan de eigen opvattingen, zonder de compromissen waarover in de formatie wordt beslist.

De komeetachtige opkomst van Fortuyn en diens met conventionele wijsheden nauwelijks te verklaren succes bij de raadsverkiezingen in Rotterdam, had een paar interessante begeleidende bijverschijnselen. Een voorbeeld. Bram Peper, de oud-burgemeester (1982-1998) wiens bestuurlijke stijl vermoedelijk een zekere rol heeft gespeeld bij het ontstaan van de hevige anti-PvdA-sentimenten die in de Maasstad bleken, trekt al enige tijd aandacht als explicateur van wat vele kiezers bezielt. Wat dat betreft zit je soms met enige verbazing naar hem te luisteren of zijn beschouwingen te lezen. Iets dergelijks overkomt een mens af en toe ook bij de bezorgde vertogen over de vaak grote afstand tussen de kiezers en de politieke partijen van oud-PvdA-voorzitter Felix Rottenberg, de man die de gedachtewisseling in zijn partij zó goed wist te stroomlijnen dat je er nog maar weinig van hoort.

Ander voorbeeld. Uiterlijk sinds de dag van de raadsverkiezingen, en vooral sinds het lijsttrekkersdebat in de late avond van die dag, werd duidelijk dat het in de PvdA voor velen eventjes een open vraag was of de keuze van Melkert voor de opvolging van Kok als partijleider/lijsttrekker wel de juiste was. Nu is dat vraagstuk intern klaarblijkelijk alweer afgehandeld. Maar toch vraag je je af hoe zoiets nu gaat, bijvoorbeeld of de leden van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer die hem in 1998 als voorzitter kozen al beseften dat zij daarmee, mocht Kok er in 2002 mee stoppen, praktisch ook al hun volgende lijsttrekker en kandidaat-premier aanwezen. En, zo ja, zouden zij destijds de koele calculator Melkert, die als minister in het eerste kabinet-Kok vaak veel meer ,,rupsje nooitgenoeg'' dan een teamspeler was geweest, ook al (mede) hebben gewogen op zijn kwaliteiten als lijsttrekker en kandidaat-premier? Of moet je veronderstellen dat die afweging door het verloop der dingen nooit werkelijk aan de orde is geweest?

Nog een ander voorbeeld. De nu weggeklapte verwarring in de VVD liet even zien dat zij sinds Wiegel haar dertig jaar geleden polariserenderwijs liet groeien tot boven het niveau van een kleine club van nette mensen, als vanzelf ook een meerstromenland geworden is. Een land waarin een oude liberaal als Vonhoff en oud-lijsttrekker Nijpels in een kritische situatie best willen zeggen wat zij van Wiegels eventuele beschikbaarheid als premier vinden. Namelijk: onzin.