Paradijs

Vroeger was alles, zoals bekend, veel beter.

Een hilarische illustratie van deze mythe is te zien op de tentoonstelling Liefde te koop over de geschiedenis van de Amsterdamse prostitutie in het Amsterdams Historisch Museum. Daar wordt op video een interview vertoond met een bejaarde prostituee, vroeger toen alles directer was ook wel een ouwe hoer genoemd.

De video wordt afgedraaid op een tv-apparaat in het nagebouwde peeskamertje van Parijse Leen, in de jaren vijftig en zestig een van de bekendste temeiers van de Wallen. Met drie oudere huisvrouwen uit Deventer de tentoonstelling trekt, net als de Wallen, veel bezoek uit de provincie – ging ik op het grote krakende bed van Parijse Leen zitten om gezellig naar de verhalen van haar collega te luisteren.

Op de Wallen was het voor de vrouwen vroeger een paradijs, zei de bejaarde prostituee. De pooiers waren nog niet aan de dope, de meisjes hadden wat voor elkaar over en zaten niet, zoals nu, allemaal zowat nakend voor het raam. In haar tijd hield je je nog schuil achter de vitrage, en je kreeg een bon als het spleetje tussen je borsten zichtbaar was.

En de klanten? Ja, die zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. Vroeger kon je nog een pornoboekje met ze lezen, maar nu is het erin, en hup, klaar. Ze had destijds een klant gehad die ze als een hondje moest uitlaten. Dus dan deed ze hem aan de lijn en huppelde hij voor haar uit de Wallen op. Af en toe lichtte hij een beentje op om tegen een boom te plassen of te poepen, en dan ging de tocht weer verder. Maar, helaas: ,,Die gekken zijn er niet meer. En het zijn de gekken die goed betalen.''

Wat de tand des tijds wél heeft doorstaan, is de vreemdelingenhaat van de Nederlandse hoer. Immigranten klagen daar vaak over. Zij mogen niet naar binnen, want ze zouden seksuele voorkeuren hebben die kennelijk nog veel raarder zijn dan die van de man die in zijn vrije tijd voor poepend hondje speelde.

De bejaarde prostituee bevestigt dat zij altijd een kijkje op buitenlanders heeft gehad. Afgezien van de Duitsers en de Zwitsers, `want die zijn netjes'. Maar de Engelsen? Te ordinair. De Amerikanen? Te exotisch. En de Japanners, daar moest ze niets van hebben, want haar vader had nog in een jappenkamp gezeten. (Daar komen de Duitsers weer goed weg.)

Is dit een tentoonstelling waar de Nederlandse man samen met moeder de vrouw heen kan? Ja, dat kan, maar hij doet er goed aan om de volgende waarschuwing niet in de wind te slaan. Er staat een installatie, getiteld Red Light, van de kunstenares Marieken Verheyen. Zij registreerde in 1989 vanuit de optiek van de hoer-achter-het-raam de passerende aspirant-klanten die begerig vragen: ,,Hoeveel kost 't?'' of ,,How much?'' De heren beseften niet dat zij voor de rest van de eeuwigheid op video werden vastgelegd als het prototype van de hoerenloper.

De drie dames uit Deventer hebben ook naar deze opnamen lang gekeken, maar ze bleven ongeschokt. De weduwen onder hen kunnen morgen weer zonder nare bijgedachten een bloemetje op het graf leggen.